Huurman en de doping van Vroemen (27/3)

Moedwillig bedrog of kwaadsprekerij? Twee artsen gaven onlangs hun visie op de positieve dopingtest van atleet Simon Vroemen. Betekent die positieve uitslag dat hij doping gebruikt had of gaat die conclusie te ver?
Simon Vroemen, Europese recordhouder steeplechase, werd vorig jaar juni betrapt op doping. In zijn urine werd het verboden anabole middel metandiënon aangetroffen. Hij werd meteen geschorst en hij wacht nu af wat de behandeling van zijn zaak door het Instituut Sportrechtspraak zal brengen.
Vroemen zelf ontkent dat hij doping heeft gebruikt. Hij wees op het gebruik van ginsengthee en vervuild vlees als de oorzaak voor de aanwezigheid van de lichaamsvreemde stof. Later beweerde hij dat de uitslag van de test te wijten was aan restanten van een geneesmiddel tegen inspanningsastma.
De arts Jan Huurman denkt dat de atleet, die is gepromoveerd in de biochemie, zich moedwillig aan dopingcontroles heeft onttrokken om zich met behulp van verboden middelen te kunnen voorbereiden op olympische deelname.
Een andere arts, Nikkels, vindt dat alles slechts ‘kwaadsprekerij’, want een atleet heeft geen baat bij een middel als metandiënon.
Huurman heeft Vroemen nooit ontmoet of gesproken. “Kunt u deze beschuldigingen bewijzen?”, wilde de journalist van de Volkskrant weten (14.3.09). “Ik heb geen keihard bewijs, maar als je de feiten op een rij zet, is dit minstens zo aannemelijk als het verhaal dat hij is gestopt, toen is teruggekomen en als 39-jarige ontdekte dat hij een van 's werelds beste steeplelopers was, zonder veel training”, aldus Huurman.
Analyse. In eerste instantie beweert Huurman dat Vroemen doping heeft gebruikt. In zijn verdediging stelt Huurman dat die beschuldiging even aannemelijk is als de bewering dat Vroemen geen doping heeft gebruikt. De bewering in Huurmans betoog verschuift van ‘Vroemen heeft bewust doping gebruikt’ naar ‘het verhaal dat Vroemen heeft gebruikt, is even aannemelijk als het verhaal dat hij niet heeft gebruikt’. Dat zijn echter twee verschillende beweringen.
.
(Met dank aan Willem-Jan van Gendt, die mij op deze redenering wees.)