Mees & Benzakour en post hoc ergo propter hoc (29/3)

Mees & Benzakour zijn bepaald niet te spreken over Bussemakers campagne tegen meisjesbesnijdenis. Die actie heeft namelijk niets opgeleverd. “Er is welgeteld één zaak aan het licht gebracht: een 29-jarige Marokkaan wordt ervan verdacht zijn dochtertje te hebben verminkt. Was het niet zo ernstig, dan zou je het uitproesten dat nu uitgerekend één Marokkaanse adolescent, kennelijk op het idee gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal, is opgesnord.” (NRC, 17.3.09).
Analyse. Na elkaar, dus door elkaar (in potjeslatijn: post hoc, ergo propter hoc). Eerst was er de campagne en daarna de verminking, Dus de campagne is de oorzaak.
Interessant is in dit verband de retorische toevoeging ‘kennelijk’. Dit bijwoord van modaliteit heeft twee betekenissen: (1). onbetwijfelbaar of onloochenbaar en (2). blijkbaar (naar men (2a) mag of (2b) moet aannemen). Opgevat in de zin van betekenis (1) en (2b) is er sprake van een rechtstreeks verband; opgevat in de zin van (2b) is er sprake van een indirect verband, in de zin dat men het verband redelijkerwijs mag veronderstellen. De strategie van de ‘maximaal redelijke interpretatie’ komt er op naar dat we uitgaan van de voor de auteurs (Mees & Benzakour) meest gunstige interpretatie, namelijk (2a). Ligt het voor de hand dat een islamiet zijn godsdienstige overtuiging gaat aanpassen (dus zijn dochter gaat besnijden) aan de overtuiging van Hirsi Ali en het mediakabaal? Zeker niet als die overtuiging ook nog eens volstrekt onjuist is.
(Wordt vervolgd.)