Missers & Blunders van Mees & Benzakour (18/3)

Sinds 23 januari staan de kranten bol van verhalen over genitale verminking, vaak vergezeld van levensgrote foto's van messen en scharen, beweren Heleen Mees en Mohammed Benzakour (NRC, 17.3.09). “Toch ontbreekt ieder bewijs, zowel voor Hirsi Ali's beweringen als voor de wilde schattingen van de GGD.”
Vervolgens beweren de auteurs dat vijf jaar intensieve media-aandacht en miljoenen euro's aan subsidies helemaal niets heeft opgeleverd. “Er is welgeteld één zaak aan het licht gebracht: een 29-jarige Marokkaan wordt ervan verdacht zijn dochtertje te hebben verminkt.”
Dat ene geval is volgens de auteurs banaal. “Was het niet zo ernstig, dan zou je het uitproesten dat nu uitgerekend één Marokkaanse adolescent, kennelijk op het idee gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal, is opgesnord.”
Maar dankzij de staatssecretaris ligt nu voor de eeuwigheid vast dat Marokkanen meisjes besnijden. Zo worden tradities geboren en mythes in stand gehouden.

Analyse. Er ontbreken kennelijk cijfers voor de inschattingen van Hirsi Ali en de GGD. Op welke grond kunnen de auteurs dan beweren dat de media-aandacht en de subsidies helemaal niets hebben opgeleverd? Als er geen cijfers voorhanden zijn, kunnen we geen conclusies trekken over de effecten van de media-aandacht en subsidies. Mees & Benzakour beweren in het begin van hun stuk namelijk niet dat de beweringen van Hirsi Ali en de GGD worden tegengesproken door cijfers, maar enkel dat deze niet onderbouwd worden door cijfers.

Het artikel kopt met “De fabeltjes over meisjesbesnijdenis; Dankzij de overheidscampagne worden Marokkanen op een idee gebracht”. Dat is een heldere stelling en die roept de vraag op hoe deze stelling wordt onderbouwd. Het antwoord: niet. In het betoog lezen we vervolgens dat één Marokkaanse adolescent kennelijk op het idee is gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal. En daarmee is het bewijs geleverd. Waar dat ‘kennelijk’ vandaan komt, beargumenteren de auteurs niet. De auteurs poneren enkel en onderbouwen niets.

De kranten zouden sinds 23 januari bol staan van verhalen over genitale verminking, aldus de auteurs. Is dat zo? Laten we de berichtgeving van vijf kranten (NRC, Volkskrant, Trouw, AD en het Parool) eens bekijken.
Het eerste feit: er verschenen sinds 23 januari 19 artikelen over meisjesbesnijdenissen. Het onderwerp ‘meisjesbesnijdenis’ komt in één artikel terloops aan bod. In een ander geval gaat het om een stukje van 41 woorden en in nog een ander geval betreft het een ingezonden brief. Als we deze stukken niet meetellen, dan betekent dit dat er ongeveer drie artikelen per krant verschenen - in bijna twee maanden - over een nieuw plan van de regering.
Is dat veel? Absoluut niet.
En dan hebben we het nog niet over de inhoud van de berichtgeving gehad. Zo konden we in het NRC lezen dat het onbekend is hoe vaak meisjesbesnijdenis voorkomt (NRC, 14.2.09).
In Trouw (9.2.09) stond bijvoorbeeld het volgende in een artikel: “Opmerkelijk is ook dat het hier om een relatief jonge vader van 29 gaat. Volgens verschillende organisaties komt meisjesbesnijdenis bij allochtonen van de tweede generatie nauwelijks voor. Dat geldt ook voor Marokkanen.”
In het NRC stond een aantal dagen later (14.2.09) een artikel waarvan de strekking is dat
meisjesbesnijdenis “in Marokko niet voorkomt”. Nog enkele passages uit dat stuk: “ ‘Het is on-mo-ge-lijk dat het hier om een besnijdenis gaat’, zegt kinderarts Nordine Dahhan.” Ene Saadia Daouaeri komt aan het woord: “Het bestaat niet in Marokko.” Ook Sadik Harchaoui kent het niet uit Marokko.
Tevens wordt er in het NRC ingegaan op het verband tussen de islam en besnijdenis. “Soms wordt ten onrechte geloofd dat het een islamitisch voorschrift is."

Mees en Benzakour schetsen dan ook een regelrechte karikatuur van media-aandacht over meisjesbesnijdenis waar het de kranten betreft. Er is bij de genoemde kranten sprake van een evenwichtige en afgewogen berichtgeving over deze kwestie. Bovendien bevatte het stuk van de auteurs geen enkel nieuw punt, want de informatie in het stuk van Mees en Benzakour was in meerdere kranten te lezen.
Conclusie: de argumentatie in het betoog van Mees & Benzakour is benedenmaats: er is sprake van een contradictie waar het de cijfers betreft, er is sprake van een vertekening van de berichtgeving en er is sprake van het louter poneren in plaats van argumenteren.
En Marcel van Dam? Die vond het stuk van Mees & Co prachtig.