Achterhuis en de persoonlijke aanval op Lievers (22/4)

Dr. Menno Lievers, verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van Universiteit Utrecht.

Menno Lievers, universitair docent theoretische wijsbegeerte, is niet erg gecharmeerd van de popularisering van de wijsbegeerte, die hij her en der in de media aantreft (NRC). “Wie wel eens een echt filosofieboek heeft opengeslagen en daarna Filosofie Magazine ziet weinig overeenkomsten. De nieuwsgierig geworden buitenlandse filosoof die een exemplaar inkijkt, vraagt na enig bladeren voorzichtig waar de filosofie in Filosofie Magazine te vinden is. 'Filosofie' lijkt een verzamelnaam geworden voor een genre non-fictie van min of meer beschouwelijke aard. De kernvragen van de filosofie - Wat is waarheid? Wat is betekenis? Wat bestaat er? Wat is kennis? - worden er niet of nauwelijks in besproken.”
Min of meer hetzelfde ziet hij terug bij de Socrates-wisselbeker, de prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van het jaar. “Zo'n boek, mag je toch veronderstellen, is de vrucht van jarenlange noeste arbeid. Jury's doen het natuurlijk nooit goed, maar je zou wel mogen verwachten dat ze in elk geval zelf het idee hebben dat ze zorgvuldig te werk gaan. Misschien hébben ze dat idee ook, maar de resultaten zijn er niet minder bizar om. Onder de winnende boeken van de afgelopen jaren bevinden zich onder meer een sociologische studie over Pim Fortuyn en een relaas van een psychiatrische patiënt. Op de keper beschouwd zit er maar één echt filosofieboek tussen: Evolutionair denken van Chris Buskes dat in 2007 bekroond werd.”
Zijn conclusie is dan ook somber: filosofie is in de maatschappij niet langer een strenge wetenschap, maar de naam van een themafeest, zoals er ook filosofische barbecues, filosofische zwemlessen en filosofische stedentrips zijn. “Men kan zich afvragen wat daarop tegen is. Filosoof is immers geen beschermd beroep en 'filosofie' geen heilig woord. Daar zit iets in, al blijft het wrang dat mensen die alleen koketteren met filosofie zich zodoende een bepaald aureool toeëigenen dat zogenaamde 'echte' universitaire filosofen pas na jaren denkwerk, if at all, veroveren.”
Volgens Lievers heeft dit ook een kwalijke kant. De media nemen volgens hem het populaire beeld van de filosofie over en dat heeft zijn weerslag op de universiteit. Hij wijst in dit verband op het succes van Bas Haring. “Een sympathieke man die goed overkomt op televisie. De programmamakers hebben bedacht dat wat hij doet 'filosofie' is. Als gevolg daarvan wordt hij nu geafficheerd als filosoof, ofschoon hij dat vak niet gestudeerd heeft (als student Cognitieve Kunstmatige Intelligentie heeft hij wel een aantal filosofiecursussen gevolgd). De bestuurders van de Universiteit Leiden hebben na het zien van zijn programma's waarin Haring vragen bespreekt als waarom je in de trein niet behoort te masturberen, gedacht: 'Dat is nu eens filosofie die ik begrijp'. Vervolgens hebben ze hem benoemd tot hoogleraar in 'publiek begrip van wetenschap'. Bas Haring is dat van harte gegund, maar de consequentie is wel dat hij nu als hoogleraar in de maatschappij een autoriteit krijgt toebemeten die hij binnen de universitaire wereld, althans op filosofiegebied, niet bezit.”
Een tweede voorbeeld betreft Herman Philipse. Hij is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. “Door zijn mediacampagne tegen God trok hij de aandacht van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, waardoor hij nu op een positie zit waar minder mediagenieke filosofen jaloers op zouden zijn. Zo beïnvloedt het vrolijke, alomvattende, populaire beeld van de filosofie via de media de strenge, academische wijsbegeerte.”
De canonvorming in de filosofie in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw gestopt. Sindsdien, zo sombert Lievers, zijn er geen filosofische werken meer verschenen die echt iedereen die in het vak werkt gelezen moet hebben. De populaire filosofie en de academische wijsbegeerte drijven uit elkaar. In de populaire filosofie worden allerlei empirische vragen die je moet beantwoorden door de werkelijkheid te onderzoeken gepresenteerd als filosofische problemen. Dat leidt tot speculatieve pseudowetenschap. Aan de andere kant vlucht de academische wijsbegeerte bij gebrek aan zelfvertrouwen in de armen van de vakwetenschappen. Dit leidt tot de huidige situatie waarin mensen, en zeker niet de domsten, met de vraag naar de betekenis van het leven die zij als hun belangrijkste filosofische probleem ervaren, aankloppen bij academische departementen, alleen om er op gewezen te worden dat dat een belachelijke vraag is. Geen wonder dat ze elders naar toegaan en dat een blad als Filosofie Magazine naar filosofie zoekt op gebieden buiten de academische wijsbegeerte.”

Lievers kreeg repliek van oud-hoogleraar wijsbegeerte Hans Achterhuis, die zich persoonlijk aangevallen voelde (NRC).
“Als analytisch georiënteerd filosoof zweert hij deze bij strenge argumentatie en empirische gerichtheid. Maar wanneer hij zich buiten zijn vakgebied begeeft, lijkt hij alle vereisten voor een op feiten gebaseerde argumentatie aan zijn laars te lappen. Snerend schrijft hij over de Socrates Wisselbeker - die overigens niet zoals hij beweert voor "het beste", maar voor het meest prikkelende filosofieboek wordt toegekend. Deze prijs zou in de afgelopen jaren maar één keer aan een "echt filosofieboek" ten deel zijn gevallen. Omdat ik drie jaren deel heb uitgemaakt van de jury, verwacht ik argumenten. Waarom was Islamitische filosofie van Michiel Lezenberg geen echte filosofie? En wat was er mis met Cyberspace Odyssee van Jos de Mul?”
Zijn verwijt aan het adres van Haring vindt Achterhuis misplaatst. “Voor Lievers ben je alleen filosoof als je een vakopleiding hebt genoten. Daarom mag Bas Haring niet meedoen aan de Maand van de Filosofie. Die heeft alleen maar "een aantal filosofiecursussen gevolgd". Dat Haring met Kaas en de evolutietheorie en De ijzeren wil wijsgerige vragen over evolutie en kunstmatige intelligentie inzichtelijk presenteerde, telt niet.”
Of is er meer aan de hand, vroeg Achterhuis zich af? “Zijn voor Lievers de druiven zuur? Tot de boeken die werden ingezonden naar de Socrates Wisselbeker van 2003 behoorde Dat is waar. Een leesboek voor wie denkt dat hij niet denken kan van Menno Lievers. Waarom een boek ingestuurd voor een prijs die je beweert te verachten? Van een filosofisch getint betoog mag verwacht worden dat de auteur zich over de eigen positie buigt. Daarom ontkom ik er niet aan om ad hominem, tegen de persoon van Lievers, te argumenteren. Ik zou liever op de filosofie zijn ingegaan. Maar daar zegt Lievers helaas niets over.”
Achterhuis’ kritiek leverde een ingezonden stuk van Jan-Dirk Snels op. Hij was toen secretaris van de jury en in die hoedanigheid had hij zelf nagezocht welke wijsgerige, oorspronkelijk in het Nederlands gestelde boeken er in 2003 waren verschenen. Die boeken had hij vervolgens bij de uitgevers aangevraagd. “Niet Lievers heeft dus een boek ingezonden, ik heb het opgevraagd. Of uitgever De Bezige Bij met de auteur overlegd heeft, onttrok zich aan de waarneming van de jury.”

Analyse. Een missertje van Achterhuis? Volgens Achterhuis ontkwam hij er niet aan om ad hominem, tegen de persoon van Lievers, te argumenteren, omdat de laatste geen argumenten gaf voor zijn diskwalificatie van de nominaties voor de Socrates Wisselbeker. Nu geeft Lievers inderdaad geen nadere toelichting op zijn kwalificatie ‘echt filosofieboek’, maar impliceert dit dat een persoonlijke aanval op z’n plaats is? Elke auteur mag een stipulatieve definitie geven (en vooronderstellen) en er bestaat geen enkele reden om dat op voorhand af te doen met een persoonlijke aanval.
De enige conclusie die Achterhuis wel kan trekken, is dat Menno Lievers en hij van mening verschillen over de vraag wat de kwalificatie ‘echt filosofisch’ inhoudt.
Bovendien is er sprake van een stroman. Lievers relativeert zijn kritiek op de nacht van de filosofie namelijk door er herhaaldelijk aan toe te voegen dat dit evenement blijkbaar niet voor hem georganiseerd is: “…voor professionele filosofen is het dan ook niet bestemd…”, “…begrijpen dat sommigen daar de lol van in zien…”, “…men kan zich afvragen wat daar op tegen is…”.
Lievers heeft met name kritiek op de media, de universiteitsbesturen en de academische departementen die nalaten de academische filosofie te steunen.

De genomineerde titels voor de Socrates Wisselbeker 2009 zijn:
Hans Achterhuis, Met alle geweld.
René ten Bos, Het geniale dier.
Sjaak Koenis, Het verlangen naar cultuur
Jenny Slatman, Vreemd lichaam.
Jean Paul van Bendegem, Over wat ik nog wil schrijven.