BON over onderwijsvernieuwers (23/4)

Berichtgeving over onderwijs te eenzijdig? Docente Yolanda Steyns vindt van wel.

De hoogleraren Robert-Jan Simons (Universiteit Utrecht) en Koeno Gravemeijer (Technische Universiteit Eindhoven) nemen allebei deel aan het publieke onderwijsdebat in Nederland, maar het wordt ze, naar eigen zeggen - niet gemakkelijk gemaakt. Met hun positief-kritische bijdragen vinden ze weinig of geen gehoor bij de redacties van NRC en de Volkskrant, terwijl talloze klachten over het onderwijs in de afgelopen jaren wel afgedrukt werden (Scienceguide).
Deze constatering leverde een reactie op de site van BON, de anti-onderwijsvernieuwerssite, op: “Neem nu de bewering van 2 onderwijsprofs dat ze met hun positief-kritische bijdragen geen gehoor vinden bij de redacties van het NRC en de VK. Een opmerking waarmee je in je hemd staat als je na die bewering weigert om te speculeren over de reden. Genoemde kranten worden kwaliteitskranten genoemd en er is dus alle reden om aan te nemen dat de redacties de stukken van de hooggeleerde heren niet van voldoende kwaliteit achtten om in hun krant te publiceren. De NRC plaatst in haar opiniepagina graag tegenovergestelde meningen bij elkaar maar natuurlijk slechts dan als die meningen helder en geloofwaardig verwoord zijn. Het zou interessant zijn om te weten wat de redacties van genoemde kranten over de klacht van Simons en Gravemeijer denken.”, aldus een anonieme schrijver.
Analyse. Allereerst de bewering dat de twee hoogleraren “in hun hemd staan als ze niet willen speculeren over de reden (waarom hun stukken zelden geplaatst worden, RR.) Over de reden van de weigerachtigheid van de redacties doen Simons en Gravemeijer geen uitspraken, dus dat er een ‘speculatieplicht’ bestaat, is een volstrekt onredelijke bewering.
De conclusie – de stukken van Simons en Gravemeijer deugen niet - durft (?) de auteur echter niet te trekken. Maar de volgende redenering is geldig:

(1). Alleen als een stuk goed/helder/geloofwaardig is, plaatst het NRC een stuk
(2). Het NRC plaatst het stuk niet
(3). Dus: het stuk is niet goed/helder/geloofwaardig.

De eerste premisse is gebaseerd op een verzwegen premisse dat het enige motief voor het NRC kwaliteit is. Van enige ideologische voorkeur is geen sprake. Maar is die constatering terecht? In de eerste acht maanden van 2008 verschenen er in het NRC 53 negatieve artikelen over het onderwijs en slechts één positief verhaal. Over de hele linie wordt er in het NRC in die periode dus praktisch niets positiefs over het onderwijs gemeld.
Bovendien konden de auteurs hun stukken vroeger wel makkelijk kwijt in kwaliteitskranten. Het ligt niet voor de hand dat ze ineens slechter zijn gaan schrijven. Bovendien is het ook
(Terzijde. Er lijkt een kentering te komen in het publieke onderwijsdebat. Iemand als Thomas van Aalten, schrijver van een aantal prachtige boeken en journalist van de Volkskrant, probeert het debat vlot te trekken door meer aandacht aan de positieve ontwikkelingen in het onderwijs te besteden. Bovendien lijkt er door zijn toedoen wat meer evenwicht in het debat te komen. Onlangs kwamen mensen aan het woord die ik in de Volkskrant lang niet meer heb gehoord.)