Heleen Mees contra Rob Wijnberg (29/4)

Heleen Mees was deze maand voor de vijfde keer op televisie en deze keer om te vertellen dat er een nieuw programma op tv kwam, met haar, waarin vrouwen eindelijk eens een keer aan bod komen. Eén onderwerp waarover ze het met vrouwen wel eens wilde hebben, zo vertelde ze in het programma DWDD (27.4.09), was een artikel van filosoof Rob Wijnberg in het NRC over pronografie.
Zijn standpunt verwoordde ze letterlijk als volgt: “Vorig week zag ik van een collegacolumnist van NRC-Handelsblad een heel opvallend artikel, dat het taboe van masturbatie afmoest. En de strekking van dat artikel was, een, dat mannen het slachtoffer waren van porno en niet de vrouwen. Mannen die werden daar object. Mannen werden…, die willoos moesten ze gaan masturberen. Daar zou ik het wel eens met andere vrouwen over willen hebben. En het andere punt dat hij daar in maakte, was dat er een groot taboe op masturbatie was, en ik dacht ik kan me niet voorstellen dat daar nog een taboe op is.” Zelf masturbeerde ze. “Absoluut.”
En wat schreef essayist Wijnberg? “De meeste critici gaan er namelijk blind vanuit dat alleen meisjes 'slachtoffer' van die objectivering zijn: zij worden immers in de meeste porno gereduceerd tot lustobject. Maar dat verband is uiterst eendimensionaal. In de praktijk geldt de objectivering veel meer voor jongens: zij zijn het immers die worden gereduceerd tot 'hun lichaam' en aangezet om aan directe behoeftebevrediging te doen.” (NRC, 21.4.09).
Het enige verband dat met redelijke zekerheid kan worden gelegd tussen pornografie en gedrag, is dat het leidt tot meer zelfbevrediging. Hoewel uit recente grootschalige peilingen in de VS en Europa over het seksleven van mensen blijkt dat nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, is voor dit gegeven geen aandacht in de publieke discussies.
Dat de aandacht voor dit aspect van onze seksualiteit zo minimaal is, wijt de door Wijnberg aangehaalde filosoof Tuck aan het enorme taboe dat al eeuwen lang op masturbatie rust. “Door de opkomst van het christendom kwam zelfbevrediging te boek te staan als een 'immorele' vorm van seks, omdat het geen reproductieve functie had. En tijdens de Verlichting, eind achttiende eeuw, ontstond een ware ‘anti-masturbatiehysterie’, aldus Tuck. Het gevoel van schaamte dat zo geassocieerd raakte met masturbatie, is nog steeds aanwezig: vooral jongens beschouwen zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid. Niet voor niets gebruiken zij het woord 'rukker' als synoniem voor 'zielig figuur'.”
Vandaar dat Wijnberg meent dat scholen er dus veel verstandiger aan doen “hun lessen niet zozeer te richten op de objectivering van meisjes tot seksspeeltjes, zoals dat in pornografie gebeurt, maar vooral ook op de manier waarop jongens door die beeldcultuur gereduceerd worden tot hun seksuele driften. Het bespreekbaar maken van masturbatie zou daar een positieve bijdrage aan kunnen leveren. Het zou jongens namelijk kunnen aanmoedigen om hun behoeften niet uitsluitend op meisjes af te wentelen en hun 'mannelijkheid' niet enkel te definiëren in termen van hoeveel bedpartners ze hebben gehad.”
Analyse. Het ‘…veel meer voor jongens…’ verbastert Mees tot ‘…alleen maar…’. Ook het woord ‘taboe’ werd uit zijn context gerukt (ok, flauw). Wijnberg wijst er juist op dat enerzijds nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, en dat anderzijds vooral jongens zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid beschouwen. En daarom kan Wijnberg terecht van een taboe spreken.
.
(Zie voor de geschiedenis van de bestrijding van de zelfbevrediging mijn website 'kennis, wetenschap & filosofie'.)
.