Allochtonen geven meer dan autochtonen (28/5)

Allochtonen zijn guller dan autochtonen, meent Christine Carabain. Zij is deskundige op het gebied van etnische filantropie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar Lucas Meijs, hoogleraar vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, meent dat “geld geven aan een neefje in Marokko dat het moeilijk heeft, geen filantropie is” (Trouw, 28.5.09).
Carabain deed onderzoek naar het geefgedrag en concludeerde dat allochtonen in 2007 200 euro meer weggaven dan autochtonen. Zij vond dat de giften mee die allochtonen sturen naar familie, vrienden, geloofsgenoten en dorps- of stadgenoten in het land van herkomst ook onder filantropie vallen.
Carabain stelt dat het bij filantropie gaat "om geld dat je niet aan jezelf spendeert.”
Onjuist, meent econome Karen Maas, Zij is verbonden aan het Instituut voor Strategische Filantropie van de Erasmus Universiteit en vindt dat Carabain de grens te wijd heeft getrokken. Geven aan familieleden "is geen geven uit onbaatzuchtigheid. Je doet dat toch om er ook zelf beter van te worden. Je hoopt dat dat familielid jou helpt als jij onverhoopt geld nodig hebt.”
Ook hoogleraar Meijs is deze mening toegedaan: schenken aan familieleden of bekenden valt niet onder filantropie. Van filantropie is volgens hem alleen sprake als de gift ’ten algemene nutte’ is. Geven vanuit onbaatzuchtigheid bestaat volgens hem dan ook niet. "Dat is een eenzijdig standpunt. Sommige mensen slapen beter als ze geven. Van Moeder Teresa werd gezegd dat ze altruïstisch was, maar zij deed haar mooie werk misschien wel vooral omdat ze hoopte daardoor in de hemel te komen.”
Analyse. Carabain en Meijs & Maas definieren het begrip ‘filantropie’ elk op hun eigen wijze. Bij Carabain gaat het om geld, dat je niet aan jezelf spendeert; bij Meijs & Maas om het motief. De discussie tussen de wetenschappers kan niet worden beslecht met een verwijzing naar de empirische werkelijkheid. Het gaat om een conceptuele analyse: wat bedoelen we met het concept ‘filantropie’? Met name Meijs en Maas maken zich dan ook schuldig aan een categoriefout. Zij verwijzen naar die werkelijkheid om het ongelijk van Carabain aan te tonen. Zij hadden moeten verwijzen naar een conceptuele analyse. Maar dan nog staat het Carabain vrij om een eigen definitie te geven van het begrip.