CRvB over de geweigerde handdruk 2 (21/5)

Ook Ellian wond zich op over de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) in de zaak van de ontslagen docente economie van het Vader Rijn College te Utrecht, die geen handen meer wilde schudden van mannelijke collegae (Elsevier, 15.5.09). De CGB stelde de (reborn) moslima in het gelijk: de school mag niet indirect onderscheid maken op grond van godsdienst bij de arbeidsomstandigheden door de eis te stellen dat docenten bij het begroeten een hand moeten geven.
Nog even de feiten. Op de eerste schooldag, na de zomervakantie van 2006, stuurde zij een e-mail al haar collega’s dat zij vanwege haar geloofsovertuiging geen handen meer zou geven aan mannelijke collegae. Vervolgens werd zij door de schoolleiding geschorst en uiteindelijk, kort vóór de afloop van haar tijdelijk dienstverband, ontslagen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaf de school gelijk.
Onder het kopje ‘Argumentatie’ geeft Ellian aan waarom het oordeel van de CRvB een goede uitspraak is. Hoe bouwt de Leidse hoogleraar zijn argumentatie op? Als volgt:
1. Het standpunt van de CGB:
De Commissie Gelijke Behandeling stelde de (reborn) moslima in het gelijk: de school mag niet indirect onderscheid maken op grond van godsdienst bij de arbeidsomstandigheden door de eis te stellen dat docenten bij het begroeten een hand moeten geven.
2. Standpunt van de leidinggevenden van de school:
De leidinggevenden stelden het volgende: “De school waarbij betrokkene in dienst was, streeft een respectvolle omgang met elkaar na door het voorschrijven van een uniforme begroetingsregel eruit bestaande dat men elkaar bij gelegenheid een hand schudt. De openbare school wil openstaan voor een ieder en het propageren van de eigen levenovertuiging, godsdienstbeschouwing of politieke voorkeur acht de school niet gewenst. Voor de keuze van de begroetingsregel heeft de school zich aangesloten bij de in Nederland algemeen geaccepteerde fatsoens- en omgangsvormen.”
3. Weergave van het conflict:
Er is sprake van twee botsende belangen: de begroetingsregel versus de godsdienstige overtuiging.
4. Analyse van het conflict:
Allereerst stelde de rechter vast dat deze geloofsuiting zich in de openbaarheid manifesteert. Dat is belangrijk. Want het zou anders zijn als dit in de privésfeer gebeurde. Een geloofsuiting in de openbaarheid richt zich namelijk ook tot leerlingen, ouders en anderen. Hier ontstaat het probleem: ouders en hun kinderen wensen dat de normale normen en waarden in acht worden in genomen.
5. Standpunt van de rechter (CRvB):
De begroetingsregel is daarom, aldus de rechter, direct gerelateerd aan de functievervulling:
‘Het belang van de openbare school, gelegen in het voorkomen van segregatie en het bevorderen van de duidelijkheid in een multiculturele schoolgemeenschap, weegt in de gegeven omstandigheden zo veel zwaarder dan het door betrokkene nagestreefde belang bij verscheidenheid, dat de Raad van oordeel is dat de voorgeschreven begroetingswijze, te weten het schudden van handen, passend en noodzakelijk is te achten.’ De school werd dus in het gelijk gesteld.

6. Oordeel over het standpunt van de rechter:
Dit noem ik pas argumentatie en een juiste redenering.
7. Praktische gevolgen van de uitspraak:
Nu moet de Commissie Gelijke Behandeling zich aanpassen aan het geldende recht, namelijk deze uitspraak. En wat die moslima moet doen? Wees eerlijk, zoals de orthodoxe joden. Aanvaard de prijs van het zelfgekozen strenge islamitische geloof in een vrije samenleving.
Analyse. Het gaat mij met name om het zesde punt. Ellian is het eens met het standpunt van de CRvB, maar een toelichting ontbreekt. In het door Ellian aangehaalde oordeel is er, strikt argumentatief gezien, geen sprake van een afweging tussen de overweging van de school enerzijds en de overweging van de ontslagen docente anderzijds. Dat betekent overigens niet dat Ellian zich schuldig maakt aan een drogreden, maar een argumentatie geeft hij niet.

(Morgen zal ik nader ingaan op de argumentatie van de uitspraak van de Raad zelf.)