Heertje over Wilders (6/5)

In de peilingen is Geert Wilders nu de grootste politieke partij in Nederland. De nervositeit onder de Haagse politici, zo merkt Heertje op, is groot (RTLz, 4.5.09). De aandacht richt zich daarbij overwegend op het debat over de sluipende islamisering van de wereld. Ten onrechte, want volgens hem “vervult dit (welk?) debat dat de onvrede van de Nederlandse kiezer over de gevestigde politieke orde aan andere bronnen ontspruit.” Hij noemt de volgende bronnen.
De eerste bron is de excessieve en opzichtige beloningen van managers in het bedrijfsleven. Die roepen machteloze woede op van mensen op de werkvloer, die het werk moeten uitvoeren.
De tweede bron is de minachting in het onderwijs voor de belangen van leerlingen en studenten van de zijde van bestuurders, die grootschalige onderwijsinstellingen op grote afstand van docenten en onderwijzers managen.
De derde bron is de aanhoudende stroom van incidenten in de woningcorporaties, die alle neerkomen op het behartigen van vulgaire, egoïstische belangen. Het lijkt erop dat de sociale woningbouw verdwijnt.Heertje wijst op de benoeming van Calon.
De vierde bron is een stichting die een kasteel heeft gekocht ten behoeve van de zorg voor geestelijk gehandicapten.
De vijfde bron is de Anne Frank Stichting zich heeft ontwikkeld tot een voertuig voor grootscheepse beleggingen in vastgoed geeft in deze meidagen te denken.
De zesde bron is de Zuidas en de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Die staan bol van mismanagement.Heertje sluit zijn column af met de conclusie dat Wilders de onvrede in de samenleving over al deze wantoestanden belichaamt.
Analyse. Wat heeft Heertje nu eigenlijk beargumenteerd? Feitelijk helemaal niets. Hij zet een zestal feiten op een rij en poneert vervolgens dat de onvrede van de Nederlandse kiezer een andere bron heeft dan de islamisering. Daarmee is kennelijk het punt gemaakt, maar strikt argumentatief gezien raakt zijn betoog kant noch wal.