Joosten over Nederland als gidsland (17/5)

“Europarlementariërs en Gordon zijn aanmatigend”, meent Elsevierjournaliste Carla Joosten (Elsevier, 15.5.09). Zanger Gordon en enkele Nederlandse europarlementariërs willen in Moskou tegen de homofobie in Rusland protesteren. Geen goede zaak, meent Joosten: “Revoluties van buitenaf opdringen, levert weinig goeds op. Als het niet van onderop komt, gedijt het niet, zou je vermoeden.”
Ze vindt het wel logisch om respect voor mensenrechten te eisen van bedrijven waarmee je zaken doet. “En het zou mooi zijn als de EU alleen verdragen zou sluiten met landen die de democratie en mensenrechten respecteren. Maar moet de EU Rusland vertellen hoe het met homo’s om moet gaan? Het is toch wat aanmatigend om je eigen normen op te leggen aan anderen. Het tijdperk van het gidsland met het opgeheven vingertje is allang voorbij.”
Analyse. Weliswaar staan er in het stuk van Joosten geen drogredenen, maar de argumentatie is wel interessant. Het eerste probleem is dat Joosten in dit verband verwijst naar Nederland als gidsland. Gordon en de twee europarlementariërs hebben geen mandaat om namens de Nederlandse gemeenschap te spreken. Zij spreken m.i. dan ook namens zichzelf en hooguit namens de mensen die hen gekozen hebben.
“Nederlandse ambassades voeren zelfs een actief homobeleid. Andere lidstaten vinden dat maar raar”, aldus Joosten. Maar wie de link 'homobeleid' activeert, leest helemaal niets over ambassades en vindt ook geen onderbouwing van haar standpunt dat andere landen Nederland op dit punt vreemd vinden. Het woord ‘ambassade’ komt in die link helemaal niet voor.
En is het typisch Nederlands om op te komen voor de rechten van mensenrechten in het buitenland? De Belgische minister Karel de Gucht (Open VLD) hield een dag na het stuk van Joosten een pleidooi waarin hij de universaliteit van de mensenrechten verdedigde: “op het punt van de universele mensenrechten zal onze mentaliteit er desnoods een zijn van 'over mijn lijk'.” (DS, 16.5.09).
Op 18 december 2008 werd op initiatief van Nederland en Frankrijk én 64 andere lidstaten in de Algemene Vergadering een verklaring gepresenteerd die oproept een een einde te maken aan de strafbaarstelling van homoseksualiteit. Nederland was slechts één van de 66 initiatiefnemers. Typisch Nederlands?
Ook Joostens opmerking dat het geen pas heeft je eigen normen op te leggen aan Rusland, is interessant. Er zijn ook homo’s en wellicht een paar hetero’s in Rusland die net zo denken over homofobie in Rusland als Gordon en de twee europarlementariërs. Is het dan een kwestie van het opdringen van eigen waarden als de genoemde drie aansluiten bij waarden die ook in Rusland, zij het in een kleine minderheid, leven. In landen als Iran, Saoedie-Arabië en Sudan (waar op homoseksualiteit de doodstraf staat) zullen de ter dood veroordeelden hun staf niet als legitiem ervaren. ‘Opleggen’ in Joostens betoog impliceert dat als een meerderheid van de inwoners van een land vindt dat homo’s ter dood veroordeeld moeten worden, een protestactie tegen deze veroordelingen het opdringen van de eigen waarden is. Daardoor krijgt het begrip ‘opdringen’ een merkwaardige connotatie, namelijk aansluiten bij de ideeën van de minderheid.