Kluveld en de verschuiving van de bewijslast (24/5)

Amanda Kluveld bezocht onlangs het Nationaal Islam Congres gehouden (Vk, 22.5.09). Een van die sprekers was sjeik Khalid Yasin. “Hij gelooft dat de islam de macht in het Westen zal overnemen en in de Apollohal verheugde hij zich daar al zichtbaar op. De islam is volgens Yasin namelijk een superieur systeem van denken, geloven en leven dat niet voor niets in het Westen is neergestreken en wortel aan het schieten is. Westerlingen doen er verstandig aan om dit cadeau van Allah in dankbaarheid te omarmen.”
Zij volgde een workshop die de sjeik gaf ter empowerment van moslimvrouwen. “De aanwezige vrouwen werden door Yasin afgescheept met flauwe grapjes over homoseksualiteit, vrouwelijke premiers en mensen die een ander geloof aanhangen dan de islam. Aan het uitleggen van het ‘niet-moslims historisch paradigma’, dat hij op zijn PowerPoint had gezet en waar onder andere het feminisme, het vrouwenkiesrecht en de Verlichting toe werden gerekend, waagde hij zich niet. Yasin heeft op geen enkele manier duidelijk weten te maken waarom de islam goed zou zijn voor vrouwen. Maar de stelling dat de islam een superieur geloof is, heeft hij met zijn flauwe praatje bijzonder effectief ontkracht.”
Op het Nationaal Islam Congres confereerden orthodoxe islamieten die willen dat het Westen zich onderwerpt, vinden dat integreren een zwaktebod is, die de democratie als een inferieur systeem beschouwen en de sharia in Nederland willen invoeren. “Het is onbegrijpelijk en een teken van capitulatie dat de gemeente Amsterdam de Apollohal aan de organisatie van dit evenement heeft verhuurd.”
Haar conclusie: “niet de islam, maar de westerse cultuur is superieur”.
Analyse. Kluveld stelt dat de westerse cultuur superieur is. Haar argumentatie bestaat eruit dat ze wijst op het feit dat Yasin en een aantal andere orthodoxe islamieten, die op het congres aanwezig waren, niet konden duidelijk maken waarom de islam goed zou zijn voor vrouwen. Daarmee “heeft hij de stelling dat islam een superieur geloof is, (…) effectief ontkracht.” Dat is onjuist. Kluveld verschuift de bewijslast. Ook zij zal inhoudelijke argumenten moeten aandragen waarom de westerse cultuur superieur is. Het enkel verwijzen naar een gebrekkige argumentatie van iemand die tegengestelde mening is toegedaan, is onvoldoende.
Ook is haar betoog inconsistent waar het de passage “het is onbegrijpelijk (…) dat de gemeente Amsterdam de Apollohal aan de organisatie van dit evenement heeft verhuurd” betreft. De vrijheid van meningsuiting geldt kennelijk niet voor een opvatting die Kluveld niet zint. Maar om dan tegelijkertijd beweren dat de westerse waarden (zoals de vrijheid van menigsuiting) tot de laatste snik verdedigd moeten worden, is niet te rijmen met die passage (nog afgezien van het feit dat een weigering van de gemeente om de Appolozaal te verhuren onrechtmatig is (verg. HR 26 april 1996, NJ 1996, 728, Rasti Rostelli)).