Loth over Slapende rechters 1 (19/5)

“Een mislukt boek” was de kwalificatie van oud hoogleraar Marc Loth over het boek ‘De slapende rechter’ van Wagenaar, Van Koppen en Israels (NJB-blog). Loth, momenteel raadsheer “In verschillende hoofdstukken stuit de lezer op passages als: ‘een van ons kent dit dossier zeer goed doordat hij in opdracht van de rechter-commissaris als deskundige een uitgebreid rapport heeft geschreven’ (p. 22), ‘de ontoelaatbaarheid kan de rechters niet zijn ontgaan, want in het rapport van Wagenaar en Soppe was daar uitvoerig op gewezen’ (p. 42), ‘daarmee negeert het hof niet alleen een rapport van ons, maar …’ (p. 74), ‘de schriftelijke deskundigenverklaring (uitgebracht door een van de auteurs van dit boek)’ (p. 95), etcetera, etcetera. Voor auteurs die er zo kien op zijn om bij anderen belangenverstrengeling te ontwaren, is hier de zelfkritiek opmerkelijk afwezig. Hebben zij in deze zaken geadviseerd? Heeft de rechter hun deskundigenrapport niet gevolgd? Heeft dat tot frustraties geleid, worden hier rekeningen vereffend? Ik durf het niet aan te nemen en ik weet het echt niet, maar ik zou het wel zo wetenschappelijk hebben gevonden wanneer hier meer openheid en verantwoording was geboden.”
Analyse. Loth maakt zich schuldig aan een indirecte persoonlijke aanval: de rapporten van de auteurs zijn destijds door de rechtbank genegeerd en nu halen de drie wetenschappers hun gram. Weliswaar formuleert Loth zijn kritiek in de vorm van vragen (...heeft dat tot frustratie geleid…), maar dat is louter retoriek. Als hij het echt niet zou weten en hij het echt niet durfde aan te nemen, hoefde hij zijn kritiek ook niet te formuleren.
Deze retorische vraag vervangt het inhoudelijke argument en daarmee is het bij uitstek een drogreden.