Mees over Fennema & Tromp (2/5)

New York

Heleen Mees en Jan Tromp zijn lyrisch over de integratie in New York. Maar ze zijn blind voor de achterkant van dat systeem, vindt Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen (VK, 23.4.09).
Alle migranten krijgen daar volgens Mees een eerlijke kans om te integreren, omdat zij meteen aan de slag moeten. Maar haar voorbeelden zijn volgens Fennema nogal eenzijdig. “Steeds weer duikt de immer gedienstige doorman (conciërge) op als rolmodel voor de immigranten, samen met de taxichauffeurs en de bedienden in haar favoriete restaurants en supermarkt om de hoek. De ene is nog voorkomender dan de ander.” Dankzij hun arbeidsparticipatie worden migranten opgewekte naturen die altijd klaar staan om Mees ter wille te zijn.
Dat verwijt maakt Fennema ook voormalig Volkskrant-correspondent Jan Tromp. In zijn recent verschenen boek over zijn New Yorkse tijd, komt ook hij op de proppen met de doorman. “Maar vergeten Mees en Tromp allebei niet dat zij de achterkant van die etnische verhoudingen in New York helemaal niet zien? Dat zij buiten het bedienend personeel nooit een arme immigrant of African American te zien krijgen?”
Fennema's punt is dat één op de vier zwarte jonge mannen uit New York vast zit. In Brooklyn, waar Mees een appartement bezit met uitzicht op Manhattan, zijn tenminste 35 zogenaamde million dollar blocks. “Dat zijn huizenblokken waar zo veel mensen in de gevangenis zitten, dat de staat daar per blok meer dan 1 miljoen dollar aan gevangeniskosten betaalt. In dat bedrag zijn niet meegerekend de kosten voor de rechtsgang, voorarrest en voor reïntegratie van de ex-gedetineerden uit Brooklyn.” In die gevangenissen zijn zwarten en migranten sterk oververtegenwoordigd. Mees heeft, alleen al om die reden, maar een beperkt zicht op haar doelgroep.
“Mees pleit sinds kort voor het afschaffen van de bonussen in het bankwezen, die volgens haar een pervers effect gehad hebben. Maar zij pleit nog steeds voor een bonussysteem voor de etnische onderklasse. Het liefst ziet zij iedere immigrant werken voor een loon van 5 dollar per uur en een variabele fooienpot.”
Tromp is op zijn beurt niet gecharmeerd van de vergelijking met Mees (VK, 29.4.09). De ongelijkheid tussen arm en rijk in New York neemt alleen maar toe. “Het Bureau voor de Statistiek van de stad New York meldde in augustus vorig jaar dat het gat tussen rijk en arm, dat toch al het grootste is van alle staten in de VS, alleen maar groter wordt. De cijfers: 37 procent van het totale inkomen van de stad gaat naar 1 procent van de inwoners. De onderste 20 procent moet het doen met 3 procent van het totaal. Twee miljoen New Yorkers zijn niet verzekerd tegen ziektekosten. Van de acht miljoen New Yorkers leeft ongeveer 20 procent in armoede. Er bestaat een organisatie van vrijwilligers, City Harvest, die bij restaurants etensresten ophaalt en uitdeelt aan de behoeftigen.”
Heleen Mees vindt, zo stelt Fennema, dat een verlaging van het minimumloon in New York de beste weg is naar een snelle integratie van immigranten. "Het minimum uurloon ligt nu op 7 dollar 15", zo gaat Tromp verder. "Mees zou volgens Fennema liever zien dat het laagste uurloon 5 dollar bedroeg. Het is niet dat het heel erg is, maar leuk is het voor niemand op één lijn te worden geplaatst met Heleen Mees. Ze koestert merkwaardige opvattingen. Zo zou ze graag zien dat er dwangarbeid komt voor gestudeerde vrouwen die niet fulltime werken omdat ze ook nog voor de kinderen willen zorgen. In New York lijkt ze Madame de Pompadour te willen uithangen, de maitresse van de Zonnekoning Lodewijk XV: ‘Als ik in Nederland ben en geen winterjas heb, stuurt de portier er eentje van mij op’, zei ze vorige week in een interview met Vrij Nederland.
Fennema heeft groot gelijk als hij aandacht vraagt voor wat hij ‘de achterkant van de etnische verhoudingen in New York’ noemt.”
Mees reageerde meteen en een dag na het verschijnen van Tromps stuk, stond haar boze brief al in de Volkskrant. “Wat is er aan de hand met Meindert Fennema (Forum, 24 april) en Jan Tromp (Forum, 29 april), dat ze menen mijn woorden zo te moeten verdraaien? Zouden ze jaloers zijn?”
Ze had immers nooit beweerd dat het minimumloon in New York moet worden verlaagd van 7 dollar 25 naar 5 dollar. In haar boek Tussen hebzucht en verlangen stond volgens Mees alleen dat de bruto loonkosten op minimumniveau in Nederland te hoog zijn, namelijk 15 tot 20 euro bruto per uur (inclusief werkgeverslasten en btw, cijfers afkomstig van het Centraal Planbureau). Daardoor krijgen laagopgeleide migranten in Nederland niet de kansen op de arbeidsmarkt die ze in New York wel krijgen.
Analyse. Allereerst Fennema. Zijn verwijt richting Tromp is onterecht. Weliswaar heeft de laatste het in zijn boek, net als Mees, over de doorman, maar niet als het summum van de integratie. De context in Tromps boek is heel anders.
Mees begint haar boze brief met een persoonlijke aanval in de vorm van een retorische vraag: zijn Fennema en Tromp jaloers?
Strikt genomen heeft Mees het nergens over de verlaging van het minimumloon tot 5 dollar. Mees stelde wel eerder (NRC, 24.11.07) “dat het minimumloonniveau in New York imet iets minder dan 8 dollar per uur redelijk vergelijkbaar is met dat in Nederland, alleen komen er in New York geen extra lasten voor de werkgever bij. Dat zou in Nederland ook zo moeten zijn. Onder die voorwaarden kan de uitkeringsduur over de hele linie worden beperkt, bijvoorbeeld tot zes maanden. Voorzover er daarna nog enige vorm van ondersteuning wordt geboden mag dat alleen in een vorm die eraan bijdraagt dat mensen economisch zelfstandig worden.” Dus nog minder dan 5 dollar.
Feit is dat Mees door zowel Tromp als Fennema wordt bekritiseerd vanwege het feit dat haar waarneming nogal eenzijdig is. Een minder succesvolle groep, de bajesklanten, onttrekt zich aan het zicht van Mees. Op dat punt heeft Mees wat uit te leggen. De voorbeelden van ‘geslaagde integratie’ beperken zich inderdaad tot enkele categorieën. Temeer daar Mees eerder (NRC, 24.11.07) beweerde dat de aanpak van Guiliano (mensen uit de bijstand te halen én voor werk te zorgen) “ertoe dat New York – ooit berucht vanwege de onveiligheid op straat – de veiligste stad werd van alle grote steden in de Verenigde Staten.”
Maar dit verband is alles behalve vanzelfsprekend. Levitt, hoogleraar economie aan de universiteit van Chicago, heeft een heel andere verklaring dan voormalig burgemeester Guiliano en Mees. Uit zijn onderzoek blijkt dat door de verruiming van de abortuswetgeving de criminaliteit daalde als gevolg van het feit dat het aantal geborenen in kansarme éénoudergezinnen afnam. Er was dan wel sprake van een interval van dertien jaar. Dat heeft te maken met het gegeven dat de criminele carrière van kansarme jongeren min of meer op dertienjarige leeftijd start. Een abortus bij een zestienjarige zwanger meisje (dat als jonge moeder zelf de kost moet gaan verdienen) betekent dertien jaar later één potentiële crimineel minder. Steden die bleven vasthouden aan een verbod op abortus, maar net als New York een zero-tolerancebeleid voerden, lieten slechts een marginale daling van de criminaliteit zien. (Zie: Steven D. Levitt, Understanding Why Crime Fell in the 1990’s: Four Reasons That Explain the Decline and Six That Do Not. Journal of Economic Perspectives 18, 2004 (pp. 163-190). )
Overigens goochelt Mees met de cijfers. Het bruto minimumloon inclusief het werkgeversaandeel is nu ongeveer 12,60 euro. Waar Mees in 2007 de 15 euro vandaan haalt, is mij niet duidelijk.