Nicolai en zijn drogredenen (11/5)

Paleis van Justitie in Den Bosch
“Vrijheid van meningsuiting is voor mij het allerbelangrijkste”. Deze ontboezeming kwam uit de mond van VVD-kamerlid Nicolai. Hij heeft een wetsvoorstel ingediend om deze vrijheid te verruimen. In het Buitenhof (10.5.09) mocht hij uitleggen waarom.
Hij maakt zich grote zorgen over een ontwikkeling in Nederland: iedereen wordt steeds banger om te zeggen wat hij wil zeggen. Politici, cabaretiers en andere mensen worden steeds vaker bedreigd en dat hebben we sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer gezien.
Sommige mensen erkennen dat en anderen niet, maar ook die houden zich toch steeds meer in. Daarover zegt hij in de uitzending het volgende: “We zien een ontwikkeling van mensen – en dat is grotendeels veroorzaakt door de immigranten en mensen met een islamitische achtergrond ook niet gewend zijn om op die manier met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van het woord om te gaan (…) Je ziet dat mensen die dat uit hun herkomstlanden niet gewend zijn, veel sneller zich ook echt bedreigd voelen, misschien, en ook niet gewend zijn als iemand (van hen door) jou beledigd (wordt), kan je twee dingen doen: of scherp terug praten of je kan het negeren. Maar je grijpt niet naar het mes. Je gaat niet iemand reëel bedreigen.” (…)
“De wet geeft de ruimte voor Openbaar Ministerie om een cartoonist van zijn bed te halen. Gregorius Nekschot, die is gewoon, die schrijft cartoons, die maakt cartoons en die is van zijn bed gelicht omdat dat beledigend zou zijn. We hebben de uitspraak van het Hof in Amsterdam gezien dat Wilders vervolgd moet worden, omdat volgens het Hof in Amsterdam de wet zegt ‘ook als je iemands geloof beledigt, beledig je die mensen en dan moet je vervolgd worden.’” Wilders is niet veroordeeld, stelde de interviewer. “Deze stappen zijn in ieder geval genomen. Ik maak me daar grote zorgen over.”
Haatzaaien zonder aan te zetten tot geweld moet volgens Nicolai niet strafbaar worden gesteld. Als grove uitspraken worden gedaan in het kader van het maatschappelijk debat, dan mag dat geen aanleiding zijn voor een strafrechterlijke veroordeling. De uitspraak ‘Islamieten zijn een gevaar voor de samenleving’ moet kunnen, mits deze uitspraak niet aanzet tot geweld. “Als je ziet als de rechter 'hij zegt dit en eigenlijk wil hij daarmee ook mensen aanzetten tot het belagen van moslims', dan mag het niet”.
‘Joden zijn gevaarlijk’ en ‘homo’s zijn varkens’ mogen dus, zo gaf Nicolai toe. Dat een dominee op basis van de vrijheid van godsdienst van de rechter mag zeggen dat homoseksualiteit een vieze vuile zonde is, vindt Nicolai een schandelijke redenering van de rechter, want waarom zou je op basis van je levensovertuiging meer mogen zeggen dan iemand anders. De Hoge Raad heeft deze uitspraak volgens Nicolai dan ook terecht gewijzigd: de dominee mocht dit zeggen op basis van de vrijheid van meningsuiting. En als je geen link kunt leggen met geweld, dan mag een kwetsende uitspraak niet verboden worden.
Discriminatie in woord moet kunnen. Nicolai vindt alleen discriminatie in daad strafbaar.
Maar, zo vroeg de interviewer zich af, leiden woorden niet uiteindelijk tot daden. “Je blijft altijd verantwoordelijk voor je eigen handelen. Maar zolang je niet kunt zien dat zo’n uitspraak aanleiding is tot geweld, vind ik dat dit moet kunnen.”
Analyse. Het betoog van Nicolai verschuift tot driemaal toe. Eerst mogen alle uitspraken tenzij deze uitspraken aanzetten tot geweld. Maar later blijkt het niet louter om het aanzetten tot geweld te gaan, maar om de intentie om aan te zetten. In die zin zwakt Nicolai zijn criterium af (maar bemoeilijkt de bewijsvoering). Weer later blijkt dat beledigingen in het kader van een maatschappelijk debat moeten kunnen. In het betoog wordt niet duidelijk hoe de drie criteria zich tot elkaar verhouden.
De voorbeelden, die Nicolai aanhaalt, zijn irrelevant. Noch Nekschot, noch Wilders zijn veroordeeld. Waar Nicolai tegen ageert, is feitelijk de handelswijze van het OM. Het is nog maar de vraag of het OM conform de wet vervolgd. Maar, en dat is belangrijker, ‘vervolgen’ is iets anders dan ‘veroordelen’. Omdat hij het vervolgen door het OM niet wenselijk acht, wil hij de wet veranderen waarop een rechter oordeelt. Dit zijn echter twee verschillende zaken.
Bovendien is er volgens mij sprake van een overhaaste generalisatie in de volgende redenering: “Je ziet dat mensen die dat uit hun herkomstlanden niet gewend zijn, veel sneller zich ook echt bedreigd voelen misschien, en ook niet gewend zijn als iemand jou beledigd, kan je twee dingen doen: of scherp terug praten of je kan het negeren. Maar je grijpt niet naar het mes. Je gaat niet iemand reëel bedreigen.” Islamieten die zich beledigd voelen, grijpen naar het mes. (Niet alle islamieten behoren tot de Wahabi’s.)
Ook mensen die de noodzaak van zijn wetsvoorstel niet erkennen, zeggen volgens Nicolai minder dan voorheen. Op deze wijze haalt Nicolai zijn gelijk wel erg makkelijk binnen. Nicolai ontduikt de bewijslast.
De redenering ‘een dominee op basis van de vrijheid van godsdienst van de rechter mag zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, impliceert dat iemand op basis van zijn levensovertuiging meer mag zeggen dan iemand anders’ is onjuist. Een vrijspraak op basis van de vrijheid van godsdienst impliceert niet een veroordeling van iemand die zich niet kan beroepen op de vrijheid van godsdienst. Hij kan op basis van de vrijheid van meningsuiting worden vrijgesproken.
N.b.: wat mij opviel, is het slechte taalgebruik van Nicolai. Als je iemand letterlijk weergeeft, lopen zinnen vaak niet. Dat is op zich genomen niet bijzonder, maar bij Nicolai viel het wel erg op.