Relatief versus absoluut (5/13)

De kleinschalige school

Beloon scholen niet langer voor fusies, was de hartenkreet van Jan Willem Lackamp, rector van een middelbare school in Oss (NRC, 11.5.09). Scholen die niet wensen uit te dijen door de theoretische leerweg aan te vullen met een praktische leerweg, lopen volgens hem inkomsten mis. Voor de school van de rector betekent dat een inkomstenderving van maar liefst acht procent. “Elk jaar 8 procent minder krijgen dan je toekomt, betekent dat je structureel minder docenten kunt aanstellen. Als je niet wilt beknibbelen op de kwaliteit van het onderwijs, dan kan dat alleen door leraren meer lessen te laten geven of de klassen groter te maken. En vergroot je de werkdruk van docenten.” Een fusie met een school die beroepsgericht onderwijs aanbiedt, levert hem weliswaar zes ton op, maar kost hem de zelfstandigheid. En dat is spijtig, aldus de rector.
Analyse. Een vreemde redenering. Omdat zijn school niet is gefuseerd, loopt hij inkomsten mis. Maar die inkomsten had hij vroeger evenmin. De vraag is dan waarom zijn docenten meer lessen moeten geven of de klassen vergroot moeten worden. De bewering van Lackamp, dat hij niet aan de kwaliteit van het onderwijs wil tornen, is dan ook volstrekt onbegrijpelijk.
De feitelijke situatie is dat op zijn school docenten hetzelfde aantal lesuren zijn blijven geven en dat de klassengrootte niet gewijzigd is. Gefuseerde scholen krijgen, door die fusie, verhoudingsgewijs meer geld en kunnen eventueel hun klassen verkleinen. In verhouding tot de gefuseerde scholen wordt de school van de rector armer, maar absoluut gezien, blijven de inkomsten constant.
Het ministerie in 2005 deze ongelijkheid wilde herstellen door gefuseerde scholen evenveel te geven als niet-gefuseerde scholen. En niet, zoals de rector wilde, niet-gefuseerde scholen evenveel te geven als gefuseerde scholen. (In het eerste geval krijgen gefuseerde scholen minder en in het tweede geval krijgen niet-gefuseerde scholen meer.)
De rector verwart een relatieve met een absolute vergelijking. Relatief krijgt zijn school minder, maar absoluut gezien krijgt hij hetzelfde.
Dit misverstand zien we ook op een andere manier terug in het betoog van deze rector. Anders dan de rector betoogt, krijgt hij niet elk jaar 8 procent minder, maar hij krijgt jaarlijks 8 procent minder dan gefuseerde scholen.