Rutte en de vrijheid van meningsuiting (30/5)

“Het is verbazingwekkend hoe ook 'de vrienden' van Rutte, Hans Wiegel en Frans Weisglas meedoen aan deze hatelijke campagne tegen Mark Rutte”, aldus de Leidse hoogleraar Ellian (Elsevier, 29.5.09).
Analyse. De controverse wordt door de media breed uitgemeten, maar de vraag is of er wel sprake is van een echt meningsverschil. Gisteren schreef ik al dat de inconsistentie niet bestaat: “Hij (Van Baalen, RR.) zei op Radio 1 dat ontkenning van de Holocaust wel bestraft moet blijven worden als aanzetten tot haat. Dat is niet in tegenspraak met het voorstel van Rutte & Nicolaï. Dat blijkt uit zijn argumentatie. Anders dan Rutte, is hij van mening dat Holocaustontkenners het achterliggende doel kunnen hebben haat te zaaien en geweld te gebruiken tegen Joden. Maar als dat laatste inderdaad het geval is, dan zal ook Rutte niet principieel tegen een verbod zijn. De vrijheid van meningsuiting mag in de ogen van Rutte alleen worden beperkt als er wordt opgeroepen tot geweld of als er sprake is van een intentie tot het oproepen van geweld.”
Inmiddels heeft Rutte gereageerd: het ontkennen van de Holocaust moet strafbaar blijven als er sprake is van aanzetten tot geweld (NRC, 29.5.09). Het enige verschil is dat Van Baalen meent dat dit inherent is aan de ontkenning van de Holocaust en dat Rutte zich kan voorstellen dat er incidenteel een uitzondering kan zijn. Feitelijk is er geen tegenstelling tussen zijn standpunt en dat van Rutte. (Toevoeging: de inhoudelijke argumentatie van Wiegel en Weisglas ken ik niet. Weisglas is het met Van Baalen eens, meldt het AD.)