Rutte en de vrijheid van meningsuiting 2 (31/5)

Het NRC maakt zich schuldig aan de vertekening van het standpunt van Rutte. In deze krant stond het volgende (NRC, 29.5.09):
‘Vandaag benadrukt Rutte dat er wel degelijk situaties denkbaar zijn waarin het ontkennen van de Holocaust strafbaar is: “Als een studeerkamergeleerde die van de weg is geraakt dat zegt, zonder enige bijbedoeling, terwijl bibliotheken vol staan met boeken die bewijzen dat het wel heeft plaatsgevonden, dan mag hij dat zeggen”, aldus Rutte vanmorgen. Maar omdat Holocaust-ontkenning volgens Rutte „bijna altijd plaatsvindt in de context van het aanzetten tot geweld”, zal het ook onder de door hem gewenste wetswijziging gewoon strafbaar blijven. De VVD wil de vrijheid van meningsuiting verruimen en het zogenaamde ‘haatzaai-artikel’ uit het Wetboek van strafrecht schrappen. Ook wil de VVD dat er strafvermeerdering komt voor hen die het vrije woord bedreigen.’
Analyse. Rutte benadrukt volgens het NRC dus dat er wel degelijk situaties denkbaar zijn waarin het ontkennen van de Holocaust strafbaar is. Maar uit het citaat blijkt dat Rutte de facto stelt dat Holocaust-ontkenning volgens hem bijna altijd plaatsvindt in de context van het aanzetten tot geweld en dus ook onder de door hem gewenste wetswijziging gewoon strafbaar blijft.
Met andere woorden, de correcte weergave van het standpunt van Rutte is, dat er situaties zijn waarin het ontkenning van de Holocaust niet strafbaar is.