Rutte, Nicolaï en de vrijheid van meningsuiting (29/5)

Het voorstel van het Kamerlid Nicolaï (VVD) tot verruiming van de vrijheid van meningsuiting viel niet in goede aarde bij Trouw, getuige het Commentaar (27.5.09). “Nicolaï wil dat je in onze democratische samenleving alles moet kunnen zeggen, zolang je niet oproept tot geweld en zolang de uitspraken worden gedaan in het kader van het publieke debat. Ruim baan dus voor het vrije woord, en dat is volgens Nicolaï ook goed om de boel bij elkaar te houden. Het is volgens de liberaal niet (langer) nodig bevolkingsgroepen tegen belediging te beschermen en het aanzetten tot haat en discriminatie te verbieden.”
Alleen is het volgens Trouw nog maar de vraag of de liberalen zelf in staat zijn er consequent naar te handelen. Enkele weken terug stemde de fractie in de Tweede Kamer tegen de aanstelling van de moslim Ali Eddaoudi tot geestelijk verzorger in de krijgsmacht vanwege de ’foute opvattingen’ die hij in het verleden als columnist had verkondigd. “De fractie bedoelde daarmee opvattingen ’die strijdig zijn met de waarden en normen van onze rechtsstaat’. Hoe verhoudt zich dat stemgedrag met het voorstel van Nicolaï?”
Eerder pleitte de VVD voor vervolging van het orthodox-protestantse Kamerlid Van Dijke en de imam El Moumni wegens hun krachtig verwoorde afwijzing van homoseksualiteit. “De VVD wekt dus ten minste de indruk minder ruimhartig tegenover het vrije woord te staan zodra dit haar niet bevalt of dit althans kwetsend is jegens een bepaalde groep in de samenleving.”
“Waar zij zelf dus niet ongevoelig blijken voor het effect van woorden, is het verrassend dat de liberalen nu een bijna absolute uitingsvrijheid bepleiten. Dat moet je maar met droge ogen durven uitspreken als je zelf keer op keer blijk geeft van lange tenen.”
Analyse. Is er sprake van een inconsistentie? Ik denk van niet. De argumentatie van Rutte en De Krom is dat Eddaoudi weliswaar mag zeggen wat hij wilt, maar dat zijn functioneren als imam in het leger problematisch is. Dat is iets anders dan een pleidooi voor een strafrechtelijk verbod op het uiten van bepaalde meningen.
Namens de VVD zei Rijpstra in de kwestie-El Moumni dat de wet maar voor één uitleg vatbaar moet zijn: “Blijkbaar is het nu zo dat religie voor de rechter altijd geldt als hogere wetgeving. We moeten naar een grondwet die maar op één manier is uit te leggen: dat je een grens over gaat zodra je anderen schade berokkent. Zeggen wat je denkt of gelooft mag, zolang je anderen niet beledigt of discrimineert.” Maar dat was wel in 2001.
VVD-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen Van Baalen is het evenmin eens met Rutte (Trouw, 28.5.09). Hij zei op Radio 1 dat ontkenning van de Holocaust wel bestraft moet blijven worden als aanzetten tot haat. Dat is niet in tegenspraak met het voorstel van Rutte & Nicolaï. Dat blijkt uit zijn argumentatie. Anders dan Rutte, is hij van mening dat Holocaustontkenners het achterliggende doel kunnen hebben haat te zaaien en geweld te gebruiken tegen Joden. Maar als dat laatste inderdaad het geval is, dan zal ook Rutte niet principieel tegen een verbod zijn. De vrijheid van meningsuiting mag in de ogen van Rutte alleen worden beperkt als er wordt opgeroepen tot geweld of als er sprake is van een intentie tot het oproepen van geweld.