Separatie (8/5)

Nederland scoort in Europa het hoogst als het gaat om separatie, eenzame opsluiting van psychiatrische patiënten, aldus Tineke Abma, Guy Widdershoven, Elleke Landeweer en Yolande Voskes van het Metamedica/EMGO instituut (Trouw, 20.4.09). Het gaat dan per jaar gemiddeld om dertig ernstig zieke mensen zijn die langer dan een jaar zijn opgesloten.
Separatie is een noodmaatregel en mag slechts bij hoge uitzondering worden toegepast, menen deze vier. “Bekend is namelijk dat cliënten na verloop van tijd in een isoleercel het besef van tijd, omgeving en zichzelf verliezen. Zij keren in zichzelf, stemmen en wanen worden steeds dominanter. De verveling en eenzaamheid maken dat gevoel van verantwoordelijkheid en perspectief verdwijnen.”
Een van de oorzaken van het hoge aantal separaties is de tekortschietende zorg en begeleiding van cliënten in de wijk en buurt. Ze pleiten dan ook voor een gespecialiseerde afdeling, waardoor je ernstig zieke cliënten (verward, fysiek zwak, veel medicatie) op kunt opvangen. Een dergelijke ontwikkeling zal het vak meer status geven en daardoor ook beter gekwalificeerd personeel aantrekken.
In de huidige situatie houdt de lage personeelbezetting direct verband met het aantal separaties. Bovendien is het contact met de verpleegkundigen en de psychiater is vaak onpersoonlijk en beperkt en cliënten geïrriteerd en onrustig door elkaar. Kleinschaliger opvang zou veel problemen voorkomen.
Elnathan Prinsen, psychiater in opleiding, stelt dat de berichtgeving over het toepassen van separatie vaak zeer eenzijdig en ongenuanceerd is (Trouw, 1.5.09)). Dat is geldt ook voor het hierboven besproken artikel van de drie beleidsmedewerkers en de filosoof. Separatie wordt binnen alleen in crisissituaties toegepast om onmiddellijk gevaar van de patiënt voor zichzelf of anderen af te wenden en alleen in het kader van de wet. Het is met andere woorden onderdeel van een behandeling waaraan al een juridische basis ten grondslag ligt.
Abma c.s. stellen dat ’eenzame opsluiting’ niet meer van deze tijd is en dat de politiek maatregelen moet afdwingen om separeren uit te bannen. Deze stelling suggereert volgens Prinsen dat de beroepsgroep zelf geen problemen heeft met het toepassen van dwang en dat er te gemakkelijk toe wordt overgegaan. Deze suggestieve aanklacht naar de gehele geestelijke gezondheidszorg is onterecht en draagt ook in het geheel niet bij aan een betere zorg voor patiënten in de psychiatrie. “Separatie, evenals andere vormen van dwang, worden niet als straf of voor de lol toegepast. Dwangmaatregelen worden in uiterste gevallen toegepast binnen het kader van een medische behandeling.”
In het buitenland wordt meer gebruikt gemaakt van fysieke-, mechanische- en chemische fixatie (vasthouden, vastbinden of platspuiten). Of die maatregelen beter of slechter (of veiliger of menselijker) zijn dan separatie is volgens Prinsen nooit aangetoond en hierover is ook geen consensus onder de beroepsgroepen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Ook de mening van patiënten over de verschillende maatregelen is verre van eenduidig, want uit onderzoek blijkt lang niet alle patiënten negatief te zijn over separatie.
Het streven binnen de psychiatrie is om zo min mogelijk dwang toe te passen. “Maar agressie komt nu eenmaal voor als onderdeel van psychiatrische stoornissen. Er zal toch een manier gevonden moeten worden om patiënten, die een acuut gevaar voor zichzelf of anderen vormen binnen een afdeling, zo goed mogelijk te behandelen en het gevaar zo snel mogelijk af te wenden”, aldus Prinsen.
Bij enkele zeer ernstig zieke patiënten die niet reageren op welke behandeling dan ook, kan het voorkomen dat een langdurige dwangmaatregel nodig is.
Analyse. Prinsen gaat wel erg gemakkelijk aan de argumentatie van de anderen voorbij:

“Separatie wordt binnen alleen in crisissituaties toegepast om onmiddellijk gevaar van de patiënt voor zichzelf of anderen af te wenden en alleen in het kader van de wet.”, schrijft zij.
Waar komen dan de cijfers van Abma e.a. vandaan? Zij wijzen op het onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidzorg. Uit dat onderzoek blijkt dat er gemiddeld jaarlijks dertig ernstig zieke mensen zijn die langer dan een jaar zijn opgesloten. Bij eenderde van de instellingen schiet de eerste opvang van de patiënten tekort. Omdat tal van zaken organisatorisch niet goed geregeld zijn, leidt tot dit onnodige separatie.
Maar welke bron Prinsen hanteert, wordt niet duidelijk.

“Separatie, evenals andere vormen van dwang, worden niet als straf of voor de lol toegepast.” Dat beweren Abma e.a. ook nergens. Ze wijzen onder meer op organisatorische zaken.

“…drie beleidsmedewerkers en een filosoof …”
Eigenlijk een retorische truc om het - vermeend - gebrek aan autoriteit aan de orde te stellen.

“Abma c.s. stellen dat ’eenzame opsluiting’ niet meer van deze tijd is en dat de politiek maatregelen moet afdwingen om separeren uit te bannen. Deze stelling suggereert dat de beroepsgroep zelf geen problemen heeft met het toepassen van dwang en dat er te gemakkelijk toe wordt overgegaan.”
De suggestie dat de beroepsgroep zelf geen problemen met separatie heeft, zit niet in het artikel van de vier. De auteurs geven namelijk aan wat de oorzaken van de separatie zijn en daarbij hoort niet dat de beroepsgroep geen enkel probleem heeft met separatie.

In het buitenland wordt meer gebruikt gemaakt van fysieke-, mechanische- en chemische fixatie (vasthouden, vastbinden of platspuiten). Of die maatregelen beter of slechter (of veiliger of menselijker) zijn dan separatie is nooit aangetoond en hierover is ook geen consensus onder de beroepsgroepen binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Dit is een 'false dilemma' in de zin dat niet een kwestie is van òf platspuiten, òf separeren. De auteurs staat in elk geval een andere behandelwijze voor ogen en dit in een kleinschalige organisatie.