De argumentatie van Heleen Mees gefileerd (29/6)

Kredietcrisis. Ritz.
Met een “Het trio (Bos, Zalm en Wijn) laat zien dat het old boys network zich stevig heeft genesteld in de Haagse politiek. Geen wonder dat het graaien niet ophoudt.” Eindigt Mees de aanval op Bos (NRC, 25.6.09).
We zullen haar betoog nader analyseren.

1. Haar betoog begint met de constatering dat de economie overal in de wereld weer “groene scheuten” laat zien. In het bijzonder doen, economisch gezien, China en de VS het goed. Nederland doet het niet goed.
(Kennelijk krijgen we een verklaring waarom overal in de wereld het beter gaat, behalve in Nederland.)

2. Dan volgt de constatering dat ondanks de economische ontwikkelingen in de wereld, China en de VS de wereldeconomie langs de afgrond is gescheerd. De krimp van de wereldeconomie vertoont de afgelopen twaalf maanden schrikbarend veel overeenkomsten met de economische ontwikkeling aan het begin van de Grote Depressie.
(Hoe deze passage zich verhoudt tot de eerste alinea, is volstrekt onduidelijk. Relevant is die informatie niet als de wereldeconomie het kennelijk weer beter doet. Uit de eerste alinea blijkt dat het kennelijk allemaal toch wel weer meevalt.)

3. Als het economisch herstel zich doorzet, zal deze crisis gauw weer vergeten zijn, meent Mees. “De uitverkiezing van Gerrit Zalm tot beste minister van Financiën sinds 1900 door economen en financieel journalisten ‘omdat hij in goede tijden de hand op de knip hield’ is het beste bewijs dat het bijster slecht gesteld is met het collectieve geheugen van mijn vakgenoten. Het is daarom des te zorgelijker dat er tot nog toe slechts halfslachtige voorstellen zijn gedaan voor de hervorming van de financiële regelgeving.”
(De eerste regel (economisch herstel en crisis), de tweede regel (de uitverkiezing van Zalm) en de derde regel (het gebrek aan herzieningsvoorstellen voor de financiële wereld) bevatten ieder een eigen thema. Eigenlijk, zo zal verder blijken, zijn de eerste drie alinea’s volstrekt overbodig.
Er is kennelijk iets mis met Zalm. Maar wat? Niet dat hij geen maatregelen heeft genomen om de financiële regelgeving te hervormen, want dat wordt in de volgende zin aangehaald. Het verband tussen het geheugen van vakgenoten en de constatering dat het '...daarom des te zorgelijker...' ontgaat me, met name de toevoeging 'daarom'.)

4. In de vierde alinea wordt de Amerikaanse minister van Financiën, Timothy Geithner, als lichtend voorbeeld opgevoerd. “Hij heeft tenminste een plan voor de hervorming van de financiële regelgeving ontvouwd. Hoewel het een aantal goede aanzetten bevat, gaan de aangekondigde maatregelen lang niet ver genoeg." Er volgt een toelichting over eentekortkoming.
(Nog voordat Mees zijn plannen weergeeft, begint ze al met het bekritiseren van die plannen.)

5. Dan volgt een beschrijving van de plannen.
(Het is niet erg logisch om eerst, in alinea 4, met de kritiek te beginnen en pas daarna met de beschrijving.)

6. In de zesde passage komt Mees weer – net als in alinea 4 - met kritiek op die plannen. “Bovendien lijken die plannen in al zijn vaagheid akelig veel op het ‘duurzame beloningsbeleid’ dat minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) predikt – maar niet handhaaft.” De VS werd eerst als lichtend voorbeeld gesteld, maar nu blijken de plannen van Geithner niet veel anders te zijn dan die van Bos. De eerste alinea ging over het onderscheid tussen enerzijds de wereld, China en de VS en anderzijds Nederland. Nu blijkt dat de plannen van Geithner en Bos nauwelijks verschillen.
(Eerder, in de vierde alinea, betoogde Mees dat Geithner “tenminste een plan voor de hervorming van de financiële regelgeving heeft ontvouwd.” Nu blijkt dat die plannen op die van Bos lijken. Lijken? Dus niet echt? Bovendien zit er een tegenspraak in de constatering dat Giethner in elk geval een plan heeft ontvouwd (en Bos dus niet) en dat die plannen lijken op die van Bos (want die had geen plan).
De eerste alinea blijkt dus nu volstrekt irrelevant te zijn, want de plannen in de VS lijken op die in Nederland.)

7 en 8. “De herziening van de financiële regelgeving kan niet eindigen met de aanscherping van het beloningsbeleid, maar zou er wel mee moeten beginnen, zo schreef Martin Wolf afgelopen woensdag in de Financial Times. Hij wees daarbij op de recente studie van Harvard-economen Lucian Bebchuk en Holger Spamann, Regulating Bankers’ Pay. Bij de financiële instellingen die voor het overgrote deel met schulden zijn gefinancierd (leverage), lopen niet de aandeelhouders, maar de crediteuren het grootste risico. Omdat de managers zelf vaak grote aandelenpakketten bezitten en dus volop profiteren als ze goed gokken, is het aanlokkelijk om buitensporige risico’s te nemen.”
“Wolf tekent daarbij aan dat dit zich in gewone bedrijfstakken zou vertalen in hogere risicomarges c.q. hogere rentelasten en dus minder winst. Maar doordat systematisch belangrijke financiële instellingen het afgelopen jaar met vele miljarden van de belastingbetaler zijn gered, treedt dat mechanisme hier niet in werking. Integendeel. Er is juist een moral hazard van jewelste ontstaan: crediteuren weten nu immers dat aan een obligatie Citigroup in wezen niet meer risico kleeft dan aan een staatsobligatie. Dat betekent dat de risicomarge c.q. rente omlaag zal gaan, hetgeen tot nog meer schuldfinanciering zal leiden en tot een nog buitensporiger risicovoorkeur bij het management.”
(Een manager die buitensporige risico’s neemt, kan ook heel veel geld verliezen als zijn “grote aandelenpakket” minder waard wordt. Waarom het causale verband per definitie naar één kant werkt (meer risico, want meer winst) is mij niet helder. Speculeren zonder eigen geld lijkt me veel lucratiever: als het goed gaat, kun je een dikke bonus opstrijken en als het slecht gaat, komt het risico niet voor rekening van de speculant. Het is te vergelijken met de beursspeculaties van het ABP. Die steek geld in risicovolle beleggingen toen de crisis manifeste trekken kreeg. Maar waarom eigenlijk niet? Een mislukt beleggingsavontuur betekent enkel dat ambtenaren, die verplicht bij het ABP zijn aangesloten, meer premie moeten betalen en dat de pensioenen een aantal jaren worden gefixeerd. De beleggers van het ABP lopen zelf nul risico. Prof. De Lange fulmineert al jaren - terecht - tegen deze situatie.)

9. Deze analyse breed wordt gedragen.
(Door wie? De gemiddelde burger zal dit betoog nauwelijks kunnen volgen.)
Het is curieus dat er geen wetgeving in de maak is om de bestuurdersbeloningen te beperken. (Kennelijk wordt de analyse dus niet zo breed gedragen.)
“Aan de publieke opinie kan het niet liggen. Onderzoek van TNS-NIPO wees twee jaar geleden al uit dat driekwart van de Nederlanders (76 procent) zich kwaad maakt over de hoogte van de beloningen die topbestuurders ontvangen en dat bijna alle Nederlanders vinden dat de hoogte van de beloningen aan banden moet worden gelegd (91 procent). Met name linkse politici (lees: Wouter Bos) zouden dus aan populariteit kunnen winnen als ze daadkracht zouden tonen op dit punt. Dus toch nog maar eens de vraag: wat let Wouter?”

10. en 11. Het antwoord geeft Mees in de vorm van een aantal retorische vragen. “Zou zijn eigen hebzucht hem in de weg zitten? Hoopt hij dat hem aan het eind van zijn politieke loopbaan (dat inmiddels wel in zicht lijkt) zelf een goudgerande toekomst in de financiële wereld wacht? Ik schrijf dit zonder een spoor van plezier. Maar waarom voetstoots aannemen dat onze politieke voormannen van een zuiverder morele graad zijn dan de vermaledijde bankbestuurders? Dat Wouter Bos zijn voorganger Gerrit Zalm als topman heeft benoemd bij ABN Amro, die vervolgens oud-staatssecretaris van Financiën Joop Wijn binnenhaalde, versterkt die indruk alleen maar.”
(Dat Bos ideeën heeft over bonussen en wettelijke beperkingen is voor Mees kennelijk niet relevant. Hebzucht en het veiligstellen van een baantje in de financiële wereld zijn de motieven van Bos. Het einde van zijn politieke loopbaan is immers in zicht. Mees komt niet verder dan een indirecte persoonlijke aanval.)

Feitelijk is de column van Mees niet meer een aaneenschakeling van meningen van anderen, verwoord in een behoorlijk ontoegankelijk en warrig proza. Het enige element dat echt uit haar koker komt, zijn de verdachtmakingen van Bos.