Duyvesteijn, Amerongen en de inconsistentie (4/6)

“De VVD van Mark Rutte heeft zich in de afgelopen jaren als enige partij consequent opgeworpen als verdediger van het vrije woord”, menen Marcel Duyvestijn en Job van Amerongen (VK, 3.6.09). Duyvestijn is publicist en Van Amerongen is politicoloog. Beiden zijn lid van de Partij van de Arbeid.
Analyse. De VVD als consequente verdediger van het vrije woord? Dan is er sprake van een inconsistentie. In de zaak-Eddaboudi, de legeriman die volgens de VVD niet benoemd mocht worden, speelde de vrijheid van meningsuiting volgens De Krom (VVD) geen rol. Juridisch gezien lijkt me dat onjuist. Op basis van recente jurisprudentie (i.h.b. CRvB, LJN: BI2440) gaat het om de afweging tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de arbeidsrechtelijke verhouding anderzijds. Bij de VVD prevaleerde de arbeidsrechtelijke verhouding en werd de vrijheid van meningsuiting gewoon niet van toepassing verklaard in deze kwestie.
Een ander voorbeeld: de imam Budak. Op de website van de Nederlandse Islamitische Omroep vroeg een Turks meisje dat verkracht was door haar neef aan een imam een islamitisch advies. Als zij thuis zou vertellen wat er gebeurd was, zou ze worden verstoten. Hij adviseerde haar in zijn rubriek naar de rechter te gaan, met zijn familie of met iemand te praten voor wie die neef bang was. Of ze kon hem vergeven.Dat leverde hem een ontslag op aan de Hogeschool INHolland, waaraan hij als docent verbonden was. Bestuursvoorzitter Dales (VVD) legitimeerde dit ontslag eenvoudig met “dit gedachtegoed hoort bij Hogeschool INHolland niet thuis”. Deze imam had volgens hem moeten zeggen dat ze verplicht was aangifte te doen. Zijn advies zou in strijd zijn met de Nederlandse rechtsorde (wat juridisch gezien overigens volstrekt onjuist is). De VVD hield zich stil.
In beide kwesties redeneren de VVD-ers als volgt: het betreft gewoon een arbeidsrechtelijke verhouding en de vrijheid van meningsuiting is eenvoudigweg niet aan de orde. Met deze argumentatie kun je overigens elk conflict in deze context neutraliseren door te ontkennen dat de vrijheid van meningsuiting een rol speelt in de betreffende kwestie.