Metro en de vliegtaks (16/6)

Vliegtaks werkt juist averechts
In de landen waar een vliegtaks is ingevoerd, hebben consumenten meer maling aan het milieu dan in andere landen. Alle ophef over het klimaat ten spijt, nemen Nederlanders en Denen geen vliegtuig minder. Slechts 16 procent van de Nederlanders zegt minder te vliegen vanwege het milieu.
(Metro, 11.6.09).

Pakkende kop.
De impliciete vooronderstelling van de kop is dat er een causaal verband bestaat tussen het bestaan van vliegtaks en het reisgedrag: als er een vliegtaks wordt ingevoerd, gaan mensen meer of verder vliegen.
De eerste zin helpt de lezer meteen uit de droom: “in de landen waar een vliegtaks is ingevoerd, hebben consumenten meer maling aan het milieu dan in andere landen.” Het causale verband kan uit deze zin niet meer worden afgeleid, want nu worden er enkel gesproken over twee variabelen: landen met vliegtaks en het reisgedrag van inwoners die wonen in een land waar de vliegtaks is ingevoerd. Het kan zijn dat er sprake is van een causaal verband, maar dat is niet met deze bewering geïmpliceerd. Dat mensen meer “maling hebben aan het milieu” kan bijvoorbeeld te maken hebben met een aversie tegen milieumaatregelen. Er staat in elk geval niet dat mensen meer of verder gaan vliegen vanwege de vliegtaks.
De tweede zin maakt duidelijk dat Nederlanders niet meer, maar ook niet minder zijn gaan vliegen. “Alle ophef over het klimaat ten spijt, nemen Nederlanders en Denen geen vliegtuig minder.” Kennelijk werkt de vliegtaks niet averechts in die zin dat mensen meer gaan vliegen. Maar misschien wilde de journalist enkel een beetje variëren met zijn zinnen.
Dat blijkt niet uit de de derde zin. Het bericht neemt namelijk een heel andere wending. “Slechts 16 procent van de Nederlanders zegt minder te vliegen vanwege het milieu.” Verrassend, want in de tweede zin stond dat Nederlanders ondanks alle ophef “geen vliegtuig minder nemen”. Nu blijkt dat een op de zes Nederlanders vanwege het milieu minder vliegt.