Naeyé en het opblazen van een vooronderstelling (3/6)

Op een speciale zitting van de Amsterdamse politierechter stond eind mei 2009 een aantal verdachten terecht wegens agressie en geweld tegen politiemensen en andere functionarissen met een publieke taak.
Het Openbaar Ministerie een stevig publiek signaal afgeven en eiste een verdubbeling van de gebruikelijke straf, maar de politierechter ging niet mee met de geëiste strafverdubbeling: agenten moeten tegen een stootje kunnen.
Dat is niet terecht, meent Jan Naeyé, hoogleraar strafrecht (VU). Dat agressie en geweld tegen politiemensen een substantieel probleem vormt, blijkt alleen al uit het feit dat de laatste tien jaar de beledigingen en bedreigingen van politiemensen zijn toegenomen met 600 procent. Mishandeling met 300 procent. Dat heeft niet alleen te maken met de strakkere strafrechtelijke aanpak van de laatste jaren, maar ook door een echte toename die al voor 2000 is ingezet, aldus Naeyé (VK, 30.5.09).
De opvatting dat agenten maar tegen een stootje moeten kunnen, vindt geen steun in het recht. De Hoge Raad heeft het verweer dat politiemensen maar een dikke huid moeten hebben, in arrest in 2000 nadrukkelijk afgewezen.
Ook de motivering van de politierechter deugt volgens Naeyé niet. Volgens deze rechter moeten agenten moeten tegen een stootje kunnen, omdat het omgaan met agressieve personen en soms angstaanjagend gedrag nu eenmaal bij het politiewerk hoort.
Naeyé: “De politierechter legt met deze algemene strafmotivering ten onrechte een causaal verband tussen het blootgesteld worden aan agressie en geweld en het incasseringsvermogen van de betrokken politiemensen. Daarvan gaat de suggestie uit dat het incasseringsvermogen toeneemt naarmate zij vaker en intensiever met agressieve en gewelddadige burgers worden geconfronteerd, een soort vaccinatie dat beetje bij beetje immuun maakt. Wanneer burgers dus maar vaak genoeg agenten beledigen, bespuwen, bedreigen en mishandelen, zou in de lijn van deze redenering de op te leggen straf eerder moeten worden gehalveerd dan verdubbeld.”
Analyse. Naeyé blaast een vooronderstelling van de politierechter op. De laatste vooronderstelt nergens dat het incasseringsvermogen van agenten toeneemt “naarmate zij vaker en intensiever met agressieve en gewelddadige burgers worden geconfronteerd, een soort vaccinatie dat beetje bij beetje immuun maakt.” De rechter heeft het niet over gewenning aan agressie en geweld. Het enige dat de rechter stelt, is dat het omgaan met agressie en geweld inherent is aan het politievak.
Bovendien maakt Naeyé zich schuldig aan vaag taalgebruik. Van de motivering van de rechter "gaat de suggestie uit dat…" Suggestie? Dus het lijkt alleen maar zo? Maar uit de verdere argumentatie blijkt dat dit geen ‘suggestie’ is, maar een reële redenering.