Rutte en de vrijheid van meningsuiting 3 (1/6)

Rutte mocht het op het Buitenhof nóg een keer komen uileggen: de ontkenning van de Holocaust is wel degelijk strafbaar als het aanzet tot geweld. Vrijheid van meningsuiting is een uitermate belangrijk (grond)recht, dat moet worden verruimd.
Balkenende noemde het plan van Rutte beneden alle peil (Elsevier, 29.5.09), maar Rutte vond op zijn beurt dat de kritiek van premier in de Holocaust-kwestie volledig misplaatst is. Balkenende heeft volgens Rutte geen enkel gezag op het gebied van vrijheid van meningsuiting. “Onder dit kabinet is cartoonist Gregorius Nekschot opgepakt, iets wat ik voor ondenkbaar hield in Nederland. In de vrijheid van meningsuiting heeft de premier geen enkel gezag,' aldus Rutte. Ook heeft de premier volgens Rutte bijgedragen aan de ondergang van weekblad Opinio, door ze voor de rechter te slepen om een verzonnen speech.”
Analyse. Pieper, de belangrijkste geldschieter van Opinio, stopte met de investering omdat er volgens hem geen economische basis voor was. Daarom besloot tet bestuur en de aandeelhouders te stoppen. Maar de hoge kosten van de rechtszaak die premier Jan Peter Balkenende (CDA) tegen Opinio heeft aangespannen (en verloor), hadden volgens Pieper niets te maken met de stopzetting van de financiering. (Opinio werd door Balkenende voor de rechter gesleept, omdat het blad een neptoespraak van de premier over de islam publiceerde.)