OM versus advocatuur 2: Willem Bekkers (28/8)

Willem Bekkers, deken van orde van advocaten, leverde ook zijn bijdrage aan de ruzie tussen het OM en een aantal strafrechtadvocaten : “we (juristen, RR.) zeggen steeds duidelijker waarop het staat, net als in de rest van de samenleving” (Vk, 11.8.09).
Analyse. Bekkers beschrijft een praktijk: de samenleving hanteert straffe taal, en juristen doen niet anders. Maar is die verwijzing relevant? Als iedereen ‘x’ doet, is dat op zich geen reden om dus ook maar ‘x’ te doen.
Ter verdediging van Bekkers kun je zeggen dat hij louter beschrijft wat de stand van zaken is. Het punt is echter dat de uitspraak als het ware figureert in een morele discussie, namelijk zijn de (vier) strafrechtadvocaten te ver gegaan of moet het OM – in termen van prof. Prakken – niet zeuren.
Dat Bekkers participeert in de morele discussie blijkt uit het feit dat hij in zijn betoog een morele premissen toevoegt (‘een advocaat moet ver gaan om het belang van zijn cliënt te behartigen’, ‘een advocaat moet in zijn achterhoofd wel denken aan het belang van het rechtssysteem’ en ‘er is sprake van een zorgelijke verruwing van de verhouding tussen aanklagers en raadslieden’).