Ellian versus Halsema (14/9)

De strijd tussen goed en kwaad. Bomarzo

“Er zijn goede en foute Nederlanders”, merkt Ellian met enig cynisme op (Elsevier, 11.9.09). “De goede Nederlanders bepleiten in openbaarheid de zaken die ze eigenlijk verafschuwen. Daarom lazen we op deze site: ‘Femke Halsema heeft “moeite met de hoofddoek”.’ ”
Ellian meent een merkwaardige gedachtenkronkel te ontwaren in het hoofd van Halsema: “Ze kan 'niet wachten' totdat de vrouwen die er een dragen 'in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. Ik geloof niet dat welke god ook kledingeisen stelt. Dat zijn de mannen geweest die het geloof uitleggen. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos en volstrekt vrij.’ Wel zal ze altijd het recht van vrouwen die vrijwillig een hoofddoek willen dragen verdedigen. 'Ik zal hun rechten niet aantasten daarin.”
“Femke, de goede, nee de allerbeste Nederlander vindt dat onze samenleving agenten met een hoofddoek moet tolereren, respecteren en faciliteren. Tegelijkertijd vindt Femke dat hoofddoek een afschuwelijk fenomeen is. U zult Femke nu van een gebrek aan logisch vermogen beschuldigen. Maar dan bent u echt een foute Nederlander.”
Een dubbele moraal, meent Ellian. “Waarom? Omdat Femke handelt in overeenstemming met de cultuur van de goede Nederlander: zij maakt een onderscheid tussen wat ze denkt en wat ze doet; tussen hoe zij leeft en hoe de anderen moeten leven. De foute Nederlanders zeggen onmiddellijk wat ze denken. De kloof tussen denken en zeggen scheidt de goede Nederlander van de slechte.”
Kortom, een kwestie van politieke correctheid.
Analyse. Ellian doet het voorkomen dat Halsema iets heel vreemds zegt. Onjuist. Aan de hand van het onderscheid tussen de smalle en brede moraal kunnen we dit verduidelijken. De smalle moraal kan men omschrijven als het geheel van sociale en morele normen die de samenleving leefbaar en rechtvaardig houdt en waaraan allen zich hebben te houden. Het afwijzen van geweld tegen je medemens behoort bijvoorbeeld tot de smalle moraal. Daar tegenover staat de brede moraal: dat is het idee van het goede die elk voor zichzelf als persoonlijke leidraad in het leven erop na houdt.
Halsema heeft een visie die past bij de smalle moraal (iedereen mag in zijn privéleven een hoofddoek dragen) en een visie die voortvloeit uit de brede moraal (‘persoonlijk vind ik het dragen van een hoofddoek om bepaalde redenen niet wenselijk’). Die zijn niet strijdig.
Er zit een notie in die destijds ook door Voltaire werd verwoord in een brief uit 1770: “Monsieur l’Abbé, ik verafschuw alles wat u schrijft, maar ik zou mijn leven ervoor geven dat u het kunt blijven schrijven.” Het inhoudelijk oneens zijn impliceert niet dat je ook vindt dat iemand anders die mening niet mag hebben of uitdragen.
Waar het fout gaat, is iemand poogt zijn brede moraal dwingend probeert op te leggen.
(Filosofisch zitten er wel wat haken en ogen aan het onderscheid smalle moraal – brede moraal’, maar in dit verband zijn die niet zo relevant.)