Entzinger vs. De Mul (7/9)

Jos de Mul, die als hoogleraar filosofie aan de EUR is verbonden, heeft gemengde gevoelens over het ontslag van Tariq Ramadan. De laatste had volgens de Mul zijn medewerking aan Press TV moeten heroverwegen op het moment dat het Iraanse regime op een zeer gewelddadige wijze reageerde op de massale protesten tegen de verkiezingsfraude.
Maar het ontslag van Ramadan getuigt volgens De Mul van het meten met twee maten. De Mul: “De stad Rotterdam en de Erasmus Universiteit onderhouden zelf nauwe contacten met Shanghai. Op werkbezoek laat het College van Bestuur zich daar graag fêteren. Maar net als Iran worden ook in China de mensenrechten niet zo nauw genomen. Maar dat heeft bij mijn weten nog niet geleid tot een heroverweging van de samenwerking”, aldus De Mul. "Daarmee wil ik niet zeggen dat je nooit en te nimmer een samenwerking met een onderdrukkend regime zou moeten aangaan. Ik denk dat je met een kritische dialoog en de ondersteuning van democratische tendensen in zo’n land vaak meer kunt bereiken dan met een boycot. Maar je begeeft je dan wel onvermijdelijk in een grijs gebied waar eenvoudige zwart-witschema’s niet werken.” (Erasmusmagazine, 27/8).
Het CvB van de EUR viel met name over Ramadans medewerking aan het programma Press.TV. In dat programma “maakt, dat geven ook zijn critici toe, bedrijft hij op geen enkele wijze propaganda voor het Iraanse regime. Je kunt zijn keuze bekritiseren, maar om hem daarvoor op staande voet te ontslaan, vind ik bijzonder overtrokken. Die reactie lijkt meer te zijn gemotiveerd door angst voor Wilders en andere populisten dan door de zaak zelf”, aldus De Mul. Hij heeft weinig affiniteit heeft met de orthodoxe denkbeelden van Ramadan, maar hij wijst er ook op dat hij een belangrijk rolmodel is voor veel jonge moslimstudenten. “Hij houdt hen voor dat islam en democratie elkaar niet uitsluiten en roept hen op te integreren in de westerse samenleving. Ik denk niet dat je de democratie een dienst bewijst door zo iemand de deur te wijzen.”
Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de EUR, is het wel eens met het ontslag van Ramadans: “Ik heb het tv-programma gezien, inhoudelijk kabbelt het rustig voort, dat is het probleem niet.” Het gaat volgens Entzinger om de symbolische waarde: “Een islamitisch discussieprogramma is essentieel voor een islamitisch regime. Via Press TV legitimeren hij en de gasten in zijn programma het Iraanse regime wel degelijk.’ Entzingers protesterende collega’s maken regelmatig de vergelijking met China: moet de samenwerking met Chinese universiteiten nu dan óók worden opgeschort wegens de schending van de mensenrechten?” (Groene, 2/9).
Die vergelijking deugt volgens Entzinger niet: “De vraag is: stel dat een collega op de Chinese televisie een positief programma over de Chinese mensenrechtensituatie presenteert, wil ik dan nog met diegene samenwerken? Ik liever niet.”
Analyse. Welke collega’s Entzinger precies op het oog had, weet ik niet. Feit is dat zijn Rotterdamse collega De Mul ook de vergelijking met China maakte. Een onjuiste vergelijking, meent Entzinger. Zijn argument is verwoord in de retorische vraag: “De vraag is: stel dat een collega op de Chinese televisie een positief programma over de Chinese mensenrechtensituatie presenteert, wil ik dan nog met diegene samenwerken? Ik liever niet.”
Op die herformulering is het een en ander af te dingen. Ten eerste maakte Ramadan geen positief programma over de Iraanse mensenrechtensituatie. In de discussie komt voortdurend terug dat Ramadans neutrale presentatie (over geloofszaken) in dat programma indirect een vorm van (verkapte) propaganda is.
Ten tweede gaat het niet over de vraag of je met iemand wilt samenwerken als hij een programma voor de Chinese of Iraanse staatstelevisie maakt. Het gaat om de vraag of het CvB niet met tweede maten meet als ze iemand ontslaat die indirect werkt voor een regiem dat mensenrechten schendt, terwijl het CvB zelf samenwerkt met een regiem dat eveneens mensenrechten schendt.
Kortom, Entzinger creëert een stroman en valt die vervolgens aan.