De retoriek van de damagecontrol 2 (6/10)

Kees Fens gaf dertien jaar geleden al een rake typering van Linschotens retoriek. “Er wordt gezegd dat Linschoten als kamerlid plezier in de discussie had. Hij stond vaak bij de interruptie-microfoon. Ik twijfel aan dat plezier. Zijn spreken verraadt het niet en niet alleen het mechanische daaraan. Zijn kracht is zijn herhaling van een standpunt, ook in een vraag. De herhaling toont de fundamentalist. Hij miste als kamerlid elk gevoel voor spel.” (VK, 27 april 1996)*
Die herhaling hanteerde Linschoten ook bij Pauw & Witteman, waarover ik gisteren schreef.
.
* Met dank aan Marco.