Eerdmans' mythen over de rechtspraak (23/10)

Karlsbrug, Praag

Als we Eerdmans mogen geloven, is het flink mis met de rechterlijke macht in Nederland (Forum , 10 oktober). Rechters hebben vele petten en bezoedelen zo het imago van een onkreukbare magistratuur. Het Nederlandse rechtsstelsel gaat mank aan een gebrek aan toegankelijkheid, onafhankelijkheid, democratische legitimiteit en openbaarheid. Het juridisch jargon in rechterlijke uitspraken is voor niet ingevoerde burgers nauwelijks te volgen. Straffen voor zware misdrijven als moord en doodslag worden door een grote meerderheid van de bevolking als onbegrijpelijk laag ervaren. Rechters hoeven aan niemand verantwoording af te leggen en zijn wars van iedere vorm van kritiek. Toe maar.
Eerdmans schetst echter een regelrechte karikatuur van de rechtspraktijk en is blind voor wat gaande is. Hij ‘koestert’ een aantal mythen.

Mythe 1: de burger snapt het niet meer
Burgers vinden straffen voor zware misdrijven onbegrijpelijk laag. Wat Eerdmans over het hoofd ziet, is dat de definitie van verschillende soorten misdrijven aan verandering onderhevig is. Wat vroeger ‘zware mishandeling’ was, wordt in toenemende mate ‘poging tot doodslag’. Een opgedrongen tongzoen stelt de Hoge Raad tegenwoordig gelijk met verkrachting. Een 72-jarige man die een moeder met kind uitscheldt, wordt veroordeeld voor ‘bedreiging met zwaar lichamelijk letsel’.
En als burgers inzicht krijgen in de dossiers, zo blijkt uit een recent onderzoek van de Leidse rechtspsycholoog Wagenaar, straffen ze nagenoeg net zo zwaar (of licht) als rechters. De burger snapt meer dan Eerdmans denkt.

Mythe 2: rechters hebben teveel petten op
Elke nevenfunctie van iedere rechter is op de publieke site van de Raad van Rechtspraak te vinden. Bovendien heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak een aantal jaren geleden de ‘Leidraad onpartijdigheid van de rechter’ opgesteld. In dat protocol wordt aangesloten bij de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad. Bovendien kan een rechter worden gewraakt als hij in de ogen van de verdachte of zijn advocaat bevooroordeeld is.
Eerdmans’ verhaal over ‘de vele petten’ van rechters, die met hun nevenfuncties het imago van de rechtspraak bezoedelen, klopt niet. Slechts de helft van de rechters heeft één nevenfunctie en dan hebben we het over ‘petten’ als lid van een oudercommissie van een kindercrèche, scheidsrechter, lid van een klachten- of examencommissie etc. Slechts een enkele rechter heeft meer dan één nevenfunctie of een echt commerciële functie.
Niet de rechter, maar Eerdmans bezoedelt het imago met verdachtmakingen die hij uit de hoge hoed tovert.

Mythe 3: het strafklimaat wordt steeds milder
Dat het klimaat steeds milder wordt, heeft volgens Eerdmans te maken met de toename van het aantal vrouwelijke rechters, die volgens hem van nature minder geschikt voor het ambt van rechter zijn (Forum, 5 september).
Cijfers laten een ander beeld zien. De gemiddelde straf voor moord en doodslag steeg van 6.3 jaar in 1993 naar 9 jaar in 2004. Hoewel het totaal aantal misdrijven in de periode 2000-2007 met 8.7% afnam, steeg het aantal veroordelingen in dezelfde periode met 15%.
Ook het aantal gedetineerden per 100.000 inwoners is in Nederland spectaculair toegenomen: van 23 in 1980 tot 100 gedetineerden in 2008. In 2005 waren dat er zelfs 134.
De gemiddelde duur van een tbs-behandeling nam toe van 84 maanden in 2004 naar 101 maanden in 2008, dus een stijging van meer dan 20%. Sinds 1995 is levenslang 36 keer opgelegd; in de halve eeuw daarvoor slechts zes keer. Hoezo steeds milder?

Mythe 4: rechters worden niet gecontroleerd
Weer fout. Rechters worden voortdurend gecontroleerd. Veroordeelden kunnen in hoger beroep en kunnen vervolgens naar de Hoge Raad gaan. Ook staat daarna eventueel een Europese rechtsgang open. En sinds kort is er ook nog de Commissie Evaluatie Afgesloten Rechtszaken. Deze commissie kijkt nog eens naar een zaak die al is afgesloten. Dat is geen extra rechtsgang, maar bevat indirect toch nog een controle. Een zaak kan bij de CEAS worden aangemeld door (oud)functionarissen die professioneel bij de zaak betrokken waren (politieambtenaren, OM'ers, medewerkers van het NFI) en wetenschappers. Het is serieus een signaal van buitenaf.

Anders dan Eerdmans beweert, is het besef bij de rechterlijke macht wel degelijk aanwezig dat de afname van het maatschappelijk vertrouwen “ook moet worden gezocht in de rechterlijke uitspraken zelf en in de presentatie daarvan”. Die laatste constatering komt letterlijk uit de mond van de voorzitter van de Hoge Raad, Geert Corstens. Eerdmans roept de rechterlijke macht dus op tot iets waar deze, zij het aarzelend en mondjesmaat, al mee bezig is. Sinds 2006 motiveren rechters bij strafrechtelijke nadrukkelijk anders, geven ze publiekelijk rekenschap en nemen ze signalen van buitenaf serieus.
Maar Eerdmans ziet die signalen niet. Of weigert die te zien. Heeft dat misschien te maken met zijn nachtmerrie? In een interview in deze krant zei hij: “Mijn grootste nachtmerrie is dat ik onzichtbaar blijf. Ik vind het niet prettig als mensen zeggen: Hé Joost, al een tijdje niets van je gehoord.”