Grunberg en de frivoliteitsdrogreden (17/10)

Met genetische manipulatie van de menselijke soort is niets mis, aldus Grunberg (Volkskrant, 16.10.09). Sterker nog, het verzet van “seculiere personen acht hij op morele gronden uiterst dubieus”. Grunberg spreekt hen daarom vermanend toe: mensen die genetische modificatie afwijzen, maken zich schuldig aan “ondraaglijke frivoliteit” (wat dat dan ook mag zijn).
Even later blijken lieden die ons vermanend toe spreken over wat mag en wat niet mag, de werkelijke crisis van het humanisme uit te maken. Zij worden door Grunberg ontmaskerd als “heren en dames met een eigen agenda en eigen belangen, die hun autoriteit op uiterst frivole wijze hebben verspeeld” (waarbij me overigens nog steeds niet duidelijk is waar die ‘frivole wijze’ uit bestaat).
Punt is echter dat ook Grunberg mensen vermanend toespreekt. Zijn eigen kritiek is dus ook van toepassing op hem. Misschien moet het een of ander stilistisch Wittgensteinsiaans hoogstandje voorstellen, maar vooralsnog houd ik het op een inconsistent betoog.
Grunberg gaat vervolgens verder op de psychologische toer: de houding tegen genetische manipulatie “kan verklaard worden met een typisch Nederlandse wijsheid: elke verandering is een verslechtering, ook als het een verbetering is”. Kennelijk is er sprake van een irrationele houding. Na het lanceren van deze persoonlijke aanval, wijst Grunberg er op dat “wij steeds frivoler zijn gaan leven, maar wij durven nog altijd niet de frivoliteit serieus te nemen.”
In zijn stuk bespreekt hij slechts één inhoudelijk argument tegen genetische manipulatie, namelijk het argument over de dreigende tweedeling in de samenleving. Ook hier is sprake van een vertekening. Bij iemand als de Duitse filosoof Jürgen Habermas gaat het niet zozeer om de tweedeling, maar om het punt dat we met nieuwe technologieën voor andere mensen een beslissing nemen over de vraag wat het leven de moeite waard maakt. Daarmee grijpt de technologie rechtstreeks in in de autonomie van de mens. Het gaat nu niet om de vraag of Habermas kritiek hout snijdt, maar om het punt dat Grunberg het seculiere tegenargument erg slecht weergeeft.
Daarnaast gaat de discussie gaat ook over aspecten als verzekeringen etc.
Ik vrees dat ik het frivole karakter van Grunberg stukje niet begrijp.