Leistra over het strafklimaat (8/10)

Elsevier, 26 september 2009

Door de cover van het tijdschrift Elsevier werd al een tipje van de sluier: het strafklimaat is de laatste jaren milder geworden. Rechters spreken ook vaker vrij.
Althans, dat is de mening van Gerlof Leistra, redacteur van Elsevier. In de ogen van veel mensen zijn de straffen in Nederland veel te laag, maar waar deze bewering op gebaseerd is, maakt Lofstra niet duidelijk.
“De strafsectoren van de rechtbanken behandelden in 2008 in totaal 150.000 zaken. Het merendeel daarvan resulteert in een veroordeling. Maar het aandeel daalde van 94 procent in 2004 naar 91 procent vorig jaar. Tegelijkertijd steeg het aandeel vrijspraken in diezelfde periode van 4 procent naar 7 procent. In 2 procent van de zaken worden verdachten weliswaar schuldig verklaard, maar krijgen ze geen straf of wordt het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard, dat wil zeggen dat de officier van justitie het recht op vervolging heeft verspeeld.” Een onjuiste vergelijking, als je niet ook weet hoeveel niet-ontvankelijkheidsverklaringen er in 2004 waren. Feit is ook dat het aantal zaken dat door de rechtbanken werden behandeld in de periode 1995-2008 steeg met 24,5%.* Terwijl het aantal misdrijven in de periode 2000-2007 met 8,7% daalde, steeg het aantal strafzaken in dezelfde periode met 15%. In de woorden van hoogleraar strafrecht Ibo Buruma: was een opgedrongen tongzoen vroeger een walgelijke vorm van onfatsoen, tegenwoordig stelt de Hoge Raad dit gelijk met verkrachting (Buruma, De dreigingsspiraal. 2005, p. 31). Een 72-jarige die een moeder met kind uitschold, werd in 2005 veroordeeld voor bedreiging met zwaar lichamelijk letsel (Buruma, idem).
Na elkaar, dus dan ook door elkaar, meent Leistra. “Blijkbaar zijn rechters na de geruchtmakende dwaling in de Schiedammer Parkmoord (2000) - de verkeerde 'dader' zat vier jaar ten onrechte vast - voorzichtiger geworden en stellen ze de laatste jaren hogere eisen aan de bewijsvoering.” Ook hier weer geen enkele poging tot onderbouwing.
Zowel het aantal gevangenisstraffen als de gemiddelde duur daarvan is in de afgelopen vijf jaar aanzienlijk gedaald. Zo werd in 2008 een kwart minder vrijheidsstraffen opgelegd dan in 2004. Wat Leistra gemakshalve niet vermeldt, is wat de cijfers in de periode 1995-2008 zelf zijn. Relevante informatie, lijkt me. Zeker gezien het feit dat 2003 een omslagpunt is. Na jaren van stijging, ontstaat er na 2003 weer een lichte daling.
Het aantal opgelegde detentiejaren daalde wel, namelijk met 14 procent. Dat is het gevolg van een verschuiving richting taakstraffen. Doordat er minder korte gevangenisstraffen worden uitgesproken, stijgt de gemiddelde duur van de straf en moest de doorsnee-gedetineerde in 2008 twee dagen langer zitten dan in 2007. Wat Leistra niet vermeldt, is dat gemiddelde straf voor verkrachting gestaag toeneemt in de periode 1995-2007; dat de gemiddelde straf voor diefstal vanaf 2003 licht stijgt.
Ook de wetgeving speelt een rol. De maximum-tijdelijke-straffen voor ernstige delicten zijn de afgelopen jaren verhoogd voor moord zelfs van twintig naar dertig jaar - en de automatische invrijheidstelling na tweederde van de straf is afgeschaft.” Maar dat duidt eerder op een harder dan een milder strafklimaat.
Naast de gemiddelde duur van de opgelegde straffen is het aantal gedetineerden per 100.000 inwoners een indicatie voor het strafklimaat. De afgelopen decennia is Nederland binnen Europa opgeklommen van achterblijver - met een cijfer van 23 in 1980 – tot een van de koplopers, met in 2008 100 gedetineerden op de 100.000 inwoners. In 2005 waren dat er zelfs 134.
Binnen de gevangenissen is het regime aanzienlijk versoberd. Gevangenen krijgen minder tijd voor recreatie en moeten langer achter de deur zitten. Rechters leggen vaker levenslang op dan voorheen en ook het aantal chronische patiënten op de longstay van tbs-klinieken - 'verborgen levenslangen' is gegroeid. De gemiddelde duur van een tbs-behandeling nam toe van 84 maanden in 2004 naar 101 maanden in 2008. Rechters beëindigen de maatregel minder snel dan voorheen.” Zelfs hier gaat Leistra selectief met het feitenmateriaal om. Rechters geven inderdaad vaker levenslang, maar hoeveel dan? Sinds 1995 is levenslang 36 keer opgelegd. In de halve eeuw daarvoor nog maar zes keer. Laat ik ook eens een rekenkundig trucje toepassen: sinds 1995 is het aantal levenslangveroordelingen met 600% gestegen.
Maar, zo besluit Leistra, de stelling dat het strafklimaat de afgelopen jaren veel strenger zou zijn geworden, is niet houdbaar. Op de cover van de Elsevier werd echter gesproken over het gegeven dat de cijfers aantonen dat het strafklimaat milder is geworden. Komen daar nog de tegenargumenten voor? Het antwoord is: nauwelijks. Rechters spreken immers vaker vrij en geven gemiddeld minder straf dan enkele jaren geleden. Meer dan deze twee feitjes dit heeft Leistra niet te bieden; feitjes die hem niet van pas komen, negeert hij.
*) De cijfers die ik aanhaal, zijn te vinden op de site van het CBS (www.cbs.nl)