Was Lotsy tijdens de oorlogsjaren fout? (2/10)

Karel Lotsy, de Nederlandse sportbestuurder tijdens de oorlogsjaren, blijft de gemoederen bezig houden: was hij (erg?) fout. Volgens oud-sportjournalist Matty Verkamman was hij hartstikke fout. Hij bassert zijn oordeel onder meer op een brief, die Lotsy in november 1940 schreef aan de hockeybond. Op last van de bezetter moesten de verzuilde sportbonden samengaan en Lotsy was verantwoordelijk voor die operatie. Lotsy benadrukte in die brief dat in de nieuwe besturen geen Joden mochten zitten. Volgens Verkamman zou die eis door Lotsy zelf zijn gesteld en daarmee bevestigt hij nog eens wat hij dertig geleden ook al beweerde: Lotsy was fout.
Zijn standpunt staat lijnrecht tegenover dat van Frank van Kolfschooten. In zijn biografie over Lotsy, ‘De Dordtse Magiër’, weerspreekt Van Kolfschooten de aantijgingen tegen de sportbestuurder. Lotsy handelde volgens hem niet op eigen initiatief.
Verkamman beschuldigt Van Kolfschooten dat hij de brief aan de hockeybond bewust heeft achtergehouden: “die brief kwam Van Kolfschooten niet van pas omdat hij op eerherstel aanstuurde.”
Van Kolfschooten geeft weerwoord: “Dat is beneden alle peil. Verkamman is die brief anoniem toegespeeld. Hoe kon ik er dan over beschikken?”
Analyse. Verkammen lanceert een indirecte persoonlijke aanval richting Van Kolfschooten. De laatste zou informatie achterhouden die hem niet goed uitkwam. Maar welk ‘bewijs’ heeft Verkammen eigenlijk? Welke bronnen? Feitelijk vervangt de beschuldiging het inhoudelijke argument.