Kluveld, Traïdia (23/11)

Karim Traïdia, de Franse socioloog en regisseur van onder meer ‘de Poolse bruid’, reageerde in een radioprogramma op het besluit van de regisseur Emmerich om in de film 2012 niet de Ka’aba, de grote steen in Mekka, te laten instorten. De regisseur van 2012 was bang voor een religieus fatwa.

Traïdia*: “Kijk, als je doel is om iemand te beledigen, is het iets heel anders, maar als je op een artistieke, of op een narratieve manier iets wilt vertellen, vanuit jouw eigen visie, volgens mij mag dat wel.”
Interviewer: “Hoe bedoelt u dat, als je doel is mensen te beledigen en te kwetsen is het anders? Kunt u dat even uitleggen?”
T.: “Ja, ik bedoel, als je iets maakt om echt... met als doel mensen te kwetsen en te beledigen, ja, dan is het anders.”
I.: “Dan is een fatwa wel gerechtvaardigd?”
T.: “Ja, dan denk ik ‘eigen schuld, dikke bult’. Dat is wat je zocht. Dat heb je gekregen.”
I.: “Dus u zegt nu op de radio, als de intentie van een columnist, filmmaker, whatever, is om mensen te beledigen, misschien wel met een knipoog, dan is een religieuze fatwa, een doodvonnis gerechtvaardigd. ‘Eigen schuld dikke bult’.”
T.: “Ja, het is gerechtvaardigd, maar ik ben er niet mee eens. Maar ik denk dat als de mensen zien dat het doel is om echt alleen maar te beledigen, dus zonder onderbouwing, zonder niks, dan denk ik van ‘nou, dat zocht jij, dat heb je gekregen”. Ik ben er niet mee eens, maar als je dat zoekt, dan krijg je het.”
Volgens Kluveld vindt Traïdia een doodvonnis in dat geval wel degelijk gerechtvaardigd.

Analyse. Is de vooronderstelling van Kluveld – Traïdia vindt een doodvonnis gerechtvaardigd – correct? Dat lijkt me niet. Traïdia meent enerzijds dat zo’n fatwa wel gerechtvaardigd is, maar anderzijds is hij het er niet mee eens.
Traïdia maakt zich dan òf (a). schuldig aan een contradictie òf (b). hij bedoelt met ‘gerechtvaardigd’ iets anders dan het hebben van goede redenen. Dat laatste is het geval als hij vooronderstelt dat er in dit geval sprake is van de nodeloos kwetsende anterieure verwijtbaarheid. Vergelijk dit met de situatie waarin een persoon willens en wetens een café binnenloopt waar wordt gevochten en vervolgens een kaakslag krijgt. In ons recht kun je zo iemand een verwijt maken: hij wist wat er kon gebeuren, maar hij nam het risico op de koop toe. Dat noemen we ‘anterieure verwijtheid’. Maar daarmee is nog niet per gezegd dat het uitdelen van de kaakslag per definitie gerechtvaardigd is.