Rozendaal en inconsistent argumenteren (12/11)

Vlak na de val van de Muur leek de hele wereld (inclusief Sarkozy) ergens in Berlijn rond te hangen, merkt Rozendaal op (Elsevier). Hijzelf zat voor de tv en zag een groep vluchtelingen uit Oost Europa voor een Limburgse slagerij. Ze zagen rauwe ham, gekookte ham, berliner, gebraden gehakt, corned beef, enzovoorts, en dat in zes varianten per vleessoort. Ze werden gek.
In de Scientific American van een tijdje geleden, zo meldt Rozendaal, stond een artikel over de ingewikkeldheid van keuzes. “Wij mensen vinden het naar om uit één artikel te kiezen en we vinden het ongeveer even naar om uit twintig artikelen te kiezen. Een stuk of drie is ideaal. Dat maakt de verbijstering van de ex-communisten in de Limburgse slagerij een stuk begrijpelijker. L’embarras du choix heet dat geloof ik. Wij kunnen kiezen en doen dat ook. We kiezen in de supermarkt tussen twintig versies van hetzelfde product en doen dat op basis van criteria die we nauwelijks kennen. Het product ziet er zo leuk Amerikaans uit, of zo leuk Frans, of we houden een beetje meer van rood dan van groen, of we vonden die reclame eergisteren zo leuk, hoe dan ook, we zijn gewend aan kiezen. Dat kon je niet onder het communisme.” Verder koppelt Rozendaal dit verval ook nog aan de piramide van Maslov, maar dat doet nu niet terzake.
Een dikke week eerder liet Rozendaal zijn licht schijnen over de sociale wetenschappen naar aanleiding van de kwalificatie ‘extreem-rechts’ van Wilders door een drietal wetenschappers. “In Nederland gebruiken wij het woord wetenschap voor zowel alfa, bèta als gamma. In de Angelsaksische landen is dat anders: daar heet science alleen maar natuurwetenschap. De humaniora – de geesteswetenschappen, recht, taalkunde enzovoorts – doen daar hun best om zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, maar het zijn geen echte wetenschappen.” Het gaat slechts om meningen. “Voor hun mening een andere.”
Hoe probeerde Rozendaal zich hier nu, een week later dus, uit te redden? Zo dus: “Ik ben zoals u wellicht weet een chemicus, een natuurwetenschapper dus. Maar ik heb tijdens mijn studie in het kader van wat toen Studium Generale heette een inleidend college sociologie gevolgd. Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven.” Wat een week eerder ‘mening’ heet, blijkt nu ineens toch ‘kennis’ te zijn.
Voor dit soort redeneringen hebben we – naar mijn mening - een etiketje: inconsistent redeneren.