Stellinga versus Kalma (19/11)

Een quotum van 30% voor vrouwen in topfuncties vindt Stellinga dus maar niets. “Het slaat ook als een tang op een varkens” (P&W, 2.10). Het quota-wetsvoorstel van Kamerlid Kalma deugt dan ook niet. “Het aantal vrouwen dat voltijd werkt is 25%. Maar Kalma wil meer vrouwen in de top dan het aantal vrouwen dat voltijd werkt.” Wie een topfunctie wilt, moet toch op z’n minst volledig werken, vindt Stellinga.
Analyse. Stellinga maakt zich schuldig aan een categoriefout. Zij stelt de categorie ‘het percentage vrouwen dat voltijd werkt’ en de categorie ‘het percentage vrouwen dat een topfunctie moet krijgen volgens het quota-wetsvoorstel’ op één lijn. Maar de eerste categorie bevat de populatie van werkende vrouwen en die categorie, met drie miljoen vrouwen, is veel en veel groter dan de categorie vrouwen die een topfunctie zou moeten krijgen. Zelfs al zou slechts 1 procent van die vrouwen een topfunctie willen vervullen, dan praten we altijd over 30.000 potentiële vrouwelijke werknemers. Dat is nog altijd ruim meer dan het aantal vacatures voor topfuncties.