Ellian over Wilders & Turkije (3/12)

Wilders mag dus van de Turkse regering waarschijnlijk niet mee op schoolreisje naar Turkije. Mocht dat zo zijn, dan gaat de hele kamercommissie niet. Dat besluit zal vast inslaan als een bom, daar in Turkije.



Maar het besluit heeft de goedkeuring van niemand minder dan de Leidse hoogleraar Ellian (Elsevier, 1.12.09).
“Had de Kamercommissie een ander besluit genomen, dan was een precedent geschapen. Een gevaarlijk precedent. Omdat in de toekomst ook andere landen dit kunnen doen. Zo kan Polen zeggen dat het een delegatie met de SP niet wil ontvangen. Want de SP herinnert het land aan zijn duistere totalitaire verleden. De Scandinavische landen kunnen de aanwezigheid van CU en SGP als een last ervaren. Deze partijen hebben immers homo-onvriendelijke, danwel vrouwonvriendelijke opvattingen. Ga zo maar door. Dus heeft de Kamercommissie een juist besluit genomen om niet naar Turkije te gaan.”
Turkije ambieert lid te worden van de Europese Unie, maar “de Turken weten dat velen in Europa achterdochtig zijn over de toelating van Turkije.”
Dan volgt een staaltje Elliaanse redeneerkunst. “Als Turkije juist deze tegenstanders ervan wil overtuigen dat toetreding van Turkije geen gevaar vormt voor Europa, moet het juist in gesprek treden met deze tegenstanders”, aldus Ellian “Dus moet de Turkse regering Wilders toelaten. Ze moet zelfs een bijzonder programma maken voor Kamerlid Wilders, om hem te laten zien dat zijn vooroordelen niet kloppen.” Dat alles in het kader van een charmeoffensief.
Maar dat zal niet gebeuren, schat Ellian in. “De islamisten zijn niet geïnteresseerd in de opvattingen van andersdenkenden. Daarom is de vraag of ze er oprecht naar streven om lid te worden van de Europese Unie. Het eventuele Turkse besluit bevestigt het vermoeden dat de Turkse regering er niet oprecht naar streeft lid te worden van de Europese familie.”

Analyse. Ellians redenering is als volgt:

(1). Als Turkije juist deze tegenstanders ervan wil overtuigen dat toetreding van Turkije geen gevaar vormt voor Europa, moet het juist in gesprek treden met deze tegenstanders.

(2). Turkije beweert een brug te willen zijn tussen het islamitische oosten en Europa.

(3). Conclusie: Dus moet de Turkse regering Wilders toelaten.

Ellian maakt zich schuldig aan een is-oughtdrogreden. Hij leidt een normatieve conclusie af uit niet-normatieve premissen. Premisse 1 bevat dan wel het woord ‘moeten’, maar die is verpakt in een hypothetisch imperatief. Dit soort premissen heeft een ‘als-dan’-structuur: als je ‘a’ wilt, dan moet je ‘b’ doen. In een dergelijke bewering wordt dus niet gesteld dat je ‘b’ moet doen, maar enkel dat je ‘b’ moet doen om ‘a’ te krijgen.
Vergelijk de volgende bewering: “Als je wilt wegrijden met een auto, moet de sleutel in het contact steken en draaien.” Wie deze zin uitspreekt, zegt niet, dat je de sleutel in het contact moet steken, maar enkel dat je zonder een bepaalde handeling met autosleutel niet kan rijden.
Ellians conclusie (de Turkse regering moet Wilders toelaten) volgt dan ook niet uit de twee premissen.
De conclusie moet zijn dat het verstandig is om Wilders toe te laten.
(wordt vervolgd)