Heertje en de gestolen kastanjes (7/12)

Kun je iets stelen als je de toestemming van de eigenaar hebt? Volgens emeritus hoogleraar Arnold Heertje wel en daarom beschuldigt hij de Anne Frank Stichting van diefstal van kastanjes van de ‘Anne Frankboom’. Dat is de boom die in het dagboek van Anne Frank voorkomt.

Heertje: ‘Ik vind dit heel kwalijk. Ze hebben die kastanjes stiekem bij de boom weggehaald. Dit is pure diefstal. We hebben met onze stichting als leeuwen gevochten om te zorgen dat de boom niet gekapt werd. En nu doet de Stichting, die de boom juist wilde laten kappen, alsof zij de boom heeft gered. Men maakt goede sier met ons werk.’
Wat is er aan de hand? De Anne Frank Stichting wil elke Anne Frankscholen een zaailing van de Anne Frankboom geven, want die scholen hebben daar om gevraagd. En voor de goede orde: de stichting waarvan Heertje bestuurslid is, is niet de eigenaar van de boom.

Hans Westra, directeur van de Anne Frank Stichting vindt de beschuldiging van Heertje onterecht. In de Volkskrant schrijft hij: “We hebben al in 2005 en 2006 kastanjes verzameld, omdat tal van Anne Frankscholen graag een zaailing van de boom wilden. Van diefstal is geen sprake. Het is in goed overleg met de eigenaar van de boom gebeurd. De stichting van Heertje bestond toen nog niet eens. Ik begrijp niet waar de heer Heertje mee bezig is.”

Heertje is op zijn beurt niet onder de indruk van het feit dat de zaailingen met toestemming van de eigenaar van de boom werden verzameld: “Als ze zeggen dat ze de kastanjes niet gestolen hebben, zeggen ze dat maar. Mensen die dit soort dubieuze dingen doen, deugen niet.”

Analyse. Als de kastanjes met toestemming van de eigenaar werden meegenomen, kan er moeilijk sprake zijn van diefstal. Als Heertje van die afspraak niet op de hoogte was, kan men hem verwijten dat hij mensen beschuldigt van diefstal zonder daarbij de vereiste zorgvuldigheid in acht te hebben genomen. Hij had namelijk zelf ook kunnen controleren of de eigenaar toestemming heeft gegeven in plaats van meteen te tetteren dat de medewerkers van de Anne Frankstichting dieven zijn.
Als hij vervolgens door de journalist van de Volkskrant op de hoogte wordt gebracht van die afspraak, betwist hij dat feit niet, maar stelt hij enkel dat mensen die dit soort dubieuze dingen doen, niet deugen. En wat is het 'dubieuze ding'? Dat de Anne Frankstichting verzamelde kastanjes met toestemming van de eigenaar?

Hiermee overschrijdt Heertje de grenzen van de redelijkheid. Als hij de afspraak niet kende, was hij enkel verwijtbaar onzorgvuldig. Maar als Heertje geconfronteerd wordt met een afspraak, die hij niet betwist, en weigert toe te geven dat zijn beschuldiging dus onjuist is, kan ik zijn houding niet meer in termen van ‘redelijkheid’ verklaren. Heertje toont zich hiermee als een persoonlijkheid die niet beschikt over de morele deugd ‘eerlijkheid’.