Sunier versus Tillie (10/12)

Het meest recente boek van Jean Tillie.

“Onderzoek naar moslims richt zich vooral op problemen met integratie. Ten onrechte blijven andere onderwerpen buiten schot.” Zo werd prof. dr. Thijl Sunier, de nieuwe hoogleraar ‘Islam in Europa’ (VU) in het NRC geïntroduceerd. De focus op radicalisering, zo stelt Sunier, miskent de integratie van velen miskent. Bovendien zijn de huidige onderzoekers te veel afhankelijkheid van de overheid. Het gevolg is een wetenschappelijke blikvernauwing. Sunier: “Vanuit beleidsoogpunt is het misschien begrijpelijk dat overheden primair geïntegreerd zijn in integratievraagstukken en dat zij instrumenten willen ontwikkelen ter voorkoming van radicalisering en criminaliteit, maar onderzoekers moeten niet blindelings deze weg volgen, maar hun eigen onderzoeksagenda ontwikkelen.”
Dat gebeurt volgens Sunier veel te weinig. Bovendien dwingen slinkende onderzoeksbudgetten onderzoeksinstituten op zoek te gaan naar alternatieve financiering. “Zo wordt beleidsonderzoek al snel een van de weinige overgebleven opties. Beleidsrelevantie heeft vooral de afgelopen jaren in hoge mate richting gegeven aan het onderzoek onder moslims. Door het onderzoek te concentreren op een relatief klein aantal beleidsrelevante probleemsituaties, blijft verreweg de grootste groep moslims buiten het zicht van het onderzoek. Eenzijdig probleemonderzoek levert echter een sterk vertekend beeld op over wat zich onder moslims afspeelt en reduceert hen tot beleidscategorieën.”
Jean Tillie, bijzonder hoogleraar Electorale Politiek (UvA), voelde zich aangesproken en reageerde op de aantijgingen. Het betoog van Sunier vatte hij als volgt samen: “Deze onderzoekers volgen in de visie van Sunier blindelings de overheid en ontwikkelen geen eigen onderzoeksagenda. Zij hebben een ‘wetenschappelijke blikvernauwing’ omdat zij zich volledig afhankelijk maken van de beleidsagenda van lokale en nationale overheden.”
Volgens hem impliceert Sunier’s kritiek een zware beschuldiging, namelijk dat radicalismeonderzoek niet onafhankelijk is. Tillie: “Onafhankelijkheid is één van de kernwaarden van wetenschappelijk onderzoek. Dit wordt ook geïllustreerd door het feit dat in de gedragscode van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) onafhankelijkheid een van de belangrijkste criteria is. Het is dan ook meer dan verbazingwekkend dat Sunier geen enkel argument voor zijn aanklacht aanvoert. Louter het feit dat men in opdracht van de overheid onderzoek doet naar moslimradicalisme, is voor hem genoeg om de onafhankelijkheid van onze studies ter discussie te stellen.”
Vervolgens reageerde Sunier gepikeerd. “Collega Tillie verwijt mij dat ik de onafhankelijkheid van opdrachtonderzoekers in twijfel trek en dat ik mijn eigen onderzoeksagenda afzet tegen mensen die radicalisme onder moslims bestuderen. Dat is een niet geringe beschuldiging die vraagt om een krachtig weerwoord. Het is jammer dat Tillie mijn ingezonden stuk in de NRC kennelijk niet goed heeft gelezen. Nergens heb ik beweerd dat onderzoekers niet kunnen schrijven wat zij willen, zoals Tillie lijkt te suggereren. Dat is helemaal niet aan de orde.”
De vraag wat relevante onderzoeksthema’s zijn, mag volgens Sunier niet alleen worden ingegeven door beleidsprioriteiten van de overheid, maar zeker ook door een wetenschappelijk debat over deze zaken. “Maar dat laatste gebeurt veel te weinig. Fundamentele vragen worden veel te weinig gesteld als het om integratie gaat.”
Analyse. Heeft Tillie niet goed gelezen? De weergave van Suniers standpunt door Tillie is in elk geval correct. Anders dan Sunier beweert, impliceert zijn standpunt wel degelijk dat radicalismeonderzoek niet onafhankelijk is.
Sunier ontkent die implicatie: “nergens heb ik beweerd dat onderzoekers niet kunnen schrijven wat zij willen, zoals Tillie lijkt te suggereren”. Nog los van de vage kwalificatie ‘lijkt te suggereren’, schrijft Tillie nergens dat Sunier beweert dat onderzoekers niet onafhankelijk zijn. Volgens Tillie volgt dat impliciet uit het betoog. En daar heeft hij gelijk in. Wie blindelings de overheid volgt en zichzelf afhankelijk maakt van de beleidsagenda, kan moeilijk onafhankelijk genoemd worden. Afhankelijkheid is niet alleen een kwestie van censuur door de opdrachtgever, maar ook een kwestie van het blindelings uitvoeren van een onderzoek dat door de overheid is geagendeerd (en gefinancieerd).