De drogredenen van Trude Maas (30/4)

Trude Maas kan, als ze dat zou willen, terugkijken op een indrukwekkende staat van dienst. Na haar studie algemene taalwetenschap was ze onder meer adjunct-directeur. Daarna vervulde ze diverse bestuurlijke functies bij Origin NL BV (directie, Raad van Bestuur). Tot 2006 was ze president van Hay Vision Society. Ook was ze voorzitter van de Raad van Toezicht in de gezondheidszorg en was ze tot 2007 lid van de Eerste Kamer, Verder is ze lid van diverse Raden van Commissarissen (o.m. Schiphol Group, ABN/Amro, Arbo Unie Twijnstra Gudde en Philips waar ze voorzitter is). Naast haar politieke functies in de PvdA is voorzitter van Opportunity in Bedrijf, voorzitter van de Bernhard van Leer Foundation, voorzitter van de Raad van Toezicht van Nuffic, lid van het curatorium VNO-NCW en vanaf 2008 ook voorzitter van de Raad van Advies College Bescherming Persoonsgegevens.
Als commissaris van ABN Amro heb je natuurlijk wel wat uit te leggen en Maas was ook niet te beroerd om het boetekleed aan te trekken: “de toezichthouders van de banken, inclusief zij zelf, hebben zich laten degraderen tot toekijkers”.
Zelfkritiek is één ding, maar kritiek van derde is toch wat moeilijker te verteren. In een interview (VN, 25.4.09) reageert ze op het voorstel van Wellink, de president van De Nederlandse Bank, om een deskundigheidstoets in te voeren. “Het ruikt een beetje naar de bühne. Ik zou dan ook wel het examen voor de presidentschap van De Nederlandse Bank willen zien. Ik heb vijftien jaar ervaring bij Cito achter de rug, dus ik zou tegen hem willen zeggen: ga je gang. Hij komt er wel achter hoe ingewikkeld en onzinnig het is”.
VN liet zich niet afschepen met dit antwoord. Waarom is het onzinnig, wilde men weten. Onder meer dat Wellink zelf eens naar een college kwaliteitszorg moest. Je moet als commissaris niet zelf de rekensommen maken, maar borgen dat de jongens goed kunnen rekenen. “Bovendien: als je bankieren inclusief het toezicht als een gesloten kaste verklaart en alleen mensen toelaat die dertig jaar bankieren hebben, dan worden de gevaren alleen maar groter. Dat werkt groepsdenken in de hand.”
Analyse. Waar te beginnen?
Persoonlijke aanval: Wellink moet zelf eerst maar eens een college kwaliteitszorg volgen. Met andere woorden, Wellink heeft geen kaas gegeten van de zaken waarover hij in dit verband spreekt.
Vertekening van het standpunt: Wellink wilt dat je eerst dertig jaar bankierservaring hebt. Nee dus, want Wellink pleit ervoor een deskundigheidstoets in te voeren.
Contradictie: Wellinks systeem werkt groepsdenken in de hand. Maar verderop vertelt Maas dat ze bij ABN Amro niet om haar inhoud gevraagd werd. Elders in het interview zegt ze dat de commissarissen van ABN Amro, waaronder zijzelf, zich te veel hebben gericht hebben “op de rituele momenten rondom cijfers en te weinig op wat daarachter allemaal plaatsvindt en hoe risico’s kunnen ontstaan door verkeerde culturen en benoemingen.” Dat riekend naar groepsdenken. Wie achter de cijfers moet kunnen kijken, moeten op z’n minst die cijfers kunnen interpreteren.

Heleen Mees contra Rob Wijnberg (29/4)

Heleen Mees was deze maand voor de vijfde keer op televisie en deze keer om te vertellen dat er een nieuw programma op tv kwam, met haar, waarin vrouwen eindelijk eens een keer aan bod komen. Eén onderwerp waarover ze het met vrouwen wel eens wilde hebben, zo vertelde ze in het programma DWDD (27.4.09), was een artikel van filosoof Rob Wijnberg in het NRC over pronografie.
Zijn standpunt verwoordde ze letterlijk als volgt: “Vorig week zag ik van een collegacolumnist van NRC-Handelsblad een heel opvallend artikel, dat het taboe van masturbatie afmoest. En de strekking van dat artikel was, een, dat mannen het slachtoffer waren van porno en niet de vrouwen. Mannen die werden daar object. Mannen werden…, die willoos moesten ze gaan masturberen. Daar zou ik het wel eens met andere vrouwen over willen hebben. En het andere punt dat hij daar in maakte, was dat er een groot taboe op masturbatie was, en ik dacht ik kan me niet voorstellen dat daar nog een taboe op is.” Zelf masturbeerde ze. “Absoluut.”
En wat schreef essayist Wijnberg? “De meeste critici gaan er namelijk blind vanuit dat alleen meisjes 'slachtoffer' van die objectivering zijn: zij worden immers in de meeste porno gereduceerd tot lustobject. Maar dat verband is uiterst eendimensionaal. In de praktijk geldt de objectivering veel meer voor jongens: zij zijn het immers die worden gereduceerd tot 'hun lichaam' en aangezet om aan directe behoeftebevrediging te doen.” (NRC, 21.4.09).
Het enige verband dat met redelijke zekerheid kan worden gelegd tussen pornografie en gedrag, is dat het leidt tot meer zelfbevrediging. Hoewel uit recente grootschalige peilingen in de VS en Europa over het seksleven van mensen blijkt dat nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, is voor dit gegeven geen aandacht in de publieke discussies.
Dat de aandacht voor dit aspect van onze seksualiteit zo minimaal is, wijt de door Wijnberg aangehaalde filosoof Tuck aan het enorme taboe dat al eeuwen lang op masturbatie rust. “Door de opkomst van het christendom kwam zelfbevrediging te boek te staan als een 'immorele' vorm van seks, omdat het geen reproductieve functie had. En tijdens de Verlichting, eind achttiende eeuw, ontstond een ware ‘anti-masturbatiehysterie’, aldus Tuck. Het gevoel van schaamte dat zo geassocieerd raakte met masturbatie, is nog steeds aanwezig: vooral jongens beschouwen zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid. Niet voor niets gebruiken zij het woord 'rukker' als synoniem voor 'zielig figuur'.”
Vandaar dat Wijnberg meent dat scholen er dus veel verstandiger aan doen “hun lessen niet zozeer te richten op de objectivering van meisjes tot seksspeeltjes, zoals dat in pornografie gebeurt, maar vooral ook op de manier waarop jongens door die beeldcultuur gereduceerd worden tot hun seksuele driften. Het bespreekbaar maken van masturbatie zou daar een positieve bijdrage aan kunnen leveren. Het zou jongens namelijk kunnen aanmoedigen om hun behoeften niet uitsluitend op meisjes af te wentelen en hun 'mannelijkheid' niet enkel te definiëren in termen van hoeveel bedpartners ze hebben gehad.”
Analyse. Het ‘…veel meer voor jongens…’ verbastert Mees tot ‘…alleen maar…’. Ook het woord ‘taboe’ werd uit zijn context gerukt (ok, flauw). Wijnberg wijst er juist op dat enerzijds nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, en dat anderzijds vooral jongens zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid beschouwen. En daarom kan Wijnberg terecht van een taboe spreken.
.
(Zie voor de geschiedenis van de bestrijding van de zelfbevrediging mijn website 'kennis, wetenschap & filosofie'.)
.

Zwalve en 'post hoc ergo propter hoc' (28/4)

Louis Ritzen, mijn opa, een hoofd van de school in een tijd dat er nog echt goed gespeld werd. Zou het? Werd er toen echt beter gespeld?

Behoorlijk wat Nederlandse studenten schijnen geen Nederlands te kunnen schrijven. Enkele universiteiten organiseren daarom speciale taaltoetsen en taalcursussen.. Zo blijkt dat maar liefst 83% van eerstejaars Rotterdamse rechtenstudenten in 2008 zakte voor de verplichte taaltest. Het niveau van die toets was gelijk aan hetgeen van leerlingen aan het einde van het vwo wordt gevraagd. “Zij vallen daarom in de valkuil de enorme gebreken van het Nederlandse 'voorbereidend wetenschappelijk onderwijs' te willen opvangen door het werk over te doen waar het vwo - ooit - zelf in voorzag”, aldus prof. Zwalve, hoogleraar aan de juridische faculteiten van Leiden, Groningen en Nijmegen en schrijver van een aantal prachtige boeken (NRC, 23.4.09). “Dat is een ijdel streven, want de professionele onderwijsdeskundigen die betaald worden om dergelijke ideeën te ontwikkelen zijn vergeten dat het - nu zo'n twintig jaar geleden - al eens eerder is geprobeerd. Het vak '(juridische) vaardigheden' (goed lezen en goed schrijven), dat nu al zo'n twintig jaar op de verschillende juridische faculteiten in dit land wordt verzorgd, had dezelfde achtergrond”. Zwalve stelt dat er ook toen al werd geklaagd over de schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid van aankomende studenten.
“De totale mislukking ervan blijkt zonneklaar uit het feit dat men nu, in aanvulling op de reeds bestaande cursus uitdrukkingsvaardigheid, een nieuwe cursus 'elementair lezen en schrijven' meent te moeten toevoegen in een tot mislukken gedoemde poging te kleine voeten voor te grote schoenen passend te maken.”
Aangezien Nederland altijd voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, wordt er geld onttrokken aan de middelen die ter beschikking staan van het reguliere onderwijs. “Het gaat ook ten koste van het gewone, daadwerkelijk academische onderwijs, want men mag, uiteraard, de student niet met een extra onderwijsbelasting opzadelen. Er moet dus, teneinde ruimte te scheppen voor onderwijs in het lezen en schrijven, worden gestreept in het overige facultaire onderwijsaanbod.”
Concreet betekende dat keuzevakken, die ten behoeve van de ooit zo broodnodig geachte academische diversiteit waren ingevoerd, moesten worden afgeschaft. “Dat kan, meen ik, niet anders dan als debilisering in de meest letterlijke zin van het woord worden omschreven. Het effect ervan is desastreus, want onder de goede studenten, degenen die goed kunnen lezen en goed kunnen schrijven (die zijn er óók), wordt het respect voor het academische onderwijs er dientengevolge niet groter op: zij ervaren - volstrekt terecht - dat wat zich, bij monde van haar bestuurders, afficheert als centre of excellence zich in werkelijkheid the cultivation of incompetence ten doel heeft gesteld.”
Analyse. Zwalve constateert dat het taalniveau van studenten te laag is en wijst vervolgens op de “enorme gebreken van het Nederlandse voorbereidend wetenschappelijk onderwijs”: het lijkt erop dat hij zich schuldig maakt aan de drogreden ‘na elkaar dus door elkaar’. Door de enorme gebreken van het vwo zijn eerstejaars studenten onvoldoende taalvaardig.
De bewering van taalkundige Neijt (2008) is dat sinds de laatste twee spellingwijzigingen (1995 en 2005) de Nederlandse spelling er niet logischer op is geworden. Voor spelling gelden twee logische principes: fonologie, in de zin van schrijven wat je hoort, en morfologie, in de zin van zorgen voor een constant woordbeeld. Vanwege de morfologie houden we vast aan de ‘d’ in hond omdat de meervoudsvorm ‘honden’ is.
Maar in de nieuwste regeling is de etymologie, het kiezen van een spelling op grond van de herkomst van woorden, belangrijker geworden. Neijts punt is dat soms voor de ene, dan weer voor de andere oplossing gekozen werd. Maar die gulden middenweg valt niet meer uit te leggen. Bovendien zijn er ook veel details vastgelegd. Het gevolg is dat door die regeldrift de Nederlandse spelling het karakter heeft van een opzoekspelletje. De belangrijkste eis is volgens haar dat je spellingregels moet kunnen uitleggen. Bij de laatste twee wijzigingen is daar te weinig rekening mee gehouden. Het leren van spelling is daardoor ook moeilijker.
Ook toen de spelling nog niet werd veranderd, gingen leerlingen steeds slechter spellen. Dat was althans de conclusie van een Nederlandse onderzoeker die in 1956 op dit onderwerp promoveerde. Hij constateerde dat schoolkinderen buitengewoon veel spellingsfouten maakten. Die fouten kon men niet bijschrijven op het conto van de spellingshervorming in 1955.
De taalhistoricus Van der Horst (2008) doet in dit verband een interessante observatie, namelijk dat ook in Duitsland, Frankrijk en Engeland leerlingen steeds slechter gaan spellen. Zo liet men Franse leerlingen in 1970 en 1971 een dictee maken dat men eerder had gebruikt in 1950 en 1951. De uitslag was verassend. Leerlingen die in 1950 en 1951 het dictee hadden gemaakt, hadden een voldoende: in 1950 had 44 van 59 leerlingen het dictee goed gemaakt. In 1970 en 1971 lagen de cijfers heel anders. In 1970 haalden slechts 28 van de 84 leerlingen een voldoende voor het dictee en in 1971 was het resultaat nog slechter: 25 van de 98 leerlingen. De onderzoekers Désirat en Hordé spraken dan ook van een spellingscrisis.
Maar volgens Van der Horst heeft het slechte spellen te maken met het feit de taalnorm, die in de renaissance dominant werd, maar die nu tanende is. Hij stelt dat onze ideeën over taal, spelling, grammatica en taalonderwijs in de Renaissance zijn ontstaan. Die taalcultuur loopt op een einde en dat proces is in de vorige eeuw, zo rond 1970, al begonnen.
Hoewel men rond 1300 de eerste manifestaties van de taalcultuur van de Renaissance in Italië bij Dante kan waarnemen, komt die taalcultuur pas in de zestiende eeuw volledig tot ontplooiing. In die cultuur gaat men veel belang hechten aan de volkstaal. Deze wordt gezien als de eigen taal en men gaat die gebruiken in situaties waar eerder alleen Latijn werd gebruikt. Bovendien wordt die eigen taal voorzien van regels en normen voor het correcte taalgebruik. Het streven is variatie en onduidelijkheden in de taal uit te sluiten.
In de periode 1600-1860 komt de renaissance tot volle bloei. De geschreven taal wordt het uitgangspunt en de standaardtaal, de taal die wordt gebruikt door het schrijvende deel van de bevolking, is strikt gebonden aan de normen en regels. Men wil daarmee de eigen taal zuiver houden en voorkomen dat ze zou verloederen. Bovendien wordt taal zo een nationale aangelegenheid. Ook de norm wordt steeds strakker.
Maar na 1860 zien we steeds meer tekenen dat de gesproken taal weer belangrijker wordt. Die tendens wordt in de twintigste eeuw alleen maar sterker.
Van der Horst verduidelijkt zijn stelling onder meer aan de hand van de ontwikkeling van het Algemeen Beschaafd Nederlands. Dat bestaat nog maar net honderd jaar. Het werd zo rond 1900 gesproken door twee à drie procent van de bevolking, de maatschappelijke elite. Het ABN van de elite functioneerde als een onderscheidingsmiddel. Na 1920 voltrekken zich volgens Van der Horst een grote politieke, sociale en demografische veranderingen (leerplicht, het algemeen kiesrecht, radio, telefoon, toename mobiliteit). Dit alles heeft vérstrekkende gevolgen voor de taal. ABN wordt de toegangspoort tot sociale vooruitgang. Iedereen (middenstanders, arbeiders, dialectsprekers) gaat in toenemende mate beschaafd – lees ABN - praten. De taalnorm wordt steeds strenger en eenduidig. Zo rond 1970 wordt het ABN door veertig à vijftig procent gesproken. Het ABN wordt een middel voor sociale vooruitgang. “Eerst netjes praten, en dan krijg je ook wel een groot huis, een auto, een dienstbode”. Dat is geen illusie; het heeft volgens VAN der Horst voor velen ook echt zo gewerkt. Generatie na generatie klimt op, op de maatschappelijke ladder.
Maar vanaf ongeveer 1970 verandert er iets: er is sprake van voortgaande democratisering van de samenleving, en van het onderwijs, van toegenomen welvaart en mobiliteit. En – in dit verband wellicht nog belangrijker – ook de mondigheid neemt toe. Maar de verdere opmars van het ABN, zo stelt Van der Horst, hapert. “Zo succesvol als het ABN tot 1970 was geweest - steeds meer sprekers, een steeds eenduidiger norm - zo miserabel gaat het ermee na 1970. De eenduidige norm is weg, of eigenlijk: er zijn nu verschillende normen naast elkaar. Misschien is het aantal sprekers van het ABN vergeleken met 1950 niet eens erg afgenomen. Alleen, die andere zestig procent, die vroeger zweeg in het openbare leven, zwijgt niet langer. Die kun je nu ook dagelijks op tv horen, in de politiek, in de scholen en in de universiteiten.” Democratisering, zo stelt hij, is hoorbaar.
Als Van der Horst gelijk heeft, dan is niet meer zinvol om te spreken over de bewering ‘het spellingsniveau is te laag’. Omdat er nu meerdere taalnormen zijn, kunnen we hooguit zeggen dat volgens de norm die in 1950 dominant was, er nu (waarschijnlijk) slechter wordt gespeld.*
Net als Zwalve is Van der Horst uiterst sceptisch over spellingscursussen, zij het om andere redenen.
*) Dit fragment is een klein gedeelte uit een artikel dat juni 2009 in het tijdschrift 'Filosofie' zal verschijnen.

Mees en de tv-drogredenen (27/4)

In de leugen regeert (10 april 2009) mocht Mees haar ongenoegen over de berichtgeving over meisjesbesnijdenis in de media nog eens uitleggen. Over een artikel uit de Volkskrant (24/1) dat Meurders toonde, zei Mees dat de aanname in dat artikel was dat meisjesbesnijdenis veel voorkomt. Bovendien trok de auteur van dat artikel volgens Mees ten onrechte de conclusie dat de bestrijding van meisjesbesnijdenis faalt, omdat er geen vervolgingen plaatsvinden.
Op dat moment had de redactie (of Meurders) het volgende citaat uit het aangehaalde artikel aan Mees moeten voorleggen: “Dat er nauwelijks meldingen zijn 'kan een goed teken zijn', schrijven de opstellers, maar kan zeker ook te maken hebben met 'witte vlekken in de preventieve aanpak'.” Met ‘kan een goed teken zijn’ laten de opstellers (van het rapport Drie jaar pilots Vrouwelijke Genitale Verminking, gemaakt in opdracht van staatssecretaris Bussemaker, RR.) weten dat de gegevens voor meer dan één uitleg vatbaar zijn. Dat is dus echt iets anders dan Mees doet voorkomen.
Waarom opteren de opstellers voor de conclusie dat er toch iets aan de hand is? Op grond van twee plausibiliteitsargumenten: 1. Omdat “er niemand is die potentiële slachtoffers pro-actief opspoort". En 2). "En wie wel in aanraking komt met genitale verminking, heeft 'schroom' aangifte te doen 'omdat ze zo hun relatie met het gezin onder druk zetten' ”. Het lijkt me een redelijk uitgangspunt om niet zonder meer uit te gaan van ‘geen melding, dus niets aan de hand’. Overigens wordt in dat aangehaalde artikel nergens over ‘vervolging’ gesproken.
Verder zat het betoog van Mees vol onjuistheden en onnauwkeurigheden. Bussemaker wilde zwaardere straffen, maar het is volgens Mees de rechter die de strafmaat bepaalt. Het is nog maar de vraag of Bussemaker het had over de strafmaat (die de rechter in een individuele zaak oplegt) of over de formele wet (waarin o.m. de maximale hoogte van de straf wordt vastgelegd). Dat laatste is wel degelijk de taak van de wetgever en niet van de rechter.
Volgens Mees is in de discussie er sprake van een omgekeerd cultuurrelativisme. Cultuurrelativisten zeggen volgens haar “wat bij migranten gebeurt (meisjesbesnijdenissen), vinden wij niet zo erg, want dat is nu eenmaal hun cultuur”. Weer onjuist. Er is - binnen de wijsbegeerte - géén enkele cultuurrelativist die dit beweert. Zij zeggen dat er geen objectieve normatieve criteria zijn op grond waarvan verschillende culturen moreel kan beoordelen. Wie beweert dat hij iets niet erg vindt, is per definitie geen relativist, want hij spreekt een normatieve waardering uit.
Kortom, Mees kon rustig haar gang gaan met het opstapelen van de ene op de andere argumentatiefout. En dat deed ze dan ook.

Benzakour en het ontduiken van de bewijslast (26/4)

Ook Benzakour mocht zijn zegje doen op de tv-programma ‘de leugen regeert’ (10.4.09). Er zijn geen harde cijfers over meisjesbesnijdenis, stelt Benzakour, dus “er is een grote kloof aan het ontstaan tussen het beeld wat we hebben en de werkelijkheid” (28:10). Als er geen harde cijfers zijn, kan hij die bewering niet maken. Als we niet weten wat er werkelijk speelt, weet je ook niet of er een kloof tussen ‘beeld’ en ‘werkelijkheid’ bestaat.
Vervolgens beweert hij dat meisjesbesnijdenis in Nederland niet voorkomt (30:05). De bewijslast ligt volgens hem "bij degene die de eerste suggestie wekt". Ook dat is onjuist. Wie stelt, bewijst. Als Benzakour stelt, dat meisjesbesnijdenis niet voorkomt, moet ook hij, net als Bussemaker, bewijzen dat dit zo is.

Nova en de vertrekpremie van Van Leeuwen (25/4)

Nova riep Hans Alders als voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC) van Aedes op het matje vanwege de vertrekpremie van Willem van Leeuwen, ongeveer één miljoen: “De Kamer zegt unaniem, inclusief de minister, ‘dat dit niet kan’. Dat komt niet, niet in deze sector. Dit is een uit de hand gelopen situatie. U bent samen met Van Leeuwen de laatste die dit salaris en deze 'vertrekpremie' nog verdedigen.”
Is de vertrekpremie van Van Leeuwen onredelijk? Econoom Frank Kalshoven rekende een en ander door en nuanceerde de kritiek (Vk, 18.4.09). De feiten op een rij. Van Leeuwen is op het moment van ontslag 55 jaar. Hij heeft een brutomaandsalaris van 15.000 en daarnaast een relevant arbeidsverleden van 27 jaar. Hij komt zijn ontslagvergoeding naar op 550.000 (kantonrechtersformule voor 1 januari 2009) of 427.500 euro (kantonrechtersformule na 1 januari 2009). Bovendien heeft de werkgever van Van Leeuwen een opzegtermijn van een jaar. Dat levert een eens 180.000 euro. Daarbovenop is er een reservering voor het pensioen die, door het vroegtijdige vertrek, bij de vertrekregeling wordt meegerekend. Da's nog een paar ton. De 1.000.000 euro is dus niet vreemd.
Analyse. Iedereen vindt dit bedrag onterecht, maar is iedereen ook op de hoogte van de rekensom van Kalshoven?

Fennema en de onjuiste vergelijking (24/4)

Het gaat in de zaak-Eddaoui niet om vrijheid van meningsuiting, maar of Eddaoudi geschikt is voor Afghanistan, aldus Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA (VK, 16.4.09). Hij is het eens met VVD-Kamerlid De Krom, die een dag later min of meer dezelfde mening ventileerde in het dagblad Trouw.
“Persoonlijk denk ik dat je geen mensen in het leger moet hebben die het met het Nederlandse defensiebeleid ten diepste oneens zijn”, stelt Fennema. Hij wijst op de parallel met de zaak-Wijnbergen. “Net zoals je geen secretaris-generaal moet willen die het beleid van zijn minister in het openbaar afvalt. Toen een SG van Economische Zaken – Sweder van Wijnbergen – dat in 1998 wél deed, werd hij door minister Jorritsma (VVD) op staande voet ontslagen. En niemand die toen dacht dat de vrijheid van meningsuiting gevaar liep. Het steuncomité zegt nu misschien dat deze vergelijking niet opgaat omdat Sweder van Wijnbergen al in dienst was toen hij zijn kritiek spuide, terwijl Eddaoudi dat deed vóórdat hij ’s lands wapenrok aantrok.”
“Maar stel nu dat de Sweder van Wijnbergen kort na zijn aantreden ontslagen was omdat hij een jaar eerder in een column op internet Wim Kok ‘een lakei van het Amerikaanse imperialisme’ genoemd had; omdat hij in diezelfde column geschreven had ‘dat het kapitalisme de oorlog voortbrengt zoals de wolken de regen’; omdat hij in een andere column het opgenomen had voor de leiders van de Chinese Volksrepubliek die in 1989 een gevaarlijke provocatie van CIA-agenten en reactionaire elementen op het Tiananmen-plein zo moedig de kop in gedrukt hadden.”
Analyse. Gaat de vergelijking met het ontslag van Van Wijnbergen wel op? Waar Fennema aan voorbij gaat, is het feit dat Eddaoudi afstand heeft genomen van zijn columns. Van Wijnbergen niet, want hij deed zijn uitspraken toen hij SG van Economische Zaken was. Fennema zal dus moeten beargumenteren dat dit geen verschil maakt.
Bovendien gaat Fennema voorbij aan de status van een column. De rechtbank Amsterdam (LJN: BD2957, 02-06-2008) merkte daarover op dat alleen al het feit dat een iemand zijn mening ventileert in de vorm van een column de auteur in een uitzonderingspositie plaatst. “In columns, meer nog dan in andere soorten teksten, mag van een zekere mate van overdrijving, scherpte en ridiculisering sprake zijn”, aldus de rechtbank. De vraag is waarom de columns van Eddaoui wel letterlijk moeten worden gelezen.
Ook het argument dat niemand verontwaardigd zou reageren op een ontslag van Wijnbergen, is geen valide argument. Het is een populariteitsargument. (Nagenoeg) niemand reageert, dus er is niets aan de hand (52 billion flies can’t be wrong; eat more shit). Neem het voorbeeld van imam Budak. Op de website van de Nederlandse Islamitische Omroep vroeg een Turks meisje dat verkracht was door haar neef aan een imam een islamitisch advies. Als zij thuis zou vertellen wat er gebeurd was, zou ze worden verstoten. Hij adviseerde haar in zijn rubriek naar de rechter te gaan, met zijn familie of met iemand te praten voor wie die neef bang was. Of ze kon hem vergeven.
Dat leverde hem een ontslag op aan de Hogeschool INHolland, waaraan hij als docent verbonden was. Bestuursvoorzitter Dales legitimeerde dit ontslag eenvoudig met “dit gedachtegoed hoort bij Hogeschool INHolland niet thuis”. Deze imam had volgens hem moeten zeggen dat ze verplicht was aangifte te doen. Zijn advies zou in strijd zijn met de Nederlandse rechtsorde (wat juridisch gezien overigens volstrekt onjuist is). Praktisch niemand reageerde. Was het ontslag daarom terecht?
Zowel Eddaboudi en Budak mogen kennelijk niet op de schoot van Voltaire zitten.
(Ook juridisch is er een en ander af te dingen op de opvatting van Fennema. Volgens hem speelt de vrijheid van meningsuiting geen rol. Juridisch gezien lijkt me dat onjuist. Op basis van recente jurisprudentie (i.h.b. CRvB, LJN: BI2440) gaat het in dit soort dilemma's om de afweging tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de arbeidsrechtelijke verhouding anderzijds.)

BON over onderwijsvernieuwers (23/4)

Berichtgeving over onderwijs te eenzijdig? Docente Yolanda Steyns vindt van wel.

De hoogleraren Robert-Jan Simons (Universiteit Utrecht) en Koeno Gravemeijer (Technische Universiteit Eindhoven) nemen allebei deel aan het publieke onderwijsdebat in Nederland, maar het wordt ze, naar eigen zeggen - niet gemakkelijk gemaakt. Met hun positief-kritische bijdragen vinden ze weinig of geen gehoor bij de redacties van NRC en de Volkskrant, terwijl talloze klachten over het onderwijs in de afgelopen jaren wel afgedrukt werden (Scienceguide).
Deze constatering leverde een reactie op de site van BON, de anti-onderwijsvernieuwerssite, op: “Neem nu de bewering van 2 onderwijsprofs dat ze met hun positief-kritische bijdragen geen gehoor vinden bij de redacties van het NRC en de VK. Een opmerking waarmee je in je hemd staat als je na die bewering weigert om te speculeren over de reden. Genoemde kranten worden kwaliteitskranten genoemd en er is dus alle reden om aan te nemen dat de redacties de stukken van de hooggeleerde heren niet van voldoende kwaliteit achtten om in hun krant te publiceren. De NRC plaatst in haar opiniepagina graag tegenovergestelde meningen bij elkaar maar natuurlijk slechts dan als die meningen helder en geloofwaardig verwoord zijn. Het zou interessant zijn om te weten wat de redacties van genoemde kranten over de klacht van Simons en Gravemeijer denken.”, aldus een anonieme schrijver.
Analyse. Allereerst de bewering dat de twee hoogleraren “in hun hemd staan als ze niet willen speculeren over de reden (waarom hun stukken zelden geplaatst worden, RR.) Over de reden van de weigerachtigheid van de redacties doen Simons en Gravemeijer geen uitspraken, dus dat er een ‘speculatieplicht’ bestaat, is een volstrekt onredelijke bewering.
De conclusie – de stukken van Simons en Gravemeijer deugen niet - durft (?) de auteur echter niet te trekken. Maar de volgende redenering is geldig:

(1). Alleen als een stuk goed/helder/geloofwaardig is, plaatst het NRC een stuk
(2). Het NRC plaatst het stuk niet
(3). Dus: het stuk is niet goed/helder/geloofwaardig.

De eerste premisse is gebaseerd op een verzwegen premisse dat het enige motief voor het NRC kwaliteit is. Van enige ideologische voorkeur is geen sprake. Maar is die constatering terecht? In de eerste acht maanden van 2008 verschenen er in het NRC 53 negatieve artikelen over het onderwijs en slechts één positief verhaal. Over de hele linie wordt er in het NRC in die periode dus praktisch niets positiefs over het onderwijs gemeld.
Bovendien konden de auteurs hun stukken vroeger wel makkelijk kwijt in kwaliteitskranten. Het ligt niet voor de hand dat ze ineens slechter zijn gaan schrijven. Bovendien is het ook
(Terzijde. Er lijkt een kentering te komen in het publieke onderwijsdebat. Iemand als Thomas van Aalten, schrijver van een aantal prachtige boeken en journalist van de Volkskrant, probeert het debat vlot te trekken door meer aandacht aan de positieve ontwikkelingen in het onderwijs te besteden. Bovendien lijkt er door zijn toedoen wat meer evenwicht in het debat te komen. Onlangs kwamen mensen aan het woord die ik in de Volkskrant lang niet meer heb gehoord.)

Achterhuis en de persoonlijke aanval op Lievers (22/4)

Dr. Menno Lievers, verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van Universiteit Utrecht.

Menno Lievers, universitair docent theoretische wijsbegeerte, is niet erg gecharmeerd van de popularisering van de wijsbegeerte, die hij her en der in de media aantreft (NRC). “Wie wel eens een echt filosofieboek heeft opengeslagen en daarna Filosofie Magazine ziet weinig overeenkomsten. De nieuwsgierig geworden buitenlandse filosoof die een exemplaar inkijkt, vraagt na enig bladeren voorzichtig waar de filosofie in Filosofie Magazine te vinden is. 'Filosofie' lijkt een verzamelnaam geworden voor een genre non-fictie van min of meer beschouwelijke aard. De kernvragen van de filosofie - Wat is waarheid? Wat is betekenis? Wat bestaat er? Wat is kennis? - worden er niet of nauwelijks in besproken.”
Min of meer hetzelfde ziet hij terug bij de Socrates-wisselbeker, de prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van het jaar. “Zo'n boek, mag je toch veronderstellen, is de vrucht van jarenlange noeste arbeid. Jury's doen het natuurlijk nooit goed, maar je zou wel mogen verwachten dat ze in elk geval zelf het idee hebben dat ze zorgvuldig te werk gaan. Misschien hébben ze dat idee ook, maar de resultaten zijn er niet minder bizar om. Onder de winnende boeken van de afgelopen jaren bevinden zich onder meer een sociologische studie over Pim Fortuyn en een relaas van een psychiatrische patiënt. Op de keper beschouwd zit er maar één echt filosofieboek tussen: Evolutionair denken van Chris Buskes dat in 2007 bekroond werd.”
Zijn conclusie is dan ook somber: filosofie is in de maatschappij niet langer een strenge wetenschap, maar de naam van een themafeest, zoals er ook filosofische barbecues, filosofische zwemlessen en filosofische stedentrips zijn. “Men kan zich afvragen wat daarop tegen is. Filosoof is immers geen beschermd beroep en 'filosofie' geen heilig woord. Daar zit iets in, al blijft het wrang dat mensen die alleen koketteren met filosofie zich zodoende een bepaald aureool toeëigenen dat zogenaamde 'echte' universitaire filosofen pas na jaren denkwerk, if at all, veroveren.”
Volgens Lievers heeft dit ook een kwalijke kant. De media nemen volgens hem het populaire beeld van de filosofie over en dat heeft zijn weerslag op de universiteit. Hij wijst in dit verband op het succes van Bas Haring. “Een sympathieke man die goed overkomt op televisie. De programmamakers hebben bedacht dat wat hij doet 'filosofie' is. Als gevolg daarvan wordt hij nu geafficheerd als filosoof, ofschoon hij dat vak niet gestudeerd heeft (als student Cognitieve Kunstmatige Intelligentie heeft hij wel een aantal filosofiecursussen gevolgd). De bestuurders van de Universiteit Leiden hebben na het zien van zijn programma's waarin Haring vragen bespreekt als waarom je in de trein niet behoort te masturberen, gedacht: 'Dat is nu eens filosofie die ik begrijp'. Vervolgens hebben ze hem benoemd tot hoogleraar in 'publiek begrip van wetenschap'. Bas Haring is dat van harte gegund, maar de consequentie is wel dat hij nu als hoogleraar in de maatschappij een autoriteit krijgt toebemeten die hij binnen de universitaire wereld, althans op filosofiegebied, niet bezit.”
Een tweede voorbeeld betreft Herman Philipse. Hij is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. “Door zijn mediacampagne tegen God trok hij de aandacht van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, waardoor hij nu op een positie zit waar minder mediagenieke filosofen jaloers op zouden zijn. Zo beïnvloedt het vrolijke, alomvattende, populaire beeld van de filosofie via de media de strenge, academische wijsbegeerte.”
De canonvorming in de filosofie in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw gestopt. Sindsdien, zo sombert Lievers, zijn er geen filosofische werken meer verschenen die echt iedereen die in het vak werkt gelezen moet hebben. De populaire filosofie en de academische wijsbegeerte drijven uit elkaar. In de populaire filosofie worden allerlei empirische vragen die je moet beantwoorden door de werkelijkheid te onderzoeken gepresenteerd als filosofische problemen. Dat leidt tot speculatieve pseudowetenschap. Aan de andere kant vlucht de academische wijsbegeerte bij gebrek aan zelfvertrouwen in de armen van de vakwetenschappen. Dit leidt tot de huidige situatie waarin mensen, en zeker niet de domsten, met de vraag naar de betekenis van het leven die zij als hun belangrijkste filosofische probleem ervaren, aankloppen bij academische departementen, alleen om er op gewezen te worden dat dat een belachelijke vraag is. Geen wonder dat ze elders naar toegaan en dat een blad als Filosofie Magazine naar filosofie zoekt op gebieden buiten de academische wijsbegeerte.”

Lievers kreeg repliek van oud-hoogleraar wijsbegeerte Hans Achterhuis, die zich persoonlijk aangevallen voelde (NRC).
“Als analytisch georiënteerd filosoof zweert hij deze bij strenge argumentatie en empirische gerichtheid. Maar wanneer hij zich buiten zijn vakgebied begeeft, lijkt hij alle vereisten voor een op feiten gebaseerde argumentatie aan zijn laars te lappen. Snerend schrijft hij over de Socrates Wisselbeker - die overigens niet zoals hij beweert voor "het beste", maar voor het meest prikkelende filosofieboek wordt toegekend. Deze prijs zou in de afgelopen jaren maar één keer aan een "echt filosofieboek" ten deel zijn gevallen. Omdat ik drie jaren deel heb uitgemaakt van de jury, verwacht ik argumenten. Waarom was Islamitische filosofie van Michiel Lezenberg geen echte filosofie? En wat was er mis met Cyberspace Odyssee van Jos de Mul?”
Zijn verwijt aan het adres van Haring vindt Achterhuis misplaatst. “Voor Lievers ben je alleen filosoof als je een vakopleiding hebt genoten. Daarom mag Bas Haring niet meedoen aan de Maand van de Filosofie. Die heeft alleen maar "een aantal filosofiecursussen gevolgd". Dat Haring met Kaas en de evolutietheorie en De ijzeren wil wijsgerige vragen over evolutie en kunstmatige intelligentie inzichtelijk presenteerde, telt niet.”
Of is er meer aan de hand, vroeg Achterhuis zich af? “Zijn voor Lievers de druiven zuur? Tot de boeken die werden ingezonden naar de Socrates Wisselbeker van 2003 behoorde Dat is waar. Een leesboek voor wie denkt dat hij niet denken kan van Menno Lievers. Waarom een boek ingestuurd voor een prijs die je beweert te verachten? Van een filosofisch getint betoog mag verwacht worden dat de auteur zich over de eigen positie buigt. Daarom ontkom ik er niet aan om ad hominem, tegen de persoon van Lievers, te argumenteren. Ik zou liever op de filosofie zijn ingegaan. Maar daar zegt Lievers helaas niets over.”
Achterhuis’ kritiek leverde een ingezonden stuk van Jan-Dirk Snels op. Hij was toen secretaris van de jury en in die hoedanigheid had hij zelf nagezocht welke wijsgerige, oorspronkelijk in het Nederlands gestelde boeken er in 2003 waren verschenen. Die boeken had hij vervolgens bij de uitgevers aangevraagd. “Niet Lievers heeft dus een boek ingezonden, ik heb het opgevraagd. Of uitgever De Bezige Bij met de auteur overlegd heeft, onttrok zich aan de waarneming van de jury.”

Analyse. Een missertje van Achterhuis? Volgens Achterhuis ontkwam hij er niet aan om ad hominem, tegen de persoon van Lievers, te argumenteren, omdat de laatste geen argumenten gaf voor zijn diskwalificatie van de nominaties voor de Socrates Wisselbeker. Nu geeft Lievers inderdaad geen nadere toelichting op zijn kwalificatie ‘echt filosofieboek’, maar impliceert dit dat een persoonlijke aanval op z’n plaats is? Elke auteur mag een stipulatieve definitie geven (en vooronderstellen) en er bestaat geen enkele reden om dat op voorhand af te doen met een persoonlijke aanval.
De enige conclusie die Achterhuis wel kan trekken, is dat Menno Lievers en hij van mening verschillen over de vraag wat de kwalificatie ‘echt filosofisch’ inhoudt.
Bovendien is er sprake van een stroman. Lievers relativeert zijn kritiek op de nacht van de filosofie namelijk door er herhaaldelijk aan toe te voegen dat dit evenement blijkbaar niet voor hem georganiseerd is: “…voor professionele filosofen is het dan ook niet bestemd…”, “…begrijpen dat sommigen daar de lol van in zien…”, “…men kan zich afvragen wat daar op tegen is…”.
Lievers heeft met name kritiek op de media, de universiteitsbesturen en de academische departementen die nalaten de academische filosofie te steunen.

De genomineerde titels voor de Socrates Wisselbeker 2009 zijn:
Hans Achterhuis, Met alle geweld.
René ten Bos, Het geniale dier.
Sjaak Koenis, Het verlangen naar cultuur
Jenny Slatman, Vreemd lichaam.
Jean Paul van Bendegem, Over wat ik nog wil schrijven.

De Krom en de ontspoorde argumentatie (21/4)

De Krom is van mening dat legerimam Eddaoui niet mag worden benoemd (Trouw, 17.4.09). Zijn betoog heeft de onderstaande argumentatiestructuur. In het cursief gedeelte staan mijn opmerkingen.

1. Eddaoui heeft een aantal uitspraken gedaan.

(1a). Naar aanleiding van de reacties uit de Arabische wereld over de Deense cartoons is hij “voor het eerst trots was op de Arabische wereld”.
(1b). “Eindelijk een statement, eindelijk tonen ze zich als verdedigers van de religieuze (!) beschaving”.
(1c). “Als moslim begrijp ik niet dat het Westen niet inziet dat de radicalisering onder de islamitische wereld nog nooit zo is toegenomen als de afgelopen jaren.”
(1d). “Mijn opvatting dat christenen nog altijd met de islam in oorlog zijn, wordt nagenoeg met de dag bevestigd. Ik geloof dan ook steeds minder in hechte broederschap tussen christenen en moslims. We kunnen elkaar hooguit tolereren”.
(1e). De premier en zijn mensen jagen als “dolle kruisvaarders op moslims”.
(1f). De missie is Afghanistan is “niet meer is dan een ordinaire poging om de mensen in eigen land te terroriseren en de eigen normen en waarden op te leggen”.


2. Deze uitspraken staan ter discussie.

2a. De uitspraken (1a). en (1b). zijn verwerpelijk, omdat
(2a1). met uitspraken (1a). en (1b). wordt (in naam van Arabische religieuze dictaturen waar de vrijheid van meningsuiting eenvoudig niet bestaat) het recht op het vrije woord in het westen totaal vertrapt;
(2a2). met uitspraken (1a). en (1b). worden de felle reacties uit de Arabische wereld verheerlijkt
(2a2a). De uitspraken (1a). en (1b). zijn nog meer verwerpelijk omdat de uitspraken worden gedaan op een moment dat Nederlandse militairen in Afghanistan al operationeel waren en dus extra gevaar liepen.

2b. De uitspraken (1c). en (1d). zijn onjuist
(2b1). Uitspraak (1c). is onjuist want het lijkt “alsof het christenen of 'ongelovigen' zijn die de Twin Towers in vlogen, de bommen in Madrid en London plaatsten en terroristische trainingskampen hadden in Afghanistan.”
Het probleem met uitspraken als ‘het lijkt…’ is dat daarmee niet helder is wat de auteur bedoelt. Lijkt het alleen maar zo of is het ook zo? Als het alleen maar ‘lijkt’ heeft de premisse in deze argumentatie geen zin. Uit premisse (2b2) blijkt dat we ‘lijkt’ moeten opvatten als ‘is’.
(2b2). Uitspraak (1d). is onjuist vanwege het feit dat in Eddaoui’s wereldbeeld alles omgekeerd is.”
(2b2a). Het omgekeerde wereldbeeld blijkt:
(2b2a1) uit Eddaoui’s uitspraak ‘als moslim begrijp ik niet dat het Westen niet inziet dat de radicalisering onder de islamitische wereld nog nooit zo is toegenomen als de afgelopen jaren’.
(2b2a1a) omdat de uitspraak ‘als moslim begrijp ik niet…..’ impliceert dat de radicalisering van sommige moslims de schuld van het Westen zélf is.
Het is onjuist dat premisse (2b2a1) impliceert dat de radicalisering van sommige moslims de schuld van het Westen is. Een feitelijke constatering (toegenomen radicalisering) is iets anders een normatieve bewering (het is de schuld van…).


3. Eddaoui mag deze verwerpelijke uitspraken doen.

3a. “Van mij mag hij dat allemaal vinden.”
3b. “Hoe verwerpelijk ook.”
3c. Want: “dát is vrijheid van meningsuiting.”
Dat Eddaoui wel mag worden afgerekend op zijn uitspraken, wordt door De Krom in premisse 5a-b uiteengezet.


4. Wie uitspraken doet als Eddaoui, kan niet functioneren als geestelijk verzorger in het leger

4a. De uitspraken van Eddaoui moeten worden gezien in het licht van de relatie werkgever – werknemer.
4b. Eddaoui heeft in de meest geprofileerde termen de confrontatie met Defensie heeft gezocht.
4c. Het gaat om de geloofwaardigheid van iemand die binnen Defensie op een invloedrijke positie als vertrouwenspersoon wordt benoemd.
Het probleem met de relatie tussen de premissen (4a) en (4b) enerzijds en de premisse (4c) anderzijds is, dat is dat Eddaoui de confrontatie zocht met Defensie, maar optreedt als vertrouwenspersoon van individuele soldaten. Als een geestelijke verzorger optreedt als werknemer, dus belangenbehartiger van de organisatie, functioneert hij niet als geestelijk verzorger, maar als personeelsfunctionaris.
4d. Iemand die uitspraken doet als Eddaoui, kan niet functioneren in binnen defensie.
4d1. Iemand die zúlke oorlogszuchtige taal uitslaat, kan geen vertrouwenspositie binnen Defensie gaan bekleden.
4d1a. Wat heeft hij daar eigenlijk te zoeken?
4d1b. Wie zegt ons dat hij deze opvattingen niet ook 'in vertrouwen' deelt met de mensen die straks zijn spirituele begeleiding en advies zoeken?
4e. Dat Eddaoui inmiddels afstand heeft genomen van de uitspraken (verwoord in (1).) is totaal ongeloofwaardig.
4e1. Niemand kan in een sollicitatiegesprek zijn wereldbeeld totaal herzien.
Er zal dan wel ergens een indicatie moeten zijn, waaruit de onbetrouwbaarheid van Eddaoui blijkt. Premisse (4e1) is retoriek. De Krom is niet betrokken geweest bij de procedure. Zijn kamervragen baseerde hij op een bericht in Elsevier.


5. Eddaoui kan niet verdedigd worden met een beroep op de vrijheid van meningsuiting.

5a. Het inroepen van de vrijheid van meningsuiting ter verdediging van iemand die na de Deense cartoons ‘voor het eerst trots was op de Arabische wereld’ is grotesk.*
5b. Hier wordt in naam van Arabische religieuze dictaturen waar de vrijheid van meningsuiting eenvoudig niet bestaat, het recht op het vrije woord in het westen totaal vertrapt.
(*Grotesk betekent volgens de Van Dale door vreemde combinaties een wonderlijke, soms belachelijke indruk makend.)
Dit standpunt is in tegenspraak met premissen 3a-3c. Iedereen, zo poneerde De Krom, mag alle, zelfs verwerpelijke, uitspraken doen. Dus ook degene die ‘het recht op het vrije woord in het westen totaal vertrapt’. (Overigens wijkt dit standpunt af van onze wetgeving, maar dit terzijde).


Ergo: Eddaoui mag niet als legerimam benoemd worden.

De conclusie is dat de argumentatie van De Krom incorrect is.

Sommer en de categoriefout (9/4)

Moeten politici beter luisteren naar mijn vrouw, die ruim twintig jaar voor de klas staat? Sommer vindt van wel. Mijn vrouw ook.

"Iedere beginnende methodoloog weet dat naarmate wetenschappelijke uitspraken harder, betrouwbaarder, zekerder worden, het belang ervan met rasse schreden afneemt”, beweert Sommer (Vk, 7.4.09). Hij zet vraagtekens bij wat hij de nieuwe hype noemt: de verwetenschappelijking van het onderwijs. Politici moeten dan ook niet te rade gaan bij wetenschappers, want die kunnen niet vertellen wat goed onderwijs is. Ze moeten naar ouders en docenten luisteren. Instemmend haalt hij de onlangs overleden socioloog Van Doorn aan: “Intellectuelen hebben zich te veel opgeworpen als ideologen, vertegenwoordigers van de wetgevende rede die de ervaringswijsheid van de gemiddelde burger bij voorbaat afdoen als een manifestatie van vooroordelen, onbegrip en onwetendheid. Democratie is de politiek van het menselijk tekort en in die politiek dient common sense het uitgangspunt te vormen.”
Maar de tendens is onmiskenbaar: de wetenschap nestelt zich meer en meer in het hart van de politiek. Het punt is echter dat voorspellen “té moeilijk voor de (mens)wetenschap is. Precies daarom hebben we de politiek, die de eigen broek moet ophouden. Het is dan ook niet de politiek die steeds wetenschappelijker wordt, maar de wetenschap die zich steeds breder maakt omdat de politiek het laat lopen. Sommige wetenschap, denk ik op kwaaiere momenten, is politiek met voetnoten.”
Analyse. Sommer haalt drie categorieën vragen door elkaar. De eerste categorie is de descriptieve (beschrijvende) vraag: hoe effectief is – bijvoorbeeld – een bepaalde vorm van onderwijs. De tweede categorie is de prescriptieve of normatieve vraag: hoe wenselijk is een bepaalde vorm van onderwijs. De derde categorie is de filosofische vraag: hoe verhoudt zich de wetgevende rede zich ten opzichte van ervaringswijsheid bij een keuze voor een bepaalde vorm van onderwijs.
Sommer gooit deze vragen op een hoop en legt het primaat voor de antwoorden bij de ouders en docenten. Maar de eerste soort vragen vallen onder het domein van de wetenschap, hoe gebrekkig de antwoorden ook zijn. Gaat men uit van ervaringswijsheid als men wil weten of het Moermandieet effectief is?
De ‘ervaringswijsheid’ is hooguit input voor een wetenschappelijke statistische bewerking. Zo mochten mensen gegevens insturen voor een nieuwe horoscoop in verband met een test. Gebruikers waren razend enthousiast over die nieuwe duider van het menselijk karakter. Wat ze niet wisten dat de onderzoekers een bestaande ‘gerenommeerde’ horoscoop hadden gebruikt en dat ze niet de ingestuurde gegevens, maar de gegevens van een massamoordenaar hadden ingevoerd. Toch waren de meesten razend enthousiast.
Omgekeerd geldt hetzelfde. De opvatting van een wetenschapper als de neuroloog Jelle Jolles over wat er in het onderwijs moet gebeuren, kan men niet louter baseren op beschrijvende premissen. Heeft hij die pretentie wel, dan maakt hij zich schuldig aan een is-oughtdrogredenen. Hij leidt dan normatieve beweringen uit descriptieve (beschrijvende) beweringen af, maar feitelijk verzwijgt hij dan dat hij daarbij ook een prescriptieve premissen hanteert.

Dikke onvoldoende van Elsevierlezers (8/4)

Lezers van Elsevier konden reageren op het stuk van redacteur Eric Vrijsen. En elke reactie op dat stuk kan (en wordt) door de Elsevierlezers beoordeeld. Het stuk dat – op één na - het slechtste van alle reacties werd beoordeeld, kwam (uiteraard?) van mijn hand. Kennelijk heb ik het allemaal niet goed begrepen, want ik kreeg twee sterren van de vijf sterren, een dikke onvoldoende dus. Mijn stukje van gisteren moest ik terugbrengen tot 1000 karakters en dit bleef er nog maar van over:

“…betrokken bij terroristische activiteiten…”? Dat beweert alleen Vrijsen. De Volkskrant spreekt over “banden met een terroristische organisatie.” De Standaard meldt enkel dat er in Denemarken een gerechtelijk onderzoek wordt geopend tegen de Turks-Koerdische PKK-zender. Net als The Washington Post: “On another contentious issue, Fogh Rasmussen said Denmark was continuing a four-year investigation of Turkish claims that Copenhagen-based Roj TV has ties to the Kurdistan Workers’ Party, or PKK.
In Duitsland werd ROJ-TV in 2008 verboden. “Durch seine Tätigkeit fördert er in nachhaltiger Weise den Zusammenhalt und den Fortbestand der verbotenen PKK”, stelde de Duitse Minister van Binnenlandse zaken, Wolfgang Schäuble. Der Spiegel verduidelijkte verder: “Der Sender sei in ihre Organisationsstruktur eingebunden, so der Minister.
Kortom, de weergave van Vrijsen kom ik in elk geval nergens anders tegen. Tendentieus stuk.


Hoe moest het dan wel? De meesten kregen vijf sterren en er waren een paar 4-sterretjes. Naast – uiteraard – die met twee sterren (voor die slechte, die uit mijn koker kwam).
Hieronder volgt een kleine bloemlezing, geselecteerd uit de 62 reacties:

Die Turken begrijpen helemaal niets van de Westerse waarden. Ook de verlichting is aan dat land voorbijgegeaan, alleen de islam staat op een voetstuk, de wet is secundair. Wat dat betreft zijn het barbaren die nooit tot de EU zouden mogen toetreden. (5 sterren)
*
Turkije heeft zijn ware gezicht laten zien..Wij zijn achterlijk en dat moet Europa weten, zullen ze wel gdachth hebben. Zo Moslim, om te dreigen, eisen en willen en NIKS er voor over hebben. Zonder enige respect te tonen voor de basis waar de NATO voor staat. (4 sterren)
*
Ze zijn macho's, hebben een misplaatst eergevoel, erkennen geen scheiding tussen kerk en staat, zijn onbetrouwbaar, hebben lange tenen, reageren uitermate emotioneel en gunnen de ander niks. Daarom nooit of te nimmer deze turken in de EU. (4 sterren)
*
Oplossing: Obama maakt Turkije de nieuwste staat van de VS. Dat lost het probleem van toetreden tot de EU helemaal op. En voor wat multikulti kan hij er Mexico ook bijnemen (direkte verbinding naar de drugs!) (5 sterren)
*
het gaat maar door. wie stopt deze klucht rond turkye.
we staan erbij en kijken ernaar. het is de dood in de pot van Nederland. we hebben onze ziel allang verkocht aan de nieuwe wereldorde. en maar geloven in wereldvrede..komt me zo bekend voor.....de geschiedenis blijft zich herhalen. nu zal Obama ons redden,lees,uitleveren met huid en haar. gewoon aan de islam met z'n wrede dienst aan een god met 635 of meer gezichten. net als de volgelingen....niet te volgen, en zeer onbetrouwbaar. waar zit ons verstand..STOPPEN DIE HANDEL. laat turkye zich maar verbinden aan de zelfde oproerkraaiers en verraders die tegen Israel durven vechten. nix beter..maar met een schijnheiliger gezicht. doen of ze bij ons horen..JA,JA. (5 sterren)
*
Een voorproefje van wat ons te wachten staat als Turkije toetreedt tot de EU.
Het land is te groot, niet Europeesch, te nationalistisch, te islamitisch, te arm, te achterlijk en het zou Europa verschrikkelijk veel geld gaan kosten aan hulp. (5 sterren)
*
Maar het ondemocratische, Islamitische drammerige altijd verongelijkte en achterlijke Turkije mag nooit toetreden tot de EU. (5 sterren)
*
In de aard verschillen islamieten niet van fascisten in hun omgang met anders denkenden. (5 sterren)*
Eric Vrijsen maakt een denk fout, hij veronderstelt dat menig europese regeringsleider moet hebben verzucht: In vredesnaam dit land niet in de EU. Amerika met Bush wilde het, Obama dringt er met nadruk weer op aan. Er is geen enkele europese regeringsleider die hier concreet stelling tegenover inneemt. Het zal zeker gaan gebeuren ondanks alle mogelijke verzuchtingen! Amerika staat als economisch machtsblok tegenover een geduchte concurerend de EU. Het kan toch niet slimmer om Europa uit te schakelen, door te zorgen dat de Islam o.l.v. Turkije in de EU gaat meebepalen en overheersen. Chaos verzekerd toch!
Onze elieten zullen zich door Obama(de nieuwe messias) zeker in laten pakken, let maar op. (5 sterren)
*
toen ik studeerde vielen midden-oosten studenten op het hetzelfde soort gedrag , altijd zeuren zaken vertragen dreinen , hh politici knoop dit erdogan gebeuren in je oren en zadel ons niet op met turkije in de EU (5 sterren)
*
Moslim-knecht Obama zal er voor zorgen dat Turkije in de EU komt. Of we nu willen of niet. Ook zal Obama Israël schaakmat zetten door zijn gerotzooi in Iran. Door voor een socialistische Obama te kiezen hebben de Amerikanen de wereld (en zichzelf) in grote onbalans gebracht. We zijn in het westen zo ontzettend genaaid.
Alleen beseffen de meesten het nog niet. Dat zal echter snel veranderen. (5 sterren)
*
De tenen van Turken (moslims) zijn zo lang, dat je er ,hoe je jezelf draait of keert, altijd op trapt. (5 sterren)
*
En zo gaat dat maar door....

Elsevier en de aversie tegen Turken (7/4)

De overgevoelige Turken gooien met hun gedram hun eigen glazen in, meent elsevierredacteur Eric Vrijsen (Elsevier, 6.4.09). “Dat Rasmussen beloofde de zender Roj TV – die vanuit Denemarken programma’s uitstraalt naar de Koerden in Turkije – desnoods uit de lucht te halen, betekent niets. Rasmussen hoeft dit alleen te doen, indien de tv-zender betrokken is bij terroristische activiteiten. Dat is niet het geval.”
Analyse. “....betrokken bij terroristische activiteiten…..”, aldus Vrijssen. De Volkskrant (6.4.09) spreekt echter van “banden met een terroristische organisatie.” De Standaard (6.4.09) meldt dat “Ankara de verzekering heeft gekregen dat er een gerechtelijk onderzoek wordt geopend tegen de Turks-Koerdische PKK-zender”.
In The Washington Post staat het weer iets anders: “On another contentious issue, Fogh Rasmussen said Denmark was continuing a four-year investigation of Turkish claims that Copenhagen-based Roj TV has ties to the Kurdistan Workers’ Party, or PKK. The rebel group has been fighting the Turkish state since 1984 and is considered by Denmark and other Western countries to be a terrorist organization.
‘If sufficient evidence is provided, we will of course do all we can to close this television station,’ Fogh Rasmussen said. ‘I do hope that the work can be concluded as soon as possible, but it's up to the public prosecutor to decide.’ ”
In Duitsland werd ROJ-TV in 2008 verboden. “Durch seine Tätigkeit fördert er in nachhaltiger Weise den Zusammenhalt und den Fortbestand der verbotenen PKK”, stelde de Duitse Minister van Binnenlandse zaken, Wolfgang Schäuble.
Der Spiegel verduidelijkte verder: “Der Sender sei in ihre Organisationsstruktur eingebunden, so der Minister. Die PKK wird in der Europäischen Union als Terrororganisation eingestuft und unterliegt seit 1993 einem vereinsrechtlichen Betätigungsverbot in Deutschland.”

De weergave van Vrijssen, dat Roj-tv alleen verboden wordt als er sprake is van betrokkenheid bij terroristische acties, kom ik in elk geval nergens anders tegen. De argumentatie is op deze wijze wel heel makkelijk: eerst wordt een standpunt vertekend en vervolgens wordt het als ridicuul van de hand gewezen. Maar deze duiding komt alleen en uitsluitend voor rekening van Elsevier. De bewijslast ligt bij dit blad.

Martens en de kwestie-Berlusconi (6/4)

Oud-premier Wilfried Martens, voorzitter van de Europese Volkspartij (EVP), zat ooit in zijn maag met Berlusconi. Onder druk van Kohl moest hij tijdens de vorige Europese verkiezingen in zee gaan met Berlusconi’s partij. Maar tijden veranderen, zo blijkt uit een interview met Martens in de Standaard (DS,. 28.3.09). Berlusconi’s kersverse partij Popolo della Liberta (PdL) wilt met de Europese verkiezingen in zicht lid worden van de EVP en Martens heeft daar geen moeite mee. Dankzij Berlusconi is Italië een stuk democratischer geworden. De PdL-ers die uit de hoek van Alleanza Nazionale kwamen, zo merkt Martens op, koketteren niet meer met Mussolini en Berlusconi zelf is nog nooit veroordeeld.
Ine Roox, een journaliste van de Standaard, stelt dat Berlusconi extreemrechts temt (DS, 29.3.09). Ongetwijfeld, maar Italië krijgt er een premier voor terug die geen boodschap lijkt te hebben aan democratische fundamenten.
Analyse. Zowel Martens als Roox zien een paar hobbels van het formaat Etna over het hoofd.
a. Neem de machtenscheiding. Maurizio Sacconi, minister van Gezondheidszorg, trok zich in de zaak-Englaro niets aan van de uitspraak van het Hof van Cassatie, de hoogste rechtbank van Italië. Toen deze besliste dat de voeding aan de comapatiënte stopgezet mocht worden, dreigde PdL-er Sacconi elk ziekenhuis met sancties als zij Englaro zouden laten sterven.
Soms zijn de banden met de rechters weer net iets te innig. Zo werd speciaal voor rechter Corrado Carnevale de pensioengerechtigde leeftijd voor rechters optrokken naar tachtig. Zijn bijnaam is ‘ammazzasentenze’, de vonissenslachter, want Carnevale staat erom bekend dat hij talloze maffioso uit de cel wist te houden door hun veroordeling te vernietigen wegens vormfouten, zoals het ontbreken van een rubberen stempel. Het gros van de 200 veroordelingen van leden van organisaties als de maffia die dankzij rechter Falcone in eerste instantie in de cel belandden, werd vernietigd.
Martens wees er fijntjes op dat Berlusconi zelf nog nooit veroordeeld is. Dat is logisch. Alfano, minister van Justitie, heeft een wet uitgevaardigd die erop neerkomt dat regeringslieden zich niet voor justitie hoeven te verantwoorden. Regeren gaat nu eenmaal voor.
Hoe handig die wet is, blijkt uit de zaak-Mills. Deze advocaat werd onlangs veroordeeld tot 4,5 jaar cel, omdat hij 600.000 dollar smeergeld had aangenomen van Berlusconi’s Fininvest in ruil voor verklaringen die Berlusconi vrijpleitten in twee fraudezaken uit de jaren negentig. Tegen de tijd dat de premier uit de regering stapt, is zijn zaak alweer verjaard.
b. Ook de vrijheid van meningsuiting ligt gevoelig. Mara Carfagna, die voor haar benoeming als minister van Emancipatiezaken enkel half naakt op de Italiaanse tv rondhuppelde, wilde de comédienne Guzzanti dagvaarden omdat de laatste iets zei over de amoureuze verhouding tussen Berlusconi en zijn bloedmooie minister. Guzzanti’s vader, PdL-kamerlid, bevestigde overigens die verhouding.
Maurizio Gasparri, leider in de Senaat voor de PdL, wilde vorig jaar een journalist van het katholieke weekblad Famiglia Cristiana persoonlijk vervolgen. De journalist/priester had geschreven dat hij bevreesd was dat het fascisme weer de kop op zou steken door de acties tegen Roma en immigranten van de regering-Berlusconi.
Berlusconi ontkende vorige maand in alle toonaarden dat hij de mobiele eenheid op protesterende studenten wilde afsturen. Het waren roddels van de linkse media. Saillant detail: de microfoon stond open en iedereen kon het gewoon horen.
c. In het Europese parlement worden de democratische fundamenten evenmin naar behoren verdedigd. Het begint er al mee dat de Italiaanse europarlementariërs, die de hoogste vergoeding van alle parlementariërs ontvangen, verhoudingsgewijs onzichtbaar zijn. Uit een onderzoek blijkt dat in de periode 1999-2004 gemiddeld 75% van Europarlementariërs stemden. De Italianen bengelden met 56,2 procent onderaan de lijst.
Illustratief voor deze onzichtbaarheid is Tajani. Toen Franco Frattini vorig jaar bekendmaakte dat hij aftrad als eurocommissaris van Justitie, zag het er naar uit dat hij door europarlementariër Antonio Tajani zou worden opgevolgd. Tajani zat toen al veertien jaar in het Europees Parlement, maar de europarlementariër In 't Veld had nog nooit van hem gehoord. Via internet (!) kwam zij erachter dat hij met haar al jaren in dezelfde commissie zat.

Ellian en zijn aversie tegen Turkije (5/4)

“Gisteren heeft de Deense premier Anders Fogh Rasmussen zich officieel kandidaat gesteld als opvolger van De Hoop Scheffer. Hij is een zeer succesvolle premier die goede banden heeft met de Verenigde Staten. Daarom voldoet hij ook aan de vereisten om de volgende secretaris-generaal van de NAVO te worden.” Rasmussen zal ongetwijfeld blij zijn dat hij de goedkeuring heeft gekregen dat niemand minder dan Afshin Ellian, die als hoogleraar aan de Leidse universiteit is verbonden (Elsevier, 3.4.09).
Maar Turkije ziet Rasmussen niet zitten. “Maar waarom zijn de Turken tegen Rasmussen? Wat heeft Rasmussen tegen Turkije gedaan? Niks”, stelt Ellian.
De islamitische regering in Ankara verwijt Rasmussen dat hij in 2005 cartoons over de islamitische profeet Mohammed verdedigde in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Maar, zo gaat Ellian verder, Rasmussen had gelijk. “Geen enkele Deense rechter heeft die cartoons als onrechtmatig bestempeld. Ze vielen dus onder de vrijheid van meningsuiting. Rasmussen verdedigde de Europese waarden: mensenrechten, vrijheden en rechtsstatelijkheid.” Een andere reden voor de Turkse bedenkingen tegen Rasmussen is dat de Turkse regering wel wil instemmen met de benoeming van Rasmussen, maar dat enkel kabaal wordt gemaakt vanwege de binnenlandse politieke consumptie. “Als dit waar is, dan is de zaak nog erger. Want dit betekent dat de Turkse burgers de Europese waarden niet als fundamentele grondslagen van de Unie zien.”
Ellian besluit zijn betoog met: “Dit is de reden dat Europese burgers Turkije wantrouwen. Wat doet de Turkse regering straks als het land lid is van de Unie? Gaan de Turken in het Europees Parlement anti-vrijheidswetten voorstellen?” Zijn conclusie is dat de Europese burgers de islamitische regering van Turkije terecht wantrouwt.

Analyse. Ellians argumentatie luidt als volgt:

(1). Turkije is tegen Rasmussen, de verdediger van de westerse waarden.
........(1a). Rasmussen is een goede secretaris-generaal van de Navo.
.................(1a1). Rasmussen is een goede secretaris-generaal want
...........................(1a1a). hij is een zeer succesvol premier
...........................en
...........................(a1a2). hij staat op goede voet met de V.S.

(2). De islamitische regering in Ankara verwijt Rasmussen dat hij in 2005 cartoons over de islamitische profeet Mohammed verdedigde in het kader van de vrijheid van meningsuiting.

(3). Rasmussen moest niet anders handelen dan hij gedaan heeft.
.......(3a). Geen enkele Deense rechter heeft die cartoons als onrechtmatig bestempeld.
................(3a1). Ze vielen dus onder de vrijheid van meningsuiting.
.......(3b). Rasmussen verdedigde de Europese waarden: mensenrechten, vrijheden en rechtsstatelijkheid.
................(3b1). Rasmussen had de plicht om die waarden en zijn land te verdedigen.

(4). De Europese burger wantrouwt de Turkse regering.

Conclusie: het wantrouwen van Europese burgers jegens Turkije als EU-lid is terecht


We zullen de premissen één voor één nalopen:

(1). Turkije is tegen Rasmussen, de verdediger van de westerse waarden.

Eén dag na het verschijnen van Ellians column is de benoeming van de Rasmussen inmiddels met instemming van Turkije al gerealiseerd, dus zo zwaar was het verzet kennelijk ook weer niet. Maar dit terzijde.
Turkije was tegen, aldus Ellian. Maar de president, Abdullah Gül, heeft nooit een geheim gemaakt van het feit dat hij Rasmussen “een van de succesvolste minister-presidenten van Europa” vond en dat van een of ander veto dan ook geen sprake was. De cartoon-kwestie speelde niet en er was geen enkele “noodzaak om religieuze factoren te benadrukken”.
Minister-president Erdoğan vertelde op de NTV dat “er serieuze reacties waren uit landen met Islamtische bevolking over de cartoon crisis.” Die landen belden de Turkse regering om hun ongenoegen duidelijk te maken. Die landen oefenden druk uit om Rasmussens kandidatuur met een veto te blokkeren. Tegen Rasmussen had hij gezegd: “We don't want NATO to be worn down, and we don't think it is right that you as prime minister should be worn down in the process.”
Kortom, Ellian vertekent het standpunt als hij beweert dat Turkije en masse tegen Rasmussen is. (Zie verder onder 2.)

(1a). Rasmussen is een goede secretaris-generaal van de Navo.
(1a1). Rasmussen is een goede secretaris-generaal want
(1a1a). hij is een zeer succesvol premier

Volgens de politicoloog Mouritzen van het Deense instituut voor internationale studies (DIIS) ligt Rasmussen in Denemarken al een tijd onder vuur. "Als hij geen NAVO-chef was geworden, vraag ik me zelfs af of hij nog wel aan had kunnen blijven als premier. Zijn leiderschap in de Deense politiek heeft de afgelopen maanden aanzienlijk aan vertrouwen ingeboet” (NRC).

en
(a1a2). hij staat op goede voet met de V.S.

Zijn dit dus de criteria om een goede secretaris-generaal van de Navo te worden? Berlusconi is per slot van rekening ook zeer succesvol met 41% van de kiezers achter zich, maar het half jaar dat hij Europa op de agenda mocht zetten, wordt toch echt gezien als regelrechte mislukking.

(2). De islamitische regering in Ankara verwijt Rasmussen dat hij in 2005 cartoons over de islamitische profeet Mohammed verdedigde in het kader van de vrijheid van meningsuiting.

Met deze bewering vertekent Ellian het standpunt (zie 1). Later zei Gül: "There is only one Turkish view, and my view is this view.” (En zijn visie is dat er met Rasmussen niets mis is.)
Bovendien speelt er wel een andere kwestie die de ergernis inTurkije ook voedt: de kwestie-Roj TV. De zender zendt uit vanaf Deense bodem en volgens Ankara heeft dit televisiestation banden met de Koerdische PKK, een groep die door de EU is aangemerkt als een terroristische organisatie. Deze zaak sleept inmiddels al jaren, maar Deense autoriteit reageren enkel met ‘de juridische aspecten van deze zaak worden onderzocht’. Ellian verwijst niet eens naar deze kwestie, maar het is volgens Süleyman Kurt (Todayszaman) wel degelijk een kwestie waaraan Turkse burgers zich storen.

(3). Rasmussen moest niet anders handelen dan hij gedaan heeft.

Peter Viggo Jakobsen van de Universiteit van Kopenhagen heeft wel begrip voor het Turkse verzet tegen de benoeming van de 56-jarige Deense premier tot chef van het Atlantisch bondgenootschap Want, net als Mouritzen, vindt ook hij dat Rasmussen in de affaire over de Mohammed-cartoons van ruim drie jaar geleden “kapitale blunders” heeft gemaakt(NRC). Welke kapitale blunders Jakobsen op het oog heeft, weet ik niet. Feit is wel dat Rasmussen ambassadeurs van Islamitische landen, die om een onderhoud verzochtten, resoluut weigerde te ontvangen. Verhagen gebruikte dat soort onderhouden om het standpunt van de Nederlandse regering over Fitna uit te leggen.

(3a). Geen enkele Deense rechter heeft die cartoons als onrechtmatig bestempeld. Ze vielen dus onder de vrijheid van meningsuiting.
(3b). Rasmussen verdedigde de Europese waarden: mensenrechten, vrijheden en rechtsstatelijkheid.

David Cronin heeft in de Guardian (27.3.09) de ‘verdiensten’ van Rasmussen op dit punt eens op een rij gezet: “The Danish frontrunner for Nato's secretary generalship may be charming, but he is steeped in unsavoury ideology.” (…) “Rather than continuing to be fixated with that controversy (de Cartoon-kwestie, RR.), the Ankara government would be better advised to study his marriage of convenience with the extreme-right Danish People's party, which has repeatedly tried to brand Muslims in general as extremists. With that party's support, Rasmussen has waged a relentless campaign against immigrants that – no matter how much he might deny it – has smacked of racism.”
“There is a more important reason why he should not be put in charge of Nato and this relates to the nature of the alliance itself. The alliance (Navo, RR.) is stuck in a Cold War timewarp that makes it behave like an "imperial pitbull". Despite how Mikhail Gorbachev was promised that it would not encroach into eastern Europe, Russia now finds itself surrounded by Nato members. Not only has this exacerbated tensions with Moscow, it has prompted ex-communist countries to
massively increase their defence budgets in recent years. (…) Perhaps Rasmussen is busy drawing up plans to convince Nato that the 1980s ended some time ago, but his track record doesn't lead me to believe that he is. Throughout his premiership, he has been a lapdog for the US, displaying contempt for the majority opinion in his country by rushing to assist the invasion of Iraq. He has been so amenable to requests for troops to fight in Afghanistan that Denmark has – relative to population size – lost more soldiers there than any other country taking part in the war. And Nordic traditions of transparency aside, questions still remain unanswered about the extent of Denmark's collusion with torture flights run by the CIA.”
Rasmussen kwam in 2003 als premier onder vuur te liggen, omdat de regering niet over betrouwbare informatie over Iraakse massavernietigingswapens bleek te beschikken, terwijl die wapens voor Rasmussen en zijn regering de belangrijkste reden om militairen naar Irak te sturen. De journalisten die deze geheime stukken citeerden werden vervolgd, maar de Deense rechter sprak hen in 2006 vrij (VK, 6.4.09). Eerder, in 1992, moest hij aftreden omdat hij als minister van Belastingen het parlement foutief geïnformeerd had.

(3b1). Rasmussen had de plicht om die waarden en zijn land te verdedigen.

'Had'? 'Heeft', neem ik aan. Overigens overleefden Rasmussens kabinetten door de gedoogsteun van de rechts-populistische Deense Volkspartij, de partij van Pia Kjaersgaard, de Deense Geert Wilders.

(4). De Europese burger wantrouwt de Turkse regering.

Conclusie: het wantrouwen van Europese burgers jegens Turkije als EU-lid is terecht

Deze conclusie volgt niet zonder meer uit de premissen. De verzwegen premissen is dat de overwegingen die Ellian noemt ook de overwegingen zijn die de Europese burgers hebben. De bewijslast in deze ligt bij Ellian. Los daarvan is argumentatiestructuur van Ellians betoog ronduit rommelig te noemen.

Verbon en de slag in de lucht (4/4)

Harrie Verbon, de Tilburgse econoom die er niet voor schroomt om meningen te verkondigen die haaks staan op wat algemeen gangbaar is, presenteerde onlangs in de Volkskrant zijn alternatief voor de hogere AOW-leeftijd (3.4.09).
Jongerius (FNV) moet als alternatief voor die verhoging vier miljard ophoesten. CDA is allergisch voor alles wat naar lastenverzwaring riekt en Wientjes (NWO) ziet niets in de beperking van de aftrek van hypotheken. Logisch, meent Verbon, want zijn achterban woont natuurlijk vooral in huizen boven de miljoen. Dus waar haalt Jongerius met instemming van de werkgevers en het CDA het geld vandaan?
Verbon adviseert onder meer het afschaffen van het automatisch leeftijdsontslag op 65-jarige leeftijd en het financieel voldoende aantrekkelijk maken om door te blijven werken. Zijn inschatting is dat ongeveer honderdduizend oudere werknemers langer door willen blijven werken. “Dat is geen grotere slag in de lucht dan de aanname van het kabinet dat door de verhoging van de AOW-leeftijd mensen blijven doorwerken. Dat levert een kleine miljard euro op”, meent Verbon.
Een aantal alinea’s verder is dit ‘hypothetische’ bedrag gepromoveerd tot feit: de één miljard besparing wordt zonder meer in het optelstaatje meegenomen en “klaar zijn we, want dit is een alternatief plan waar geen werkgever tegen kan zijn.”
Analyse. Het feit dat het miljard van Verbon, dat ontstaat door het afschaffen van het automatisch leeftijdsontslag, net zo’n slag in de lucht is als de miljard die het kabinet denkt binnen te halen met de verhoging van de AOW-leeftijd, heeft argumentatief gezien geen enkele waarde. Het is en blijft een slag in de lucht en het siert Harrie Verbon wel dat hij de eerste is om dat toe te geven. In die zin lijkt hij mij een lichtend voorbeeld voor zijn collega-economen. (Maar goed, dit valt buiten het kader van deze site. En toegegeven, Coen Teulings geeft deze week in VN ruiterlijk toe dat economen slecht zijn in het voorspellen (4.4.09).)

Wilders en Kjaersgaard (3/4)

“Ik heb genoeg van de Koran in Nederland: verbied dat fascistische boek”, schreef Geert Wilders (VK, 8.8.07). Lawson, hoogleraar ‘Bescherming van de integriteit van het individu’, meent dat recente CERD-jurisprudentie erop wijst dat het OM zelfs verplicht is strafvervolging in te stellen als er op gerede gronden aangifte is gedaan (NJCM-Bulletin 2008, n. 4, p. 481). Het had daarbij met name de zaak Gelle op het oog. Gelle, een Somaliër van Deense afkomst, had een klacht ingediend tegen Pia Kjaersgaard, de Deense Geert Wilders. Kjaersgaard had in een ingezonden brief in het Kristeligt Dagblad bezwaar gemaakt tegen het feit dat de Deense Minister van Justitie een wetsvoorstel voor het verbod van meisjesbesnijdenis had voorgelegd aan de Deens-Somalische Vereniging. “Waarom moet de Deens-Somalische Vereniging invloed hebben op een wet die betrekking heeft op een misdaad die voornamelijk door Somaliërs gepleegd wordt. (…) Wat mij betreft is dit hetzelfde als de vereniging van pedofielen vragen welke bezwaren ze heeft tegen het verbod van sex met kinderen of als je aan verkrachters vraagt of ze bezwaren hebben tegen zwaardere straffen voor verkrachting.”
Het Deense OM zag niets in vervolging. Uit de uitspraken van Kjaersgaard kun je niet afleiden dat alle Somaliërs criminelen zijn of hetzelfde zijn als pedofielen of verkrachters. Dat de meeste vrouwenbesnijders Somaliërs zijn betekent niet dat de meeste Somaliërs vrouwenbesnijder zijn.
Lawson leidt uit de uitspraak van de CERD af dat er een verplichting tot vervolging bestaat. In de uitspraak van deze instantie staat: “The fact that Ms. Kjaersgaard’s statements were made in the context of a political debate does not absolve the State party from its obligation to investigate whether or not het statements amounted to racial discrimination.” (CERD/C/68/D/34/2004).
Volgens Nieuwenhuis, hoogleraar rechtsgeleerdheid in Leiden, is die interpretatie onjuist. Lawson maakt volgens hem van de ‘obligation to investigate’ een ‘verplichting tot vervolging’. “Op geen enkele wijze blijkt uit de uitspraak dat het comité heeft geoordeeld dat op Denemarken de plicht rustte Kjaersgaard strafrechtelijk te vervolgen”, aldus Nieuwenhuis.
Bovendien meent hij dat de kwalificatie van de uitspraak van het CERD als ‘jurisprudentie’ onterecht is. Rechtspraak is het niet, want het CERD is een single issue-organisatie. “Veelzeggend in dit opzicht is dat het comité in Gelle daar geen woord aan wijdt. In Gelle bekritiseert het comité enkel de negatieve generalisatie op grond van een nationaliteit."
Analyse. Volgens Nieuwenhuis volgt uit ‘obligation to investigate’ niet de verplichting tot vervolging. Maar ‘investigate’ betekent ‘een onderzoek instellen naar…’; ‘vervolgen’ betekent dat justitie een onderzoek zal instellen. Onderzoeken kan ook de betekenis hebben van tot voorwerp maken van een gerechtelijk onderzoek. Kortom, de interpretatie van Lawson is dus niet op voorhand verkeerd (als we uitgaan van de definities uit de Van Dale én de maximaal redelijke interpretatie).
De bewering van Nieuwenhuis dat het CERD niets zegt over andere kwesties zoals de vrijheid van meningsuiting is aantoonbaar onjuist, zoals blijkt uit het onsteundende citaat: “It reiterates that the exercise of the right to freedom of expression carries special duties and responsibilities, in particular the obligation not to disseminate racist ideas, that General Recommendation 30 recommends that States parties take "resolute action to counter any tendency to target, stigmatize, stereotype or profile, on the basis of race, colour, descent, and national or ethnic origin, members of 'non-citizen' population groups, especially by politicians” (ro. 7.5). In deze en andere uitspraken, wordt wel degelijk verwezen naar de vrijheid van meninguiting.

Condooms 2 (2/4)

“Het monogame huwelijk en het plaatsen van seksuele gemeenschap binnen de context van het huwelijk dienen niet om aids te voorkomen. Dit is een – welkom – neveneffect”, meent aartsbisschop en ethicus Eijk (VK, 2.4.09). De kerk houdt deze visie op huwelijk en seksualiteit voor, omdat zij voortvloeit uit de scheppingsordening zoals die in de Heilige Schrift beschreven is. ”Bovendien is het monogame, stabiele huwelijk de basis voor een gelukkig gezinsleven en de beste springplank die we kinderen voor hun leven kunnen bieden.” Condooms beschermen tegen aids, maar het biedt volgens Eijk geen absolute, maar slechts relatieve bescherming.
“Dat komt doordat mensen het condoom niet goed gebruiken, maar vooral doordat het – zeker in de Afrikaanse klimaatomstandigheden – kan scheuren. En als het condoom het sperma niet tegenhoudt, houdt het ook het aidsvirus niet tegen.
Dit is de realiteit en daarmee moeten promotors van het condoom rekening houden.”
Analyse. Eijk maakt zich schuldig aan een onjuiste vergelijking. Hij vergelijkt de ideale situatie van het monogame stabiele huwelijk met de alledaagse praktijk van het condoomgebruik en concludeert dat de ideale situatie te prefereren is (nog even los van de religieuze overwegingen). Fair is die vergelijking echter niet. Men zal de alledaagse praktijk van het huwelijk in Afrika moeten vergelijken met het alledaagse condoomgebruik, wil men deze zaken met elkaar vergelijken.

De paus, condooms en zijn (on)gelijk (1/4)

De stelling van de paus dat condooms niet effectief zouden zijn in de strijd tegen aids, is onjuist. Volgens Dirk Pyck, directeur van Sensoa (het Vlaams service- en expertisecentrum voor seksuele gezondheid en hiv), wordt in een artikel in The Lancet diezelfde stelling ontkracht met wetenschappelijk bewijs (DS, 31.3.09).
“Er is terecht heel wat verontwaardiging ontstaan rond de uitspraak van Paus Benedictus XVI dat het gebruik van condooms de hiv/aidstragedie niet tegenhoudt, ja zelfs nog verergert! Echt verbazingwekkend is die uitspraak nu ook weer niet, gezien Benedictus enkel de woorden van zijn voorganger Johannes-Paulus II herhaalt. Die liet ook al niets onverlet in de strijd tegen het condoom: het Vaticaan publiceerde zelfs pseudo-wetenschappelijke studies die moesten aantonen dat het hiv-virus door de latexwand van het condoom heen kon dringen, en bijgevolg helemaal geen bescherming tegen hiv zou bieden. Klinkklare nonsens”, aldus Pyck.
De uitspraak van Benedictus XVI tegen het gebruik van condooms is volgens hem dan ook veeleer een symptoom van een veel “dieperliggende negatie van seksualiteit, die obsessionele vormen aanneemt”.
Tegelijkertijd verscheen er in het NRC (31.3.09) over deze kwestie een stuk van Edward C. Green. Hij is medisch antropoloog en verbonden aan de Harvard School of Public Health.
“Toen paus Benedictus XVI deze maand beweerde dat condoomgebruik niet helpt tegen de verspreiding van hiv en aids in Afrika en het misschien nog wel erger maakt, veroorzaakte dat een storm van protest. Maar de paus heeft het bewijs aan zijn kant”, aldus Green.
“In 2003 deden Norman Hearst en Sanny Chen van de Universiteit van Californië onderzoek naar de doelmatigheid van condooms voor het aidsprogramma van de Verenigde Naties (UNAIDS). Zij vonden geen bewijs dat condooms in Afrika helpen als primaire maatregel voor hiv-preventie. UNAIDS nam stilzwijgend afstand van de studie. (Uiteindelijk wisten de auteurs hun bevindingen te publiceren in het kwartaalschrift Studies in Family Planning.) “
Sindsdien hebben artikelen in andere vaktijdschriften, zoals Science, The Lancet en British Medical Journal, volgens Green bevestigd dat condooms niet hebben geholpen ter bestrijding van epidemieën die, zoals in Afrika, hele bevolkingen treffen.
“In een artikel in Science uit 2008, ‘Evaluatie van hiv-preventie’, kwamen tien aidsexperts tot de conclusie dat ‘consequent condoomgebruik een onvoldoende hoog niveau heeft bereikt, ook na een jarenlange grootschalige en vaak agressieve campagne, om te leiden tot een meetbare vertraging van nieuwe infecties in de epidemieën van het Afrika ten zuiden van de Sahara’.”
Wat volgens Green in Afrika wel heeft geholpen zijn strategieën die gericht waren op wederzijds trouwe monogamie of in elk geval een vermindering van het aantal partners, met name gelijktijdige. ‘Gesloten’ of trouwe polygamie kan ook werken.
Analyse. Als Green gelijk heeft, dan vallen de beschuldigingen van Pyck aan het adres van de paus (pseudo-wetenschappelijke studies; klinkklare nonsens; obsessionele negatie van seksualiteit) onder de noemer ‘persoonlijk aanval’.
Punt is wel dat Green The Lancet aanhaalt. In de Editorial van dat tijdschrift (28.3.09) kunnen we echter het volgende lezen: “The Catholic Church's ethical opposition to birth control and support of marital fidelity and abstinence in HIV prevention is well known. But, by saying that condoms exacerbate the problem of HIV/AIDS, the Pope has publicly distorted scientific evidence to promote Catholic doctrine on this issue.
(…) Amidst the fury, even the Vatican tried to alter the pontiff's wording. On the Holy See's website, the Vatican's head of media, Father Federico Lombari, quoted the Pope as having said that there was a “risk that condoms…might increase the problem”.
Whether the Pope's error was due to ignorance or a deliberate attempt to manipulate science to support Catholic ideology is unclear. But the comment still stands and the Vatican's attempts to tweak the Pope's words, further tampering with the truth, is not the way forward. When any influential person, be it a religious or political leader, makes a false scientific statement that could be devastating to the health of millions of people, they should retract or correct the public record.”
De claim dat de paus het gelijk op zijn kant heeft, waarbij een beroep op The Lancet gedaan wordt, is op z’n minst dubieus. In het redactionele commentaar van dat tijdschrift wordt van de bewering van de paus gehakt gemaakt. Daarmee heeft Green weliswaar nog niet ongelijk, maar zijn betoog is op zijn minst wat eenzijdig.