De pijnlijke misstap van Ellian (31/8)

Wat te denken van de onnavolgbare logica van Leidse hoogleraar Ellian. “Volgens Rouvoet presteert het kabinet onvoldoende. ‘We hebben het te weinig waargemaakt tot dusverre, vind ik. Dat betekent dus echt een paar tanden erbij’, aldus de ChristenUnie-leider. (…) Het kabinet moet behaalde resultaten tonen. Hier zien we hoe Rouvoet onlogisch praat en denkt. Als het kabinet onvoldoende heeft gepresteerd, dan zijn er kennelijk weinig resultaten bereikt. Rouvoet studeerde aan de VU (rechtenfaculteit) bij moralistische, ogenschijnlijk (filosofisch) weinig bekwame docenten die hem het kritische denken niet hebben bijgebracht” (Elsevier, 14.7.09).
Analyse. De opmerking ‘We hebben het te weinig waargemaakt tot dusverre, vind ik; dat betekent dus echt een paar tanden erbij’ is m.i. geen cirkelredenering. Rouvoet had immers ook kunnen beweren dat het kabinet te weinig had waargemaakt en dat dit gezien de economische crisis ook moeilijk anders kon. Ellians verwoording van het standpunt van Rouvoet (‘als het kabinet onvoldoende heeft gepresteerd, dan zijn er kennelijk weinig resultaten bereikt’) is mijns inziens geen correcte verwoording van het standpunt van Rouvoet. Sterker nog, het is een vertekening van diens standpunt.
Ellians bewering dat Rouvoet is opgeleid door “ogenschijnlijk filosofisch weinig bekwame docenten die hem het kritisch denken niet hebben bij gebracht”, is – op z’n zachtst gezegd – een beetje pijnlijk: niet Rouvoet, maar Ellian maakt een argumentatiefout.

Kluveld en de opgeblazen vooronderstelling

Tariq Ramadan, gasthoogleraar aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam, houdt de gemoederen bezig. Hij is door de gemeente Rotterdam aangesteld als bruggenbouwer, maar blijkt ook nog een programma te presenteren voor de staatstelevisie van Iran, PressTV. “Ramadan is een collaborateur”, riep Volkskrantcolumniste Kluveld (Vk, 15.8.09). “Arno Bonte van GroenLinks Rotterdam stelde dat Ramadan weliswaar een conservatief denker is, maar ook iemand die in Iran wel eens de rol van EO-boegbeeld Arie Boomsma zou kunnen vervullen.”
Een heel fout standpunt van Bonte, meent Kluveld. “In de Rotterdamse gemeenteraad zit dus iemand die zo stuitend onbenullig en getroebleerd is, dat hij denkt dat de EO vergelijkbaar is met een totalitair regime van mullah’s dat mensen vermoordt. Waar heeft de EO dit aan verdiend? Waar hebben de Iraanse vluchtelingen in ons land dit dédain van GroenLinks aan verdiend?”
Analyse. Kluveld las wat ze wilde lezen. Bonte vergeleek niet de EO met een dictatoriaal regime, maar de emancipatorische rol die iemand kan spelen binnen in een bepaalde setting (organisatie of staat). Of die vergelijking inhoudelijk hout snijdt, is een andere kwestie.

OM versus advocatuur 3: strafrechtadvocaten (29/8)

Bekkers, de deken van de orde van de advocaat, maakt zich zorgen over de verhouding tussen de advocatuur en het OM (Vk, 11.8.09). Sommige strafpleiters verwijten hem dat hij geen affiniteit heeft met strafrecht. Als advocaat heeft hij vooral ervaring met het civiele zaken.
Analyse. De strafpleiters maken zich schuldig maken aan een persoonlijke aanval. Als zij van mening zijn dat Bekkers zich ten onrechte zorgen maakt over de verruwing, zullen ze daarvoor inhoudelijke argumenten moeten aandragen. In plaats daarvan verwijten ze Bekkers enkel een gebrek aan affiniteit en een gebrek aan ervaring (met de strafrechtpraktijk).

OM versus advocatuur 2: Willem Bekkers (28/8)

Willem Bekkers, deken van orde van advocaten, leverde ook zijn bijdrage aan de ruzie tussen het OM en een aantal strafrechtadvocaten : “we (juristen, RR.) zeggen steeds duidelijker waarop het staat, net als in de rest van de samenleving” (Vk, 11.8.09).
Analyse. Bekkers beschrijft een praktijk: de samenleving hanteert straffe taal, en juristen doen niet anders. Maar is die verwijzing relevant? Als iedereen ‘x’ doet, is dat op zich geen reden om dus ook maar ‘x’ te doen.
Ter verdediging van Bekkers kun je zeggen dat hij louter beschrijft wat de stand van zaken is. Het punt is echter dat de uitspraak als het ware figureert in een morele discussie, namelijk zijn de (vier) strafrechtadvocaten te ver gegaan of moet het OM – in termen van prof. Prakken – niet zeuren.
Dat Bekkers participeert in de morele discussie blijkt uit het feit dat hij in zijn betoog een morele premissen toevoegt (‘een advocaat moet ver gaan om het belang van zijn cliënt te behartigen’, ‘een advocaat moet in zijn achterhoofd wel denken aan het belang van het rechtssysteem’ en ‘er is sprake van een zorgelijke verruwing van de verhouding tussen aanklagers en raadslieden’).

OM versus advocatuur 1: Ties Prakken (27/8)

“Er flakkert een ruzie op tussen het Openbaar Ministerie en de advocatuur”, schreef Ties Prakken, emeritus hoogleraar strafprocesrecht en advocate (Trouw, 14.8.09). “Een aantal advocaten heeft zich onvriendelijk uitgelaten over officier van justitie Koos Plooij, die volgens hen zo ijverig de misdaad aan het bestrijden is dat hij desnoods de waarheidsvinding tekort doet, door bijvoorbeeld ontlastend bewijs uit het dossier te houden.”
Het OM ontwikkelt zich in de richting van de rechterlijke macht (inclusief de daarmee verbonden objectiviteit en onafhankelijkheid van de politiek) tot zelfstandige dienst onder de minister die belast is met de misdaadbestrijding. Dat blijkt uit het optreden van officieren van justitie, die zich meer en meer opstellen als gedreven en partijdige crimefighters, met name in de grote strafzaken zoals die tegen veronderstelde maffiose criminelen en terroristen.
“Dat hangt dan weer samen met enerzijds de politieke en publieke belangstelling voor deze zaken, waarin het OM op de huid gezeten wordt door parlementariërs en journalisten, en anderzijds de omstandigheid dat juist in die zaken druk gebruik gemaakt wordt van bijzondere opsporingsmethodes zoals afluisteren en observeren en vormen van infiltratie. Dat zijn bij uitstek de opsporingsmethodes waarop de verdediging geen enkel zicht en weinig greep heeft.”
Prakken somt een aantal problemen op: het OM heeft een belang bij het niet volledig informeren van de verdediging, omdat het zijn informatiepositie wil afschermen; het OM zal niet meer prijsgeven dan strikt noodzakelijk is om tot een veroordeling te komen; het bewijs voor deelname aan een criminele organisatie is vaak vaag en speculatief; het gebruik van kroongetuigen, die zelf deel hebben genomen aan de criminele activiteiten en daarover bij de politie willen verklaren met strafvermindering als tegenprestatie, maakt de cirkel van moeilijk controleerbaar en mogelijk onbetrouwbaar bewijs rond; het optreden van anonieme getuigen en kroongetuigen leidt tot een groter risico van onbetrouwbaarheid.
De advocaat tast dan in het duister en zijn controlerende taak brengt mee dat hij dan de officier van justitie zeer kritisch volgt. Prakken: “Hij bouwt hypotheses over de totstandkoming van het bewijs en probeert die te toetsen. Dat hij daarbij soms een slag in de lucht slaat is onvermijdelijk. Natuurlijk is ook de woordkeus van de ene advocaat wat subtieler dan die van de andere. De structurele verscherping van de tegenstellingen, juist in de grote zaken, brengt een scherper debat met zich mee en het OM, dat met de politiek verantwoordelijk is voor die structurele verandering, moet daarover niet zeuren.”
Analyse. Even voor de duidelijkheid: het gaat het om uitspraken als ‘Plooij (officier van justitite, RR.) zou zijn moeder nog verkopen voor zijn carrière’ en ‘bijna jihadistische aanpak’. Dit zijn ad hominemargumenten: Plooij wordt weggezet als oplichter, zoals Harm Brouwer, de hoogste OM-baas, het uitdrukte. Dat is iets anders dan hetgeen Prakken aan de orde stelt, namelijk de polarisatie in (en rond) de rechtzaal.
Tien jaar geleden wijdde het tijdschrift ‘Trema’ ook al een heel nummer aan deze problematiek. De klachten over de advocatuur waren van dezelfde categorie als die van Prakken, maar dan (ook) in de omgekeerde richting: advocaten die onnodig veel getuigen oproepen; getuigen op het laatste moment op de zitting aanmelden; rechters wraken om niets, enz.
Prakken legt de schuld eenzijdig bij het OM: de laatste stelt zich op als ‘crime fighter’ en ligt zo advocaten dwars. Waarom het causale verband zo ligt, beargumenteert Prakken niet. Dat is weliswaar geen drogreden, maar het maakt haar argumentatie niet erg sterk. Het is vooralsnog een slag in de lucht. Ibo Buruma, hoogleraar strafrecht, wees er n.a.v. deze ruzie op het feit dat Fred Teeven zich destijds als officier van justitie ook profileerde als crime fighter, maar dat dit niet leidde tot de beschuldiging van het kaliber-Plooij. Is 'crime-fighter' dan de verklarende factor?

Jongleren met cijfers (26/8)

Wilders in een interview in de Volkskrant (4.7.09): “Ik heb de feiten en een groot deel van de kiezers aan mijn kant.”
Op het moment van die uitspraak koos 21,2 procent van de kiezers volgens de Politieke Barometer PVV. Da's dus net iets meer dan éénvijfde deel.

Krugman en 'na-elkaar-dus-door-elkaar' (25/8)

De economische “reddingsoperaties hadden beter kunnen worden uitgevoerd, maar zonder reddingsoperaties waren we slechter af geweest. Dus het lijkt erop dat we toch geen Grote Depressie gaan krijgen. Wie heeft ons gered? Het antwoord luidt: een grote overheid.” Aan het woord is Paul Krugman, nobelprijswinnaar en hoogleraar economie (VK, 11.8.09). Weliswaar is de economische toestand is nog steeds verschrikkelijk – “slechter dan iedereen nog niet zo heel lang geleden voor mogelijk hield” – maar de “economische statistieken geven wel aan dat de economie diverse stappen weg van de afgrond heeft gezet”.
De vraag volgens Krugman is: wat heeft ons gered van een volledige herhaling van de Grote Depressie? Zijn antwoord: het “schuilt zonder twijfel in de rol die de overheid dit maal heeft gespeeld. Waarschijnlijk het voornaamste wat de regering heeft gedaan, is iets wat hij heeft nagelaten: anders dan het bedrijfsleven heeft de overheid dalende inkomsten niet beantwoord met het snijden in de kosten.”
Anders dan in de jaren dertig, merkt Krugman op, heeft de regering zich niet afzijdig gehouden op het moment dat het bankwezen op instorten stond. Krugman: “Ook dat is een reden dat we niet de remake van de Grote Depressie beleven. Als laatste, maar zeker niet de minste reden kunnen de welbewuste pogingen van de regering om de economie te stimuleren, worden aangevoerd. Vanaf het begin heb ik gezegd dat het stimuleringsprogramma van Obama te klein was. Niettemin suggereren redelijke schattingen dat ongeveer een miljoen Amerikanen extra een baan hebben dan zonder het stimuleringsplan. Dat heeft een belangrijke rol gespeeld bij het stoppen van de vrije val van de economie. Alles bij elkaar heeft de regering in deze crisis een cruciale rol gespeeld.”
Krugman is nog steeds zeer bezorgd over de economie, “maar het lijkt erop dat we het ergste hebben kunnen vermijden - een totale catastrofe is niet langer waarschijnlijk. De verklaring daarvoor is een grote overheid, geleid door mensen die het belang daarvan onderkennen.”
Analyse. De redenering van Krugman is als volgt: er was/is een crisis; de regering nam maatregelen; de crisis nam af. Dus de regeringsmaatregelen zijn de oorzaak van de afname van de crisis. Het gegeven twee gebeurtenissen na elkaar plaatsvinden, is strikt argumentatief volstrekt onvoldoende om aannemelijk te maken dat de eerste gebeurtenis in tijd (regeringsmaatregelen) dus de oorzaak is van de tweede gebeurtenis in tijd (relatieve afname van de economische crisis).
Krugmans argumentatie oogt heel bescheiden: het lijkt erop dat we geen Grote Recessie krijgen; waarschijnlijk het voornaamste wat de regering heeft gedaan… ; redelijke schattingen suggereren…; redenen kunnen worden aangevoerd…; het lijkt erop dat we het ergste hebben kunnen vermijden…; niet langer waarschijnlijk…; etc.. Het is duidelijk dat Krugman vijfentwintig slagen om de arm houdt, maar de conclusie van zijn betoog staat echter in schril contrast met deze ‘bescheiden’ premissen: de grote overheid heeft ons gered.

Ellian contra Ramadan (24/8)

In zijn column reageert Ellian (Elsevier, 19.8.09) op het ontslag van zijn collega-hoogleraar Tariq Ramadan. De laatste was aangesteld als bruggenbouwer tussen de moslimgemeenschap en de niet-moslims. Dat hij sinds mei 2009 ook programma’s over religie presenteerde voor Press.TV was de aanleiding voor het beëindigen van zijn contract. Press.TV wordt namelijk gefinancierd door de regering in Iran. Ramadan stelt dat hij de vrije hand had op de omroep, maar critici zeggen dat dit juist bijdraagt tot de propaganda van de politiek van Iraanse regieme.
Ellian maakt zich schuldig aan een pot-verwijt-de-ketel-dat-hij-zwart-ziet-argument en hij maakt een onjuiste vergelijking.
Ramadan moest uit de media vernemen dat hij door het college van B&W was ontslagen, maar moest daar volgens Ellian niet over zeuren. Ik verwijs in het onderstaande stukje naar Gerry Van der List, een redacteur van Elsevier, die dezelfde dag een column over Ramadan schreef.

Ramadan moet zich volgens Ellian niet beklagen over het feit dat hij uit de media moet vernemen dat hij is ontslagen, want zelf maakt hij zich daar ook schuldig aan. Het college moest immers ook uit de media vernemen dat hij voor Press.TV werkte. Is daarmee de handelswijze van het college gerechtvaardigd? Nee.
Dat het besluit, zodra het is genomen, ook openbaar is, gaat voorbij aan het bezwaar van Ramadan. Namelijk dat hij uit de media moest vernemen, dat hij was ontslagen.
Bovendien, kun je ‘het vernemen van je ontslag uit de media’ vergelijken met ‘het vernemen van een bijbaan via media van een werknemer’? Voor dat laatste bestaat overigens geen juridische verplichting. Dat zijn toch echt twee onvergelijkbare zaken.
Zelfs Van der List vindt dat Ramadan “misschien een beetje gelijk heeft in zijn onvrede over de gevolgde procedure”.

Deze analyse heb ik letterlijk (op het cursief gedeelte na) zo geplaatst als reactie bij het artikel van Ellian op de website van Elsevier. De redactie van Elsevier vond deze reactie dermate onacceptabel en onaanvaardbaar, dat ze deze reactie vrijwel onmiddellijk hebben verwijderd. Ook werd mijn account per direct geblokkeerd.
De Raad voor Journalistiek oordeelde in uitspraak in 2008 over het verwijderen van een reactie op een forum, dat een digitale reactie dezelfde status heeft als het weigeren van een ingezonden brief.
Die mag dus zonder meer worden verwijderd. Buiten het kader van deze site: de vergelijking van De Raad gaat m.i. mank. De hoeveelheid ruimte voor het plaatsen van een brief in een krant is fysiek beperkt, maar die beperking geldt niet voor een digitaal ingezonden stuk. Als een reageerder zich houdt aan de voorwaarden op het forum, moet zo'n stuk worden geaccepteerd.

Elatik versus Wilders: over Hilter en ganzen

Fatima Elatik, de PvdA-voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg, vergeleek het beleid van Geert Wilders met het beleid van Hitler. In een interview in het Parool (15.8.09) lichtte ze haar standpunt toe. “Iemand moet het zeggen: Wilders beleid riekt naar de manier waarop Hitler zijn beweging begon. Hitler hield ook stelselmatig cijfers bij over joden. Om haat te zaaien. Dat doet Wilders ook. Polarisering helpt ons mooie, barmhartige land niet om in vrede te leven. Het Arabische volk, net als het joodse een semitisch volk, wordt in een hoek gezet. We laten polarisering toe.”
Het Parool stelde vervolgens dat ze zelf ook polariseerde door met Hitler op de proppen te komen. Elatik:
“Nee, ik roep polarisering een halt toe. Door een groep in een hoek te duwen, ontwricht je een hele samenleving. Ik ben een binder, geen verdeler. Ik wil dat Wilders het debat aangaat in plaats van roepen aan de zijlijn. Hij wil weten hoeveel moslims er zijn. Niet om te helpen en ze een goede opvoeding of toekomst te geven, maar om nog meer haat te zaaien.”
Spijt had ze niet. “Ik loop me al maanden, jaren in te houden. Ik leef niet in een zwart-witwereld, maar in een grijze wereld. Ik geef moslims én autochtonen op hun kop als ze niet meedoen aan de samenleving. Wilders roept al drie jaar van alles. Noem mij één oplossing die hij heeft bedacht?”
Wilders speelt bovendien op de man. Doet Elatik niet hetzelfde? “Nee, ik niet. Ik heb alleen gezegd dat zijn beleid lijkt op dat van Hitler.”
Analyse. De verslaggever van het Parool heeft m.i. gelijk: door Wilders’ beleid te vergelijken met Hilters beleid polariseer je wel degelijk.

De volkscensuur van Elsevier.

Gerry van der List hield in Elsevier (14.8.09) een pleidooi om Tariq Ramadan te ontslaan. De filosoof is als hoogleraar verbonden aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit en werkt voor de gemeente Rotterdam als bruggenbouwer tussen de moslimgemeenschap en de Nederlandse gemeenschap. Van der List: “Maar daar is hij niet bepaald de geschikte persoon voor. Zoals uitvoerig gedocumenteerd in een aantal boeken huldigt Ramadan fundamentalistische opvattingen over van alles nog en wat. Vooral als hij in het Arabisch het woord voert trouwens. In Europa spreekt hij met een andere tong, waardoor naïeve progressieven hem volstrekt ten onrechte als een bondgenoot zijn gaan beschouwen.”
“Nu is Ramadan weer in opspraak omdat hij blijkt te werken voor PressTv, een allesbehalve onafhankelijke zender in het dictatoriale Iran”, weet Van der List te melden. “Het zoveelste bewijs dat hij in Nederland onmogelijk kan fungeren als rolmodel, als een door de Nederlandse overheid betaalde leidsman voor moslims bij hun pogingen tot integratie.”
Ik vroeg in een reactie of de felle reageerders zich ook echt in het werk van Ramadan verdiept hadden. Bovendien wees ik op het feit dat Van der List spreekt over de uitvoerige documentatie van Ramadans fundamentalistische opvatting. Maar wie de hyperlink in zijn stuk aanklikt, komt alleen uit bij één werk van een Franse journaliste uit, namelijk Caroline Fourest. Is dat integer, vroeg ik me af. (Kennelijk leest en verstaat Van der List ook Arabisch, maar dat heb ik maar niet opgeschreven.)
Deze bijdrage werd verwijderd, waarschijnlijk door medereageerders.
Wat kan dan wel door de beugel? Nou, reacties als de volgende voldoen wel prima aan de standaard van Elsevier: “PvdA en Groen Links vallen in dezelfde categorie als de NSB in de jaren 30! Collaborateurs dus.” Ramadan een “moslimfascist” en een “misleidende leugenaar” noemen is ook acceptabel. “Tarik is oplichter eerste klas. Maar hij mag op het Erasmus kwezelen, dankzij de linkse sukkels die niets liever wensen, dan opgelicht te worden.” is een reactie die kennelijk prima past op het forum. Ook goed: Ramadan is een islamistische huichelaar, mooiprater en bedrieger.
Vervolgens wilde een anonieme reageerder, een zekere Uberinfidel, wel even uit leggen waarom ik niets te zoeken heb op het forum van Elsevier. Als reageerders 5 keer het knopje 'ongepast' aanklikken, dan wordt een reactie kennelijk automatisch verwijderd. In mijn geval was dat volgens hem kennelijk volstrekt terecht. Zijn uitleg luidde als volgt: "Ron Ritzen, nou mooi,opgeruimd staat netjes. (...) De kerk die deze softe meneer aan hangt spuugt op de vrijheid van meningsuiting voor autochtonen en vind dat dit tegenwoordig enkel nog voor de fijne knuffelmoslims is weggelegd. De manier waarop dit heerschap een gifslang als Ramadan verdedigd is dan ook DE reden waarom zijn reacties hier op democratische wijze worden weggestemd." Tot zover zijn reactie.
De reageerder en medestanders verwijderden mijn opvatting en riepen vervolgens dat ik en mijn kerk (heb ik een kerk?) spuug op de vrijheid van meningsuiting. Maar wie maakte nu wie het spreken onmogelijk? Hij dus. Niet ik.
“De manier waarop dit heerschap” (ik, dus) “Ramadan verdedig is dan ook DE reden waarom zijn reacties hier op democratische wijze worden weggestemd”. Vervolgens vroeg ik hem wie hij, anonieme reageerder, is om te bepalen hoe en op welke wijze ik moet reageren? Ik leefde in bizarre vooronderstelling dat ik dat nog altijd zelf bepaal en niet hij en anonieme vriendjes.
En wat is er democratisch aan om een geluid wat hij niet wil horen, gewoon te verwijderen. "Zoiets heet censuur en verdraagt zich niet met een democratische instelling", schreef ik, maar ik geloof dat de boodschap niet echt overkomt.