Het ontduiken van de bewijslast

Een adviseur sociale zekerheid wil de Centrale Raad van Beroep overtuigen dat het keuren van arbeidsongeschikten niet rechtvaardig gebeurt. Morgen behandelen de hoogste rechters in socialezekerheidszaken zijn herzieningsverzoek.
De raad concludeerde al eerder – in 2004 - dat een aanpassing van het zogeheten claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) noodzakelijk was. Maar daar is volgens hem vooralsnog niet veel van terecht gekomen.
Het UWV en de arbodiensten hanteren een lijst met 'normaalwaarden’. Daarin wordt bepaald wat iemand in het dagelijks leven kan doen (concentreren, tillen, staan enz.). Daaraan wordt afgemeten of iemand een beperking heeft of niet. Het is niet is te controleren hoe gedegen die lijst is, stelt hij.
De Centrale Raad accepteerde in 2004 deze normaalwaarden. De adviseur gaat er vanuit dat de rechters anders hadden geoordeeld als ze hadden geweten hoe het precies zit.
Dat geldt ook voor de wijze de belasting in verschillende functies werd vastgesteld. "Er was een periode sprake van natte-vingerwerk en ik heb daar bewijzen van. Dan stelde een UWV-medewerker achter zijn bureau vast wat een koekjesinpakker precies deed in plaats van naar de fabriek te gaan. Waarom zijn die enquêteformulieren, waarin functies worden beschreven, niet openbaar? Zo krijg je nooit een eerlijk proces."
Analyse. De adviseur gaat er vanuit dat de rechters anders hadden geoordeeld als ze hadden geweten hoe het precies zit. Die claim kan hij – vooralsnog – niet bewijzen. (Zeker niet als de CRB de criteria marginaal toetst, dus kijkt of de criteria niet onredelijk zijn.) Los daarvan kan iedereen bij elke zaak beweren: "als de rechter echt wist hoe de zaak in elkaar zit, dan gaf hij mij gelijk". Daarmee wordt de bewijslast ontdoken.