Prof. Wesseling & het spookverhaal (4.3.10)

Prof. Wesseling valt het spookverhaal van de geheime afstudeerscriptie van prins Willem-Alexander aan. Althans, de versie die recent in HP/De Tijd (29 januari 2010) verscheen. De boosdoener was redacteur Roelof Bouwman: hij schreef dat toen de Prins afstudeerde “zijn afstudeerscriptie niet, zoals gebruikelijk, werd toegevoegd aan de collectie van de universitaire bibliotheek”.
Wat is er mis met die bewering? Wesseling: “Ik kan de auteur verzekeren dat zo’n gebruik in het geheel niet bestond. Om te vermijden dat men zou denken dat dit maar ‘een mening’ is, heb ik de directeur van die bibliotheek om een reactie gevraagd. Ik kreeg per kerende post het volgende antwoord: ‘De Universiteitsbibliotheek Leiden heeft in de periode dat u verbonden was aan de universiteit nooit afstudeerscripties opgenomen. Dat de afstudeerscriptie van Z.K.H. de Prins van Oranje ‘niet, zoals gebruikelijk, werd toegevoegd aan de collectie van de universitaire bibliotheek’ klopt dus niet. Omdat al vóór het afstuderen te vermoeden was dat dit de enige scriptie uit de eeuwenlange geschiedenis van de Leidse universiteit zou zijn waarvoor anderen dan familie en vrienden belangstelling zouden hebben, is over dit onderwerp toen reeds het oordeel gevraagd van het hoofd Juridische Zaken van de universiteit. Zijn conclusie was dat ‘geen recht van inzage door belangstellenden aanwezig’ is. Alsook: ‘Op de scriptie van de student rust het auteursrecht hetgeen inhoudt dat de student zelf beslist over de openbaarmaking of verveelvoudiging van zijn werk, in casu de Kroonprins dus.’ Dat is zo klaar als een klont en ‘simple comme bonjour’ en meer valt er niet over te zeggen.”
Bouwman sloeg de plank dus behoorlijk mis, zo moeten we concluderen uit Wesselings artikel ‘Over de prins regeert het geleuter’.
Maar wat blijkt verder? In een ingezonden brief in de Volkskrant van 3 maart legt Joost Augusteijn, onderwijsdirecteur van het Instituut voor Geschiedenis van de Leidse Universiteit, uit waarom. Formeel heeft Wesseling dan wel gelijk, maar “het is en was echter wel gebruikelijk om een afstudeerscriptie toe te voegen aan de vakgroepbibliotheek van de opleiding Geschiedenis.” Kortom, Bouwman had dus gewoon gelijk. Wesseling ging, om met Augusteijns woorden te spreken, selectief om met de waarheid. In minder academische woorden: Wesseling leuterde.