Mans, Leers en de drogreden van de inconsistentie (25.3.10)

“Maastricht meet met twee maten”, stellen de (oud-)hoogleraren Hans van den Heuvel en Leo Huberts (Vk, 24.3.10). Beiden zijn lid van de onderzoeksgroep Integriteit van het Bestuur van de VU in Amsterdam
Wat was (en is) er aan de hand? Nog niet zo lang geleden moest de toenmalige burgemeester Gerd Leers zich - min of meer gedwongen - terugtrekken vanwege een (al dan niet terecht vermeende) belangenverstrengeling van de toenmalige burgemeester Gerd Leers. “Of hij daarbij zijn ambt heeft misbruikt, was de grote vraag. Belangenverstrengeling lag op de loer. Reden voor de gemeenteraad de zaak tot op de bodem te laten uitzoeken. Dat kostte veel tijd en geld, maar dat mocht ook wel, het ging om de integriteit van het bestuur. Dat onderzoek was wel grondig, maar de uitslag vaag. Leers had fouten gemaakt, maar van belangenverstrengeling was geen sprake. De gemeenteraad kwam tot de conclusie dat de burgemeester het odium van onkreukbaarheid miste en niet verder kon. Hij had de schijn tegen en zijn imago was hoe dan ook gedeukt.”
De afloop is bekend: voor het tot een stemming kwam, nam Leers ontslag. “Integriteit op het scherp van de snede, zowel in de inhoudelijke afweging als in de uitkomst: de burgemeester moet volstrekt onkreukbaar zijn en elke ‘schijn tegen’ vermijden. De maatstaf voor dit oordeel was de morele gedragscode die voor de burgemeester geldt”, aldus Van den Heuvel en Huberts.
Maar wat blijkt? Jan Mans (Limburger, PvdA’er, oud-burgemeester van Enschede en waarnemer in Maastricht) blijkt een commerciële nevenfunctie niet te hebben gemeld bij de Limburgse gouverneur, die voor zijn benoeming als waarnemer verantwoordelijk is. De gemeenteraad was ook niet al te zorgvuldig, want alles werd in orde bevonden.
Terecht wijzen Van den Heuvel en Hubert op een merkwaardige inconsistentie: “Terwijl Leers om een schijnbare belangenverstrengeling zijn biezen moest pakken, hoeft de waarnemend burgemeester geen afstand te doen van zijn commerciële nevenfunctie: commissaris bij Janshen en Hahnraths Group. De onderneming is eigenaar van Fair Play casino’s, een keten van speelautomatenhallen, ook in Maastricht, waar roulette kan worden gespeeld.” Dat is, stellen beide wetenschappers, in strijd met de strenge gedragscode van de gemeente Maastricht. “Het is een commerciële nevenfunctie, dicht bij het ambt, want een burgemeester heeft in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde bij uitstek te maken met sekshuizen, belwinkels, coffeeshops en uiteraard ook gokhallen. Ze zijn onderworpen aan een vergunningplicht. Krachtens de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) moet onder verantwoordelijkheid van de burgemeester periodiek worden gecontroleerd of de voorwaarden van de verleende vergunning worden overtreden, ook bij ‘zijn’ bedrijf. Maar als bedrijfscommissaris moet hij de belangen van de gokhallenautomaat behartigen.” Nu de reactie van burgemeester Mans: hij weet deze zaken uitstekend weet te scheiden. Als er problemen zijn met het bedrijf zal hij onmiddellijk afstand doen van zijn commissariaat. Van den Heuvel en Huberts: “Dat hebben we vaker gehoord. Het is een drogreden, omdat we als burger niet zien wat er achter de schermen gebeurt. Leers werd weggestuurd, Mans komt er mee weg.”
Mans reageert vandaag met een ingezonden brief in de Volkskrant: hij heeft zijn cv op 14 januari keurig én volledig aangeleverd bij het kabinet van de gouverneur. De nevenfunctie heeft hij naar eigen zeggen niet verzwegen. Hij noemt de beschuldiging dan ook krenkend.
Analyse. Hans van den Heuvel en Leo Huberts wijzen op een merkwaardige inconsistentie in zaak-Leers en de zaak-Mans. De analogie in beide zaken is namelijk dermate sterk, dat ook de positie van Mans onhoudbaar zou moeten zijn, mits hij inderdaad zijn nevenfunctie had vermeld. Zoals gezegd, Mans ontkent dat laatste.
Maar stel nu dat Mans inderdaad al zijn nevenfuncties wel heeft gemeld. Is daarmee het punt van de mogelijke belangenverstrengeling van de baan? Nog steeds blijft het punt dat Leers de schijn van belangenverstrengeling tegen zich had en daarom weg moest; en nog steeds blijft het punt dat Mans in zijn hoedanigheid als burgemeester moet oordelen over een onderneming waar hij een commissariaat bekleed. Ook hij heeft de schijn tegen, maar wordt en werd daar - anders dan leers - niet op afgerekend.