Media-intellectuelen (5): Simon Rozendaal

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Simon Rozendaal.

De gamma-ongeletterdheid van Simon Rozendaal


Vlak na de val van de Muur leek de hele wereld (inclusief Sarkozy) ergens in Berlijn rond te hangen, merkt Rozendaal op (Elsevier). Hijzelf zat voor de tv en zag een groep vluchtelingen uit Oost Europa voor een Limburgse slagerij. Ze zagen rauwe ham, gekookte ham, berliner, gebraden gehakt, corned beef, enzovoorts, en dat in zes varianten per vleessoort. Ze werden gek.In de Scientific American van een tijdje geleden, zo meldt Rozendaal, stond een artikel over de ingewikkeldheid van keuzes. “Wij mensen vinden het naar om uit één artikel te kiezen en we vinden het ongeveer even naar om uit twintig artikelen te kiezen. Een stuk of drie is ideaal. Dat maakt de verbijstering van de ex-communisten in de Limburgse slagerij een stuk begrijpelijker. L’embarras du choix heet dat geloof ik. Wij kunnen kiezen en doen dat ook. We kiezen in de supermarkt tussen twintig versies van hetzelfde product en doen dat op basis van criteria die we nauwelijks kennen. Het product ziet er zo leuk Amerikaans uit, of zo leuk Frans, of we houden een beetje meer van rood dan van groen, of we vonden die reclame eergisteren zo leuk, hoe dan ook, we zijn gewend aan kiezen. Dat kon je niet onder het communisme.” Verder koppelde Rozendaal dit verval ook nog aan de piramide van Maslov, maar dat doet nu niet terzake.Een dikke week eerder liet Rozendaal zijn licht schijnen over de sociale wetenschappen naar aanleiding van de kwalificatie ‘extreem-rechts’ van Wilders door een drietal wetenschappers. “In Nederland gebruiken wij het woord wetenschap voor zowel alfa, bèta als gamma. In de Angelsaksische landen is dat anders: daar heet science alleen maar natuurwetenschap. De humaniora – de geesteswetenschappen, recht, taalkunde enzovoorts – doen daar hun best om zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, maar het zijn geen echte wetenschappen.” Het gaat slechts om meningen. “Voor hun mening een andere.”Hoe probeerde Rozendaal zich hier nu, een week later dus, uit te redden? Zo dus: “Ik ben zoals u wellicht weet een chemicus, een natuurwetenschapper dus. Maar ik heb tijdens mijn studie in het kader van wat toen Studium Generale heette een inleidend college sociologie gevolgd. Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven.” Wat een week eerder ‘mening’ heet, blijkt nu ineens toch ‘kennis’ te zijn.Voor dit soort redeneringen hebben we – naar mijn mening - een etiketje: inconsistent redeneren.

Maslov of Maslow
Terug naar die Maslov. “Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven. De piramide van Maslov. Die schrijft voor dat wij mensen een aantal basisbehoeften hebben. Voedsel, seks, veiligheid, liefde, geborgenheid, gezondheid, enzovoorts. Heb je de eerste treden van de piramide beklommen dan wil je nog meer vrouwen, nog meer auto’s, nog meer pakken, nog meer grachtenhuizen, enzovoorts, enzovoorts.”“Gelukkig is er, zo heb ik ontdekt, een mogelijkheid om de piramide van Maslov af te dalen. Heel soms, als je geliefden ernstig ziek zijn, als je ouders sterven, dan weet je weer waar het om gaat. Gezondheid, liefde, vrijheid. En dan ben je weer zo blij als je eigenlijk zou moeten zijn. Maar het zijn momenten. Meer zit er niet in.”Waren die colleges op maandagochtend om kwart voor negen? Rozendaal vertoont hier een reeks ‘blauwe maandag’-momenten, want veel heeft hij er niet van begrepen. Sterker nog, hij verkondigt over de piramide regelrechte onzin. Nadat (1) de eerste fundamentele levensbehoeften, de fysiologische behoeften, zijn bevredigd, wil je niet nog meer “vrouwen, auto’s en pakken”, maar staat (2) de behoefte aan veiligheid en zekerheid centraal. Als daaraan voldaan is, neemt (3) de behoefte aan sociaal contact toe. Daarna (4) de behoefte aan waardering en erkenning. Als aan die behoefte is voldaan, komt (5) de behoefte aan zelfontplooiing in het zicht.Volgens Rozendaal is met dit “stukje kennis” te verklaren dat mensen nooit gelukkig zullen worden. Want dit stukje kennis “schrijft voor” dat mensen basisbehoeften hebben. Nu schrijft deze theorie niet voor, maar beschrijft ze enkel. Maar goed, Rozendaal is zelfs niet eens in staat om de naam van de wetenschapper correct weer te geven: het is ‘Maslow’ en niet ‘Maslov’.Al met al een indicatie van gamma-ongeletterdheid.

Diepe kennis
In 2007 verscheen een boek van Floris Cohen, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. In dit boek gaat hij in op de vraag waarom de Chinese en de islamitische wetenschap, die ooit honderden jaren voorlagen, er nooit in geslaagd zijn om die wetenschappelijke en technologische voorsprong vast te houden. Rozendaal is het niet eens met Cohens verklaring en dat levert meteen een staaltje psychologie van de kouwe grond op: “Cohen komt met een multiculti-benadering. De Griekse wetenschap is eerst door de Romeinen overgenomen, daarna door de Arabieren om uiteindelijk in Europa terecht te komen. Die culturele verrijking zou het duwtje zijn geweest waardoor de take off plaats had. Van mijn vriend Paul, een classicus, hoorde ik dat Floris de broer is van Job. Toen begreep ik het, Floris en Job hebben zowel de liefde voor multiculti als de afkeer van kapitalisme met de paplepel binnen gekregen. Jammer.”Driehonderd pagina’s hoeven niet meer gelezen te worden als je de broer van…. bent. Behoeft geen verdere analyse.

Mesjogge
“Mesjogge.” Zo (dis)kwalificeerde Rozendaal onze nationale vaccinatiebestrijdster Anneke Bleeker. Kenmerkend voor alle Anneke Bleekers is dat zij deskundigen wantrouwen. “Deskundigen worden gewantrouwd” aldus Rozendaal (Elsevier). “Dat zie je ook bij Anneke Bleeker: ze zegt enerzijds dat alle deskundigen belangen hebben (bij de farmaceutische industrie natuurlijk) maar ook dat iedereen die zich een paar weken in de materie verdiept zelf eveneens deskundig kan zijn.”Vervolgens blijkt dat samen te hangen met links. Rozendaal redeneerde er vrolijk op los: “Wijlen Joop Doorman (hoogleraar filosofie in Delft, ex- voorzitter van de VPRO en een paar weken geleden overleden) zei eens tegen mij dat de PvdA moeite had met twee disciplines die haaks stonden op het gelijkheidsdenken: kunst en wetenschap. Een schilder kan dingen maken die anderen niet kunnen maken en een geleerde kan dingen bedenken die anderen niet kunnen bedenken. Kortom, alle mensen zijn ongelijk. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer kwaliteiten dan anderen.”Dit legt Rozendaal uit als een argwaan tegen deskundigen. “Het lijkt wel of die eerst linkse argwaan zich nu over de hele onderkant van de samenleving heeft verspreid. Het gewone volk wantrouwt autoriteiten en deskundigen.”Maar Bleeker wantrouwde deskundigen niet, maar ze beriep zich erop. Ze verwees op haar site onder meer naar een documentaire van de ZDF, die ze omschreef als een voorbeeld van objectieve onafhankelijke journalistiek. In die uitzending komen niet alleen sceptici als prof. Kochen en prof. Ludwig aan het woord, maar ook voorstanders als dr. Stöcker. Ook verwijst Bleeker op haar site naar dr. Holtorf, die zijn kinderen niet vaccineert. Rozendaals aantijging dat Bleeker deskundigen wantrouwt, is volstrekt onterecht.Vervolgens citeerde Rozendaal de Delftse filosoof Doorman. Deze onlangs overleden hoogleraar wees op het feit dat de PvdA moeite had met een discipline als wetenschap, die immers haaks staat op het gelijksheidsdenken. Rozendaal ‘verbastert’ dit tot een linkse argwaan tegen deskundigen, die zich nu lijkt te verspreiden over de hele onderkant van de samenleving. ‘Lijkt’? Dus niet echt? Of toch wel?Maar los van dit vaag taalgebruik, koppelt Rozendaal twee zaken aan elkaar die in dit verband niets met elkaar van doen hebben. Doorman wijst op de gelijkheidsideologie en dat staat los van een of ander wantrouwen tegen deskundigen.Kortom, in zijn analyse van de mesjogge Bleeker maakt Rozendaal zich schuldig aan onlogisch redeneren en schuift hij haar standpunten in de schoenen die ze niet verkondigt. Het verbaast me dan ook dat uitgerekend Rozendaal in de Volkskrant (23.11.09) wordt opgevoerd als 'deskundige' over Bleeker en haar strijd.

Onvoldoende
Een dikke onvoldoende voor Trouw: namelijk een 3,1. En Elsevier was het slimste jongetje in de klas met een 8,6. In het programma ‘De leugen regeert’ (27.2.09) mochten Luc Debruyne (directeur van GlaxoSmithKline), Simon Rozendaal (uit de Elsevierstal) en Joop Bouma (Trouw) tekst en uitleg geven over deze rapportcijfers.... van de farma-industrie. Rozendaal deed de aftrap: hij haalde zijn schouders op over het compliment. “Het gaat om de waarheid!”Linksigheid is de oorzaak van de slechte berichtgeving over de farmacie, meende Debruyne. Rozendaal was een positieve uitzondering. Maar, zo verklaarde de GSK-topman, “dié heeft heel veel tijd geïnvesteerd”.Debruyne kreeg bijval van Rozendaal. “Een hoop journalisten, en Joop (Bouma, RR.) heeft daar soms ook een handje van, die gaan op pad met het plan om een buitengewoon negatief verhaal te schrijven. Dat staat van te voren vast. En op het laatst wordt nog even iemand van het bedrijf gebeld. En die komt dan met een of twee zinnetjes erin.”Joop Bouma reageerde kalm: “Ik vraag me af hoe jij weet dat ik daar een handje van heb?”“Ik vermoed dat”, zei Rozendaal zonder ook maar één spier te vertrekken. Ik zou me kapot schamen als ik moest toegeven dat ik net met loze beschuldiging iemand onderuit probeer te schoffelen. Maar goed, Rozendaal bleef in de plooi.Vervolgens kwam de vraag aan de orde of een journalist niet alle schijn van partijdigheid moet vermijden. De gezichten keken in de richting van Rozendaal, die ooit de Glaxo-award in ontvangst nam. Die prijs werd destijds gesponsord door een farmaceutisch bedrijf. “Inmiddels bestaat die niet meer”, verdedigde Rozendaal zich, alsof dat ook meer enigszins terzake deed. “Het is een algemene journalistieke prijs uitgereikt door een bedrijf, zoals een hoop prijzen door een bedrijf wordt betaald.” Bovendien meldde Rozendaal dat hij trots op die prijs was.En toen was Rozendaal (“Hou toch op!”) boos.Debruyne was overigens tevreden over de schrijvende pers. De afgelopen drie weken had hij elke week een interview. “Maar dan ging het om de toekomst van de farmaceutische industrie en de impact van de kredietcrisis.” Alleen die vervelende Bouma. Die was volgens hem te weinig geïnteresseerd in de farmaceutische industrie. Hij stelde de verkeerde vragen, vond Debruyne.Even samenvattend. Bouma deed zijn best niet, want hij stelde verkeerde vragen. Dat wil zeggen: vragen waarop Debruyne niet wilde antwoorden.
Rozendaal was ook niet wars van een contradictie. Eerst beweerde hij dat hij geen enkele boodschap aan complimenten van de farmaceutische industrie had, maar even later bekende hij trots te zijn op de prijs die hij van Glaxo gekregen had. Dat die prijs niet meer bestaat – Rozendaals eerste verweer – is volstrekt irrelevant. Dat zoveel prijzen door een bedrijf worden uitgereikt, is in dit verband ook irrelevant. Het ging en gaat er om dat een journalist alle schijn van belangenverstrengeling moet vermijden.Het boze ‘hou-toch-op’ van Rozendaal is een emotie-argument. Het verving in de discussie het inhoudelijke antwoord op een terecht gestelde vraag: moet een journalist niet elke schijn van belangenverstrengeling vermijden?
Ook Debruyne lanceerde een persoonlijke aanval: Bouma is niet geïnteresseerd. Het argument dat Bouma zijn werk niet goed doet, omdat hij andere vragen moet stellen, was – wat mij betreft – het absolute dieptepunt in deze discussie. Bouma heeft het recht de vragen te stellen die hij als onderzoeksjournalist wil - en m.i. ook moet - stellen.Verder werd de kritische pers afgedaan als ‘linksigheid’. Daarmee kon in de ogen van Debruyne alle kritiek als irrelevant worden afgedaan.En Bouma? Die deed gewoon wat hij moest doen: inhoudelijk antwoord geven.