De Regt vs. Van Dijk over paranormale kinderen 1 (27.4.10)

SBS6 komt najaar 2010 met een tv-programma over paranormale kinderen. Deze kinderen zijn volgens een woordvoerder van SBS6 soms wanhopig: ze worden gepest of voelen zich ongelukkig en hun ouders weten zich vaak geen raad.
“Je moet kinderen niet bevestigen in die onzin”, zegt filosoof Herman de Regt, hoofddocent aan de universiteit van Tilburg en co-auteur van het boek ‘Wat een onzin! Wetenschap en het Paranormale’ (Trouw). “Van die waandenkbeelden komen ze nooit meer af.”
Deze paranormale ervaringen komen volgens Herman de Regt voort uit magisch of teleologisch denken. Kenmerkend voor dit denken is dat alles een doel heeft en dat toeval dus niet bestaat. “Bijvoorbeeld dat er wolken zijn, omdat de plantjes regen nodig hebben.” Alle kinderen maken volgens hem zo’n magische periode door. Sommigen “trekken conclusies die je niet hoeft te trekken. Op dit moment hebben we uitstekende redenen om te geloven dat paranormale kinderen niet bestaan.”
Paragnost Liesbeth van Dijk, die in het nieuwe SBS6-programma de kinderen begeleidt, is niet onder de indruk van de kritiek van De Regt: “de heksenjacht is weer begonnen.” Zij heeft geen zin om in de ’welles-nietessfeer’ te belanden, zo meldt. Het is volgens Van Dijk een integer programma: “het is totaal niet sensationeel, eerder te braaf en documentaireachtig lief.”
De Regt heeft bezwaren tegen het programma omdat je daarmee bij deze kinderen bevestigt dat ze over paranormale begaafdheden beschikken, terwijl uit onderzoek blijkt dat dit soort begaafdheden niet bestaat.
Analyse. Het weerwoord van Van Dijk is irrelevant. De Regt merkt op dat paranormale begaafdheden niet bestaan. Dat het programma integer wordt gemaakt, is in dit verband niet relevant. Het gaat er volgens De Regt om dat je kinderen niet bevestigt in hun waanideeën.
Van Dijk bezondigt zich vervolgens van een persoonlijke aanval: de kritiek van De Regt hoef je inhoudelijk niet serieus te nemen, want die is onderdeel van een heksenjacht. Exit De Regt, zonder dat Van Dijk ook maar één inhoudelijk argument aandraagt.