De wraak van Willem Wagenaar 1 (23.4.10)

“De rechterlijke macht heeft na de vrijspraak van Lucia al laten weten dat er niets aan de hand was, dat alles heel zorgvuldig en integer is gegaan, en dat er dus ook geen enkele verandering in het systeem nodig is”, beweert emeritus hoogleraar Wagenaar (NRC, 22 april 2010).

Analyse. Wagenaar schetst een regelrechte karikatuur. Dat blijkt als we Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak in Den Haag aan het woord over deze discussie.
Van den Emster meent inderdaad dat er geen consequenties dienen te zijn voor de rechters en raadsheren die Lucia de Berk hebben veroordeeld. Van den Emster: “Rechtspraak is niet onfeilbaar. De betrokken rechters hebben professioneel en integer gehandeld. Van sancties kan dan ook geen sprake zijn.” Maar Van de Emster zei nog veel meer:

“Als voorzitter van de Raad voor de rechtspraak moet ik constateren dat de rechtspraak ten opzichte van Lucia de Berk eerder gefaald heeft. Het spijt me zeer dat een rechterlijke beslissing die bij nader inzien verkeerd blijkt, zulke ingrijpende, persoonlijke gevolgen heeft gehad.”

Op de vraag of dit voorkomen kunnen worden, antwoordt Van den Emster: “De betrokken gerechten hebben al in een eerder stadium, toen er aanwijzingen waren dat de veroordeling mogelijk onjuist was, op de zaak gereflecteerd. Maar het is niet eenvoudig om de fout aan te wijzen. Dit is een zeer complexe zaak die uitputtend is behandeld. Rechtbank en hof hebben alles gedaan wat nodig is, diverse deskundigen geraadpleegd. De deskundigen spraken elkaar soms tegen, maar de rechter moet wel beslissen. Uiteindelijk was het ook nieuw deskundigenbewijs dat leidde tot de vrijspraak.”

Zijn rechters wel capabel om ingewikkelde deskundigenrapporten goed te interpreteren? Van den Emster: “Een van de belangrijkste twistpunten in het proces was de wetenschappelijke controverse over de interpretaties van de waarden van digoxine. Dat is uiterst complexe materie, en daarom hebben de rechters zich uitgebreid laten voorlichten door deskundigen op dit terrein. Zij hebben hun oordeel mede gebaseerd op de rapportages van deze wetenschappers, desondanks is de eerdere veroordeling onjuist gebleken. We hebben dit punt van zorg al eerder onderkend.”

Inmiddels is er wel het een en ander gebeurd. Van den Emster wijst erop dat er binnen de Rechtspraak in 2006 een verbeterprogramma in het leven is geroepen waarin onder meer aandacht is voor versterking van kennis over forensisch-technische onderzoeksresultaten. “Dit heeft er toe geleid dat voor de beoordeling van DNA, statistiek en psychologie inmiddels afzonderlijke cursussen zijn ontwikkeld. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren forse investeringen gedaan om de kwaliteit van de strafrechtspraak verder te verbeteren, onder meer met een deskundigenregister, permanente educatie en extra cursussen op het gebied van forensische wetenschap.” Van den Emster wijst erop dat het systeem al veranderd is.

Kortom, Wagenaar bezondigt zich aan een stroman.

(De volgende verschijnt a.s. maandag.)