Psychoanalyse (1.4.10)

Voor de klassieke psychoanalyse valt het doek. Dat wil zeggen, het college van zorgverzekeraars (CVZ) vergoeden deze vorm van zorg niet meer. Die willen alleen zorg vergoeden die bewezen effectief (‘evidence based’) is. En aangezien de effectiviteit van de psychoanalyse is de effectiviteit niet ‘onaantastbaar’ bewezen, stoppen ze met de vergoeding.
De zorgverzekeraar wijst erop dat dit onderzoek in principe mogelijk is en verwijst naar onderzoek over de effectiviteit van de langdurige psychoanalytische psychotherapie. Dit is een korte versie van de klassieke psychoanalyse.
G. Praal, klinisch psycholoog, is het niet eens met deze beslissing:
“Misdadig, hoe hier een college van wetenschappelijk niet onderlegden zich een mening vormen zogenaamd op basis van wetenschappelijke gegevens. Die zg. wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd op nogal simpel, om niet te zeggen primitieve opvatting van wat "wetenschappelijk" is. Dubbelblind onderzoek is slechts een vorm, en zeker niet de door de een "gouden standaard". Was dat zo, dan zou er bijvoorbeeld geen quantummechanica, geen deeltjesonderzoek, geen voortgang in fysica,biofysica, neurobiologie mogelijk zijn geweest, of mogelijk zijn. Methodologie is een vak apart, en daar hebben de dames en heren van het CZV absoluut geen kaas van gegeten. Komt nog bij dat de samenstelling van de commissies die een oordeel hebben gegeven heel erg bevooroordeeld zijn, met name afkomstig uit de leertheoretische hoek, universitaire hoogleraren uit de die hun winkeltje promoten, en hooggeleerden die (te) nauwe banden hebben met de farmaceutische industrie. Toch zal de psychoanalyse niet klein te krijgen zijn, vanaf haar bestaan is het strijd tegen vooroordeel en domheid geweest. Helaas gaat het wel nu ten koste van vele patiënten die met een analyse echt geholpen zijn en een gemeenschap die nu ( o schande) moet meemaken dat adequate genezing wordt onthouden aan zijn behoeftige leden.”
Analyse. Opvallend is de reeks ad hominem-argumenten: primitieve opvatting van CVZ; geen kaas gegeten van methodologie; erg bevooroordeelde commissieleden; academici die de praktijk niet kennen; academici die banden hebben met de industrie
Vanaf haar bestaan is het strijd tegen vooroordeel en domheid geweest, stelt Praal. Maar was de kritiek echt zo bevooroordeeld? Kraepelin (1856-1926), een Duitse psychiater, stelde dat men in de teksten van Freud “overal kenmerken van freudiaans onderzoek kan vinden: de presentatie van willekeurige hypothesen en vermoedens als vastgestelde feiten die zonder aarzeling gebruikt worden om nieuwe luchtkastelen te bouwen, en bovendien de tendens om te generaliseren op basis van individuele observaties.” Forel, hoogleraar psychiatrie in Zürich verhaalde in 1907 van patiënten met wie het door de psychoanalyse alleen maar bergafwaarts gegaan was. Janet (1859-1947), een Franse psychiater, stelde dat de psychoanalyse gekenmerkt wordt door symbolisme: “Een mentale gebeurtenis kan altijd, als dat nuttig is voor de theorie, opgevat worden als het symbool voor een andere. (...) Het is het gevolg van het vertrouwen van de auteurs (de psychoanalytici) in een algemeen principe vooraf geponeerd als ondiscutabel, dat hier geen feiten worden vastgesteld, maar toepassingen op feiten plaatsvinden.” William James schreef in 1909 dat hij de indruk had dat Freud geobsedeerd was door zijn ideeën. De schrijver Aldous Huxley schreef in 1925 dat alle belangrijke feiten van de psychoanalyse “bij nader onderzoek eenvoudige veronderstellingen zijn. Geen enkel bewijs voor de minste van die vooronderstellingen wordt geleverd, maar ze worden allemaal als feiten behandeld.”
Deze intuïties werden onlangs nogmaals onderschreven en uitgewerkt in een uitstekende analyse van de psychoanalyse door de Belgische filosoof Filip Buekens. In zijn scherpzinnig betoog maakt hij duidelijk dat Freud een methodologische vergissing beging. Nadat Freud zelf zijn verleidingstheorie opgaf, maakte Freud de cruciale vergissing om de resultaten van zijn eerdere bevindingen niet terzijde te schuiven. Dat hij moeten doen, omdat het door hem gecreëerde bewijsmateriaal op ongeldige wijze verzameld was. Freud deed echter iets anders: op basis van diezelfde – onbetrouwbare - bevindingen formuleerde hij een nieuwe theorie. Het Oedipuscomplex was geboren.
Die eerdere bevindingen waren onbetrouwbaar, omdat het niet duidelijk was of patiënten zelf met hun verhalen kwamen of omdat Freud ze had opgedrongen. Dat zowat al zijn patiënten dit soort ervaringen hadden, was geen kwestie van fantasie, bezwoer Freud. En van suggestie kon geen sprake zijn: “Ik ben er nog nooit in geslaagd een door mij verwachte scène zo doeltreffend aan een patiënt op te dringen dat hij haar met alle bijbehorende gevoelens scheen te doorleven”. Maar een onafhankelijk bewijs hiervoor heeft Freud nooit geleverd, stelt Buekens terecht. Critici vielen Freud toen al aan: waren de bekentenissen niet door Freud zelf uitgelokt? Dat was de kritiek toen en dat is de kritiek van Cioffi en Buekens en vele andere wetenschappers nog steeds hebben.