Drayer vs. Otto (28.6.10)

Alambra (Spanje)

Elma Drayer hoorde op de radio een gesprek met Jan Michiel Otto, hoogleraar ‘recht en bestuur in ontwikkelingslanden’ in Leiden. Otto en zijn collega’s hebben onderzoek gedaan naar de sharia in twaalf moslimlanden.
Drayer: “Het onderzoek was ’heel systematisch’ uitgevoerd, zei hij. En echt, het viel zo mee! Anders dan wij denken, blijken mensenrechten en liberalisering onder de sharia toe te nemen. In Pakistan bijvoorbeeld, hij noemde het land expliciet, heeft sinds de invoering van de lijfstraffen in 1979 nog nooit een steniging plaatsgevonden. Een hele opluchting. Maar zouden ze daar in Leiden geen kranten lezen? Nooit eens een rapportje van Amnesty International ingezien?” Wat drijft de Leidse wetenschappers eigenlijk?
Otto wees er vervolgens fijntjes op dat kranten niet de belangrijkste informatiebron voor het onderzoek vormen. Bovendien stelde niemand dat mensenrechten en liberalisering onder de sharia toe nemen. Otto: “zo simpel is het niet.”
Analyse. Of Drayer het standpunt van Otto of zijn collega’s vertekende, kan ik niet beoordelen. De link naar het interview in de column van Drayer is dood en ook op een andere wijze kon ik het radioprogramma niet traceren. Punt is wel dat Drayer het boek niet gelezen kon hebben, want het verscheen pas op de dag dat Drayers column in Trouw stond.
Drayer stelde een retorische vraag over de motieven van de Leidse onderzoekers. De context waarin deze vraag werd gesteld, is niet neutraal. Dat blijkt onder meer uit zinsneden als ‘...maar zouden ze daar in Leiden geen kranten lezen...’ en ‘...nooit eens een rapportje van Amnesty International ingezien...’. Feitelijk lanceerde Drayer een persoonlijke aanval richting Otto.