Heertje versus Ymere (18.6.10)

In zijn column schrijft Arnold Heertje over het besluit van de woningcorporatie Ymere in Amsterdam panden in de Vrolikstraat en Derde Oosterparkstraat te slopen. Zij doen dat volgens Heertje niet omdat dit technisch noodzakelijk is, maar vanwege winstbejag.
“De corporatie wordt geleid door de heren R. Steenbeek en E. van der Kaam. Zij trekken zich niets van de bewoners aan, die zeer aan hun huizen zijn gehecht. Met juridische maatregelen proberen zij mensen, die van een bescheiden inkomen moeten rondkomen uit hun huizen te jagen. Een weinig verheffend schouwspel in Amsterdam-Oost.”
Volgens Heertje gaat om Joods cultureel erfgoed. “Er zijn ook nabestaanden van de vermoorde bewoners, die aanspraak kunnen maken op de panden. Het stadsdeel onder leiding van mevrouw G. Princen, weet tot nu toe geen vuist te maken tegenover een corporatie, die onlangs in het nieuws kwam door een verlies van 90 miljoen Euro, als gevolg van het opzetten van onrendabele projecten, buiten de sfeer van de kernactiviteiten van een woningcorporatie, de zorg voor sociale woningbouw.”

De Jong van de Raad van Bestuur van Ymere reageerde middels een ingezonden brief. Hij stelt onder meer: “Uw emotie daarover begrijp ik. Ymere spant zich in om zorgvuldig om te gaan met de woonhuizen en monumenten die herinneren aan dit tragische verleden. Graag wil ik u hierover, maar liever niet in een column, informeren.”

Heertje verdedigde zich als volgt: “Dat het in Amsterdam-Oost gaat om woningen die behoren tot Joods cultureel erfgoed is voor hem geen feit, maar een emotie waar hij (De Jong) geen boodschap aan heeft.
Deze houding maakt deel uit van het handelen van veel corporaties. De managers hebben geen boodschap aan de mensen waar het om gaat, als huurders of kopers van woningen.
Door foutieve investeringen in projecten buiten de sfeer van sociale woningbouw heeft Ymere bijna 100 miljoen verloren. Ook elders in het land bezondigen corporaties zich aan commerciële projecten die niets te maken hebben met hun maatschappelijke taak, veelal gepaard gaan met fraude en meestal uitlopen op financiële rampen.
De brieven van managers in de thuiszorg, die elders meer uren zorg declareren dan zijn aangeboden en van managers van de Nederlandse Zorgautoriteit aan psychiaters, die op hun beroepsgeheim staan, zijn van hetzelfde kwalijke laken en pak.

Analyse. Een deel van de argumentatie van Heertje is volstrekt irrelevant. Dat Ymere elders foute investering heeft gedaan (voor zover dat al waar is), heeft niets met deze zaak van doen. Wat corporaties elders doen, staat los van het project in Amsterdam-Oost. De foute brieven van managers in de thuiszorg al evenmin. Heertje somt enkel drie zaken op, die losstaan van het onderwerp. Dat moet zijn kritiek ondersteunen.
Als ik de argumentatie van Heertje samenvat, komt die op het volgende neer. Hij beschuldigt enkel: hij poneert dat de zaak anders ligt dan Yreme beweert, maar hij bewijst helemaal niets. Wel haalt hij verdachte omstandigheden aan, maar die zijn niet gerelateerd aan de zaak die ter discussie.