Jongeren: sceptisch, intolerant of kritisch? (30.6.10)

‘Jongeren kritisch over gelijke rechten’, kopte de Telegraaf. In het artikel dat er op volgde, werd tekst en uitleg gegeven:

“Nederlandse jongeren staan meer afwijzend tegenover gelijke rechten voor immigranten dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. Uit Europees onderzoek blijkt dat Nederland samen met Vlaanderen en Groot-Brittannië een „extreme positie” inneemt, aldus de Rijksuniversiteit Groningen. Nog niet de helft van de jongeren (46 procent) is voor gelijke rechten. In Luxemburg, Bulgarije en Zweden oordelen leerlingen milder. Daar is iets meer dan de helft voor gelijke rechten.”

“Bovendien verschillen in Nederland autochtone en allochtone jongeren van opvatting over gelijke rechten. Autochtone leerlingen zijn kritischer dan hun klasgenoten van niet-Nederlandse afkomst. Als de jongen of het meisje in het buitenland is geboren, verschilt de houding nog meer. In de meeste andere landen zijn de onderlinge verschillen niet zo groot.”


In het NRC was de berichtgeving anders:

‘Op het gebeid van tolerantie ten opzichte van minderheden scoort Nederland in Europa samen met Vlaanderen het slechtst. Nergens anders werd zo vaak negatief gereageerd op stellingen als ‘de kinderen van immigranten zouden dezelfde mogelijkheden moeten hebben om onderwijs te volgen als andere kinderen in het land’ en ‘immigranten die al enkele jaren in een land wonen zouden de mogelijkheid moeten hebben om te stemmen bij verkiezingen’.’

Het GION zelf spreekt over ‘sceptisch’: “Nederlandse leerlingen staan bovendien zeer sceptisch tegenover gelijke rechten voor immigranten in ons land.”

Analyse. Het GION zelf hanteert de term ‘sceptisch’. De Telegraaf vertaalt dit begrip met ‘kritisch’. Het NRC had het over tolerantie. Beide termen zijn normatief geladen en dat roept de vraag op waarom beide kranten niet de term overnemen die het GION zelf hanteert en die - normatief gezien - ook veel neutraler is.